In zijn zoektocht naar een nieuwe derde keeper voor het Nederlands elftal kwam bondscoach Jeroen Delmée verrassend uit bij Diederik van den Hoek, de tweede doelman van Kampong. Het pas negentienjarige talent sluit in november aan als stagespeler. Het zegt veel over de beperkte keuze aan Nederlandse topkeepers. ‘Het aantal buitenlandse keepers in de Hoofdklasse is wel erg groot.’
Delmée ziet keepersaanbod slinken: ‘Veel buitenlanders in Hoofdklasse’
:quality(85):format(webp)/media/77ee5d25-0421-4bb3-affa-07e3eeb006c1/delmee-wv.jpg)
Foto: Willem Vernes
Je hoeft maar een blik te werpen op de ranglijst van de Staatsloterij Hoofdklasse, of je ziet meteen al hoe lastig het tegenwoordig is om een nieuwe geschikte Nederlandse keeper voor Oranje te vinden. Van alle ploegen die momenteel in de top vijf staan, hebben er liefst vier een buitenlandse doelman. Delmée: ‘Er staan bepaald geen tien Nederlandse keepers in de rij’.
Ga maar na: bij koploper Amsterdam staat de Engelsman Ollie Payne op doel. Bij Den Bosch moet de Duitser Alexander Stadler de ballen tegenhouden, terwijl Oranje-Rood vertrouwt op de Argentijn Tomás Santiago. Ook Kampong doet vrolijk mee: daar hebben ze de Spanjaard Luis Calzado in huis, vorige week nog uitgeroepen tot Wereldkeeper van het Jaar. Degradatiekandidaat HDM heeft eveneens een buitenlandse doelman, met de Duitser Luis Beckmann.
Laat bovendien de enige uitzondering in de top vijf nou net Bloemendaal zijn, waar Maurits Visser onder de lat staat, die onlangs na het WK juist een punt achter zijn interlandloopbaan zette. Daarmee wordt de spoeling voor Delmée wel héél erg dun om naast Derk Meijer (Rotterdam) en Hidde Brink (Pinoké) nog een derde keeper aan zijn trainingsgroep toe te voegen die over voldoende kwaliteit en potentie beschikt.
:quality(85):format(webp)/media/63b5c664-3000-48ac-a15c-68240f460e81/diederikvdhoek-wv.jpg)
Diederik van den Hoek, tweede keeper van Kampong, sluit in november bij Oranje aan als stagespeler. Foto: Willem Vernes
Te veel buitenlandse keepers in de Hoofdklasse?
‘Het aantal buitenlandse keepers in de Hoofdklasse is wel erg groot’, verzucht Delmée vorige week vrijdag, bij de bekendmaking van de nieuwe trainingsgroep in aanloop naar de Pro League-wedstrijden in Valencia, half december. ‘Aan de ene kant begrijp ik best dat clubs voor een ervaren buitenlandse keeper kiezen. Het niveau in de Hoofdklasse is zó hoog dat je bijna geen fouten meer mag maken. Die kosten je meteen punten.’
‘Tegelijkertijd komt die keuze ook voort uit een soort wedloop, waarin clubs elkaar gek maken. Als ik ploegen zie met acht, negen buitenlanders, vraag ik me af: waar zijn we nou eigenlijk mee bezig? Komt dit onze sport op de lange termijn wel ten goede? Clubs hebben er volgens mij zelf ook belang bij dat het Nederlands elftal goed functioneert en uit voldoende goede spelers kan kiezen. Daar hoort de verantwoordelijkheid bij om ook zelf spelers op te leiden.’
Het verschijnsel gaat zelfs zo ver dat bij clubs soms ook de tweede keeper uit het buitenland komt. Oranje-Rood heeft bijvoorbeeld met Brendan du Toit een Zuid-Afrikaan achter de hand. Ook Kampong had twee jaar geleden al een buitenlandse reservekeeper in huis: Estiaan Kriek, eveneens een Zuid-Afrikaan.
Met al die buitenlandse doelmannen bij topploegen wordt de vijver waaruit Delmée kan vissen wel erg klein. Bij degradatiekandidaten als SCHC en Schaerweijde lopen heus nog wel Nederlandse keepers rond, met Fritz Schnoeckel (31) en Mahinder Terlouw (25), maar voor Oranje lijken zij geen serieuze optie. Bij Tilburg staat met Sam van der Ven zelfs een keeper van inmiddels 37 jaar onder de lat, die het hele seizoen al de geblesseerde Jan van Groesen vervangt.
:quality(85):format(webp)/media/22d6c5b3-819b-4c6e-ba0a-66c33a30c14e/visser-wv.jpg)
Maurits Visser stopte na het WK als international. Foto: Willem Vernes
De tweede keeper van Kampong
Niet zo gek dus dat Delmée uiteindelijk zijn blik maar verschoof naar Jong Oranje. Daar kwamen in feite twee keepers in aanmerking: Diederik van den Hoek (19), tweede keeper van Kampong, en Olivier Paalman (20), die afgelopen zomer Amsterdam verruilde voor Klein Zwitserland om meer speelminuten te maken.
Mede op advies van Jong Oranje-bondscoach Rick Mathijssen viel de keuze uiteindelijk op Van den Hoek. Tijdens het EK onder 21 in Valencia, afgelopen zomer, had Mathijssen hem al meer speelminuten gegeven dan Paalman.
Dat vertrouwen in Van den Hoek is dus niet helemaal uit de lucht gegrepen. Ook bij Kampong liet Van den Hoek bovendien al eens zien wat hij in huis heeft, vorig jaar al, nota bene in de EHL. Na de zinderende kwartfinale tegen Crefeld (4-4) werd hij bij de shoot-outs verrassend naar voren geschoven in plaats van Spaans international Luis Calzado. Prompt stopte hij meerdere shoot-outs, waardoor hij Kampong naar de halve finale loodste en uitgroeide tot de held van de avond.
Maar veel meer ervaring op het hoogste niveau heeft Van den Hoek voorlopig nog niet. ‘Als ik naar zijn potentie kijk, denk ik dat Diederik op dit moment de beste optie is om mee te laten trainen’, zegt Delmée. ‘Hij is een talentvolle keeper, die deze kans zelf heeft afgedwongen. We willen zien hoe ver hij kan komen.’
‘Maar het blijft natuurlijk bijzonder dat we een tweede keeper als stagespeler laten meetrainen. Dat zegt wel iets over het probleem waar we als nationale ploeg tegenaan lopen.’