Jong Oranje geldt als een belangrijke tussenstap op weg naar het Nederlands elftal. Maar gaat dat ook op voor de keepers? De cijfers zijn opvallend: van de tien doelmannen die de afgelopen tien jaar met Jong Oranje een EK of WK speelden, haalden er slechts twee het grote Oranje. Vier anderen staan inmiddels in de Promotieklasse onder de lat.
De lastige weg van Jong Oranje-keepers: ‘Een club moet het aandurven’
:quality(85):format(webp)/media/37cfc40a-3ff6-4d27-9781-395168cbdc33/jong-oranje-wv.jpg)
Foto: Willem Vernes
Maurits Visser en Hidde Brink. Meer namen telt het lijstje internationals vooralsnog niet. Van de tien keepers die de afgelopen tien jaar met Jong Oranje een EK of WK speelden, zijn zij de enigen die de sprong naar het Nederlands elftal wisten te maken. Visser (EK 2014, WK 2016) zette onlangs na 55 interlands een punt achter zijn interlandloopbaan, Brink (EK 2017, EK 2019) wacht nog op zijn doorbraak in Oranje en staat op drie caps.
Zo makkelijk is het dus niet om vanuit Jong Oranje door te stromen naar het Nederlands elftal. In zijn zoektocht naar een nieuwe derde keeper voor het Nederlands elftal kwam bondscoach Jeroen Delmée onlangs verrassend uit bij Diederik van den Hoek, de huidige keeper van Jong Oranje (EK 2026). Het was een opvallende keuze: het pas negentienjarige talent, die aansluit als stagespeler, is bij Kampong slechts tweede doelman.
:quality(85):format(webp)/media/022db17a-2c6e-40d6-a174-b27f19a97aaf/diederik-van-den-hoek-kampong-foto-bart-scheulderman.jpg)
In zijn zoektocht naar een nieuwe derde keeper voor Oranje kwam bondscoach Jeroen Delmée onlangs verrassend uit bij Diederik van den Hoek, de reservekeeper van Kampong. Foto: Bart Scheulderman
Eerlijk gezegd begreep ik Kampong ook wel. Zou ik het in mijn eerste jaar net zo goed gedaan hebben als Calzado, met wie ze meteen de EHL wonnen? Nee, dat denk ik niet.
Steven Verhoogt
Voormalig tweede keeper van Kampong
Ervaring opdoen in de Promotieklasse
In de praktijk blijkt Jong Oranje niet alleen voor het overgrote deel van de keepers geen springplank naar Oranje. Ook een vaste plek onder de lat in de Hoofdklasse blijkt voor velen zelfs niet weggelegd. Vier voormalige keepers van Jong Oranje staan momenteel onder contract bij een club in de Promotieklasse.
Sander van Berkel (EK 2019) keept bijvoorbeeld bij Nijmegen. Hij was reserve bij Oranje-Rood achter Pirmin Blaak, maakte vervolgens de nodige vlieguren bij Tilburg, maar belandde bij Den Bosch opnieuw op de bank. Daan Taphoorn (EK 2022, WK 2023, EK 2024) was tweede doelman bij Amsterdam en HGC en speelt nu bij Cartouche. Joren Romijn (EK 2017) werd als eerste keeper van Amsterdam landskampioen, maar kreeg na vier seizoenen geen nieuw contract en belandde vervolgens bij Hurley.
Het vierde voorbeeld is Steven Verhoogt (WK 2021, EK 2022), tegenwoordig keeper van Voordaan. Bij Kampong stond hij twee jaar lang in de schaduw van de Ierse reus David Harte, destijds misschien wel de beste keeper ter wereld. Toen Harte vertrok, besloot Kampong het vrijgekomen budget in een nieuwe internationale topkeeper te steken. Dat werd de Spanjaard Luis Calzado.
