Op onze website kan je met hulp van Kai zoeken door alle pagina's en artikelen.
De unieke WK-hattrick die Oranje's gouden jaren inluidde
In 1983 maakte Marjolein Bolhuis-Eijsvogel in Kuala Lumpur drie doelpunten in de WK-finale tegen Canada (4-2), waardoor de Oranjevrouwen de wereldtitel veroverden. Nog altijd is zij de enige vrouw met een hattrick in een WK-finale. Maar haar verhaal gaat over meer dan die ene middag. Het was ook het begin van een periode waarin Oranje het vrouwenhockey domineerde: wereldkampioen, olympisch kampioen en jarenlang de maat der dingen.
:quality(85):format(webp)/media/f1658ee8-890a-4a69-b2f0-f7d1711d9f26/eysvogel_hoofdbeeld.jpg)
Marjolein Bolhuis-Eijsvogel in Oranje. Foto: KNHB/Jeroen van Bergen
Vraag Bolhuis-Eijsvogel naar het WK in Kuala Lumpur en ze begint niet meteen over haar drie doelpunten. Eerst komt de hitte. De zwaarte. De omstandigheden die met het moderne tophockey nauwelijks nog te vergelijken zijn.
‘We hadden nog geen interchange-regel’, vertelt de 65-jarige oud-international. ‘Geen koelvesten, niks. Soms begon een wedstrijd al om acht uur ’s ochtends. Dan ging de wekker midden in de nacht en deden we onze warming-up nog in het donker. Boven dat kunstgras was het 45 graden. Het was bloedheet. Nu speel je vier keer vijftien minuten en kun je tussendoor even drinken, even bijkomen. Wij speelden twee keer 35 minuten, met slechts een paar wissels achter de hand. Het was echt een fysieke uitputtingsslag.’
De weg naar de finale vroeg dan ook veel van Oranje. De openingswedstrijd tegen India was meteen hard. ‘Ik wil het geen stokvechten noemen, dat is wat denigrerend, maar het was echt ziedend hard’, zegt ze. Nederland moest volgens haar in elke wedstrijd vechten om de vorm te vinden. Grote uitslagen waren zeldzaam. 'Elke ploeg had last van het klimaat, de korte hersteltijd en de opeenvolging van wedstrijden.'
:quality(85):format(webp)/media/6e682ec8-17ac-4ea3-b865-8ef788b46f75/76fea6dc-71fc-11e7-8aee-784f4370d31e.jpg)
Marjolein Eysvogel-Bolhuis in actie namens Oranje. Foto: KNHB/Jeroen van Bergen
Na pittige duels met Schotland, Verenigde Staten, Australië en Wales in de groepsfase ontdeed Oranje zich in de halve finale ook van Duitsland (2-0). Daarna kwam Canada. Op papier misschien een verrassende finalist, maar volgens Bolhuis-Eijsvogel absoluut geen ploeg die toevallig in de eindstrijd stond. Canada was fit, fysiek sterk en tactisch goed voorbereid. ‘Ze hadden in de maanden voor het WK keihard getraind en ongelooflijk op de verdediging gespeeld. Het was echt buffelen om tegen hen te spelen.’
Uren trainen op de rebound
Nederland kwam op voorsprong, maar Canada maakte gelijk en nam na rust zelfs een 1-2 voorsprong. Het was het moment waarop de finale kon kantelen. Toch bleef Oranje koel. Letterlijk misschien nauwelijks, figuurlijk wel. De ploeg ging op zoek naar strafcorners, een wapen waarop veel was getraind. Niet alleen op de slag zelf, maar ook op de tweede bal uit de rebound.
Het was Bolhuis-Eijsvogel die op die manier twee keer genadeloos toesloeg en Oranje binnen drie minuten aan een 3-2 voorsprong hielp. 'Ik had uren getraind op het benutten van de rebound bij strafcorners’, zegt ze. ‘Dat dat twee keer achter elkaar lukte, voelde als een heerlijke beloning.'
Niet veel later zette Bolhuis-Eijsvogel ook de 4-2 op het bord: na een combinatie met haar Amsterdam-clubgenote Sandra Le Poole werkte ze de bal vallend en duikend tussen Canadese verdedigsters en keepster Zoe Mackinnon in het doel. Een loepzuivere hattrick, waarmee het Canadese verzet definitief gebroken was en Oranje de wereldtitel kon vieren.
:quality(85):format(webp)/media/f3dfb7ab-3a9c-4067-958e-840824f69d68/oranje_1983.jpg)
Oranje viert de wereldtitel in Kuala Lumpur. Foto: KNHB/Jeroen van Bergen
Vernieuwende aanpak
Toch wil Bolhuis-Eijsvogel haar drie goals niet te groot maken. Dat individuele zit niet zo in haar systeem, zegt ze. ‘Het is een echte teamprestatie geweest. Ik vind het bijna lastig om te zeggen: ík maakte er drie. Zo heb ik dat nooit gevoeld.’