Uit het zicht in de Promotieklasse
‘Eerlijk gezegd begreep ik Kampong ook wel’, zegt Verhoogt, die daarop zijn heil zocht bij Voordaan. ‘Zou ik het in mijn eerste jaar net zo goed gedaan hebben als Calzado, met wie ze meteen de EHL wonnen? Nee, dat denk ik niet. Ik had waarschijnlijk anderhalf tot twee jaar nodig gehad om aan het niveau te wennen. Zoals dat voor iedere jonge speler geldt, niet alleen voor keepers. Maar als je een ploeg hebt die landskampioen kan worden en de EHL kan winnen, ga je dan op zo’n sleutelpositie als die van keeper twee jaar investeren in een jonge speler? Ik snap dat Kampong daar niet voor koos.’
Nog altijd koestert de inmiddels 25-jarige Verhoogt de ambitie om als eerste keeper in de Hoofdklasse onder de lat te staan. Maar vanuit de Promotieklasse is het niet bepaald eenvoudig om zich bij clubs op het hoogste niveau in de kijker te spelen, weet hij. Hij kan ’s zondags bij wijze van spreken tien ballen uit de kruising tikken, maar geen Hoofdklassecoach die het ziet. Die staat op zondag immers zelf ergens langs de lijn.
‘In feite moet je het hebben van mondelinge scouting’, vertelt Verhoogt. ‘Je hebt mensen nodig die je zien keepen en tegen een Hoofdklasseclub zeggen: die jongen kan het, die is goed genoeg. Ik hoop dat clubs goede verhalen over mij te horen krijgen als ze navraag doen.’
:quality(85):format(webp)/media/80cb06f9-9b31-42ac-bb15-857b5c11b672/steven-verhoogt-wv.jpg)
Steven Verhoogt was in 2024 reservekeeper bij Kampong, dat toen landskampioen werd. Inmiddels staat hij onder de lat bij Voordaan in de Promotieklasse. Foto: Willem Vernes
Nieki Verbeek als voorbeeld
Misschien wel het meest veelzeggende voorbeeld van hoe moeilijk het kan zijn om als jonge doelman door te breken in de Hoofdklasse, is de loopbaan van Nieki Verbeek (WK 2023, EK 2024). Oranje-Rood had in 2024 zoveel vertrouwen in hem, dat hem werd toegezegd dat hij voortaan op ongeveer evenveel speeltijd mocht rekenen als Pirmin Blaak. De ervaren topkeeper trok daarop echter zijn conclusies en vertrok naar het Belgische Braxgata.
Om Verbeek niet meteen volledig voor de leeuwen te gooien, haalde Oranje-Rood de Duitse oud-international Tobias Walter in huis. Ook met hem werden de speelminuten verdeeld, totdat Verbeek na enkele fouten weer op de bank belandde. Vervolgens haalde Oranje-Rood de Argentijn Tomás Santiago als fulltime eerste doelman. Daarmee was Verbeek terug bij af. Na één seizoen trok hij zijn conclusies en vertrok hij naar Duitsland.
Voor Flip Wijsman (WK 2021) kwam er zelfs al helemaal een einde aan zijn keepersloopbaan. Voor hem lonkte een mooie toekomst in de Hoofdklasse toen Den Bosch hem binnenhaalde als eerste keeper, in de zomer van 2021. Hij was reservekeeper bij Bloemendaal geweest en had vervolgens bij Almere de nodige vlieguren gemaakt. Maar het avontuur bij Den Bosch bleek van korte duur: amper een jaar later werd zijn contract alweer ontbonden.
Of de nieuwste lichting Jong Oranje-keepers wél in de voetsporen van Visser en Brink treedt, zal de komende jaren moeten blijken. Olivier Paalman (WK 2025, EK 2026) verruilde afgelopen zomer Amsterdam voor Klein Zwitserland, waar hij de kans krijgt zich als eerste keeper te bewijzen. Diederik van den Hoek (EK 2026) liet vorig seizoen als reservekeeper van Kampong al zien wat hij in huis heeft, tijdens de shoot-outs in de Euro Hockey League. Het is nu aan hen om te voorkomen dat ook zij, net als zoveel van hun voorgangers, over een paar jaar de aansluiting verliezen met de nationale top.