Misschien zegt dat ook iets over de ploeg waarin ze speelde. Een team waarin persoonlijk gewin nauwelijks ruimte kreeg. En een team dat werd geleid door Gijs van Heumen, de bondscoach die volgens Bolhuis-Eijsvogel een enorme rol speelde in de ontwikkeling van Oranje in de jaren tachtig.
‘Na elk toernooi, ook als we wereldkampioen waren geworden, stond je bij de eerstvolgende training weer op het veld en dan had hij oefeningen waarvan bleek dat we ze helemaal niet goed konden. Dan maakte hij ons weer met de grond gelijk. Dan stond je gewoon weer met twee benen op de grond. Dat was eigenlijk fantastisch.’
Van Heumen zorgde voor een verandering in de trainingscultuur. Oranje ging overdag trainen, waardoor speelsters hun werk of studie moesten aanpassen. Het was nog geen professionele sport, maar het ging er wel steeds professioneler uitzien. Onder zijn leiding ging Oranje ook wedstrijden voorbereiden op basis van tegenstanders, patronen en afspraken.
‘We gingen met een plan hockeyen. Veel meer dan daarvoor. Dan zei hij: we spelen tegen Zuid-Korea, dit is wat ze doen, dit is wat wij gaan doen. Wij vonden het een sensatie dat als je het plan uitvoerde, het dan ook werkte.’
:quality(85):format(webp)/media/f4864e0a-ce9a-4344-a343-47a91feca509/eijsvogel_zittend.jpg)
Een typische doelpoging van Eijsvogel-Bolhuis. Foto: KNHB/Jeroen van Bergen
Die aanpak legde de basis voor een gouden periode. Na de wereldtitel van 1983 volgde in 1984 olympisch goud in Los Angeles. Daarna kwamen WK-goud in 1986, twee Europese titels en de winst in de eerste Champions Trophy. Oranje was jarenlang de ploeg waar de rest van de wereld zich aan moest meten.
Volgens Bolhuis-Eijsvogel lag de kiem van die succesreeks niet alleen in de vernieuwende aanpak van Van Heumen, maar ook in een nederlaag. Twee jaar vóór Kuala Lumpur had Oranje de WK-finale van 1981 tegen West-Duitsland verloren na strafballen. Het was haar eerste grote toernooi. En juist die pijn, zegt ze, werd later een belangrijke brandstof.
‘Ik denk dat het essentieel is dat je ergens in je carrière die pijn voelt’, zegt ze. ‘Dat je denkt: dit wil ik niet. De volgende keer als ik daar sta: over mijn lijk.’
Die mentaliteit typeert haar misschien nog beter dan die drie goals in Kuala Lumpur. Bolhuis-Eijsvogel was geen spits van het gepolijste soort. Tip-ins, priegelgoals, rebounds, halve kansen. Daar leefde ze van. Niet elke goal hoefde mooi te zijn.
Neusje voor de goal
‘Als je het hebt over slaan en pushen: niet’, zegt ze over haar techniek. ‘Maar een bal bij me houden, mensen passeren en scoren: helemaal. Je kreeg die bal niet bij mij weg, bij wijze van spreken. En ik had een neusje voor de goal. Het maakte me niet uit hoe ik scoorde: als hij er maar in lag', zegt ze.
In Kuala Lumpur lag hij er drie keer in. Drie keer in de WK-finale, haar enige doelpunten van dat toernooi. Drie keer op het moment dat Oranje het nodig had. Daarmee werd Bolhuis-Eijsvogel de heldin van 1983. Maar misschien vooral ook het gezicht van een ploeg die niet alleen kon hockeyen, maar ook kon lijden, knokken en winnen. En die daarna jarenlang blééf winnen.
:format(webp)/media/0db544ab-0f0c-4ceb-b141-85d2cbc6b542/slipjes5.jpg)
Foto: KNHB/Jeroen van Bergen
Reacties (2)
Heel leuk verhaal! Al denk ik niet dat ze toen al op de sleeppush trainden... 😀
Altijd mooi om dit soort prachtige verhalen over de sportjaren van weleer te lezen. Een verhaal dat perfect in “Andere tijden sport” zou passen.
:quality(85):format(webp)/media/9914417b-c21a-47a7-94c8-94fbafb48862/hfn250913796761.jpg)
:format(webp)/media/4e95eba9-f69c-4427-8e15-d9e764c096ab/dhv.jpeg)