Op onze website kan je met hulp van Kai zoeken door alle pagina's en artikelen.
De teamindelingen: het geluid van de ouder en de kritische clubman
Het artikel over de heftige reacties op teamindelingen bij clubs maakte de afgelopen dagen veel los. We kregen veel berichten van hockeyers die zich herkenden in de verhalen die zich afspeelden op de verschillende clubs. Het onderwerp kwam naar voren in vele landelijke media. Maar er was ook een ander geluid.
:format(webp)/media/4dd0fa85-6e27-4728-86c0-abac0eba8227/2019wv_wv22384.jpg)
Willem Vernes
Dat geluid kwam van een aantal ouders die zelf werden teleurgesteld door hun club. En dat van een commissielid, dat hardop vraagtekens zet bij de werkwijze van zijn eigen vereniging. Normaal gesproken vermelden we de namen van onze gesprekspartners op hockey.nl. Voor dit verhaal maken we een uitzondering, omdat beide geïnterviewden alleen onder de voorwaarde van anonimiteit vrijuit wilden spreken over hun ervaringen.
Ze leefden weken toe naar 21 juni, op veel clubs de dag van de teambekendmaking. De dag des oordeels, dat gold ook voor de zoon van Mark. Het afgelopen jaar zat-ie in de 14-2. Het jaar daarvoor in de 12-1. ‘Die indeling is superbelangrijk voor hem. We komen van een kleinere club. Reizen meerdere keren een half uur - afhankelijk van de files - om zijn droom te laten uitkomen. Hockeyen op een zo hoog mogelijk niveau. Landelijk, als dat kan. En daar geloofden we ook allemaal in.’
Maar dat gevoel verdween toen de nieuwe indeling kwam. ‘Nog een jaar 14-2 voelde als een enorme teleurstelling. We vreesden al een beetje voor de uitkomst. We hadden al gemerkt dat hij niet mee mocht trainen, maar andere kinderen wel. Ook van buitenaf.’ Met een zucht: ‘Het is wel wrang. Want een jaar geleden zeiden ze nog op de club: als je je blijft ontwikkelen zoals nu, zit je volgend jaar vast weer bij het eerste. Dat kregen we zelfs op schrift.’
:format(webp)/media/ea80e4ff-785d-48c7-b620-b3ae131d1d88/wv2026_wv1r5638.jpg)
Foto: Willem Vernes
Een ouder die verhaal ging halen
Met dat vertrouwen ging zijn zoon aan de slag en hij ontwikkelde zich gestaag. Gedurende het hele seizoen bleef het stil, waardoor hij dacht dat hij op het goede spoor zat. ‘Geen enkel gesprek met feedback, verbeterpunten of waarschuwing dat de concurrentie groot was’, aldus Mark. ‘Kinderen uit de eerste teams kregen wel een waarschuwingsgesprek als ze onderaan de ladder bungelden, zodat ze nog een tandje bij konden zetten. Onze zoon kreeg die kans niet. Het proces verloopt dan niet voor iedereen gelijk. Bovendien is dat in strijd met de eigen beleidsplannen die voorschrijven dat spelers minimaal twee keer per seizoen geëvalueerd moeten worden.’
Hij werd daardoor, tegen zijn zin in, een ouder die verhaal ging halen. ‘Het gaat niet om het opeisen van een plek in het beste team, het gaat om een eerlijke gang van zaken. Voor een gedreven kind dat op landelijk niveau wil hockeyen, kan een extra jaar in een tweede team een achterstand opleveren die niet meer valt in te halen: het moment is voorbij en je krijgt die kans nooit meer terug. Als de regels dan ook nog eens voor iedereen anders lijken te gelden, gaan ouders zelf op onderzoek uit.’
:format(webp)/media/d40f09ef-2e3b-42c8-8873-b27d9af499a7/2019wv_wv_2370.jpg)
Jeugdig hockeyverdriet bij Gooische. Foto: Willem Vernes
Het Calimero-syndroom van clubs
Niet alleen hockeyvader Mark, betrokken bij een toonaangevende vereniging uit het westen van het land, reageerde op het artikel om een andere kant van het complexe verhaal te belichten. Ook commissielid John zocht contact met hockey.nl. Hij is betrokken bij de indelingen op zijn eigen club uit het midden van het land. Hoewel Mark en John in hun rollen aan verschillende kanten van de tafel zitten, komen ze opvallend genoeg op hetzelfde punt uit.
Niet zozeer de uiteindelijke teamindeling is volgens hen het grootste probleem, maar de manier waarop clubs tot die keuzes komen én daarover communiceren. ‘Ja, respectloos gedrag van ouders is onacceptabel en grenst soms aan het onfatsoenlijke, maar verenigingen moeten zich ook afvragen hoe zijzelf kunnen meegroeien met de huidige tijd’, stelt John, al zes jaar actief als vrijwilliger bij de jeugdafdeling van zijn club.
‘Excessen mogen we nooit goedkeuren, maar laten we ook stoppen met het Calimero-syndroom: technisch management dat zich slachtoffer voelt van een proces waar het zelf onvoldoende kritisch naar kijkt.’ Hij onderstreept dat de verwachtingen van ouders zijn veranderd. ‘We leven in een wereld waarin we voor bijna alles directe feedback krijgen. Dan is een mailtje of een namenlijstje in een app niet genoeg. Dat is misschien communicatie, maar niet de verbinding die je als vereniging zoekt.’
:format(webp)/media/9ed97e44-9056-4189-850b-7b33b0076714/wv2022_wv2r0803.jpg)
Foto: Willem Vernes
Verstoppen in de supermarkt versus machtsdynamiek op de club
Mark erkent dat ouders soms over de schreef gaan. Maar hij vindt ook dat clubs zichzelf best ook een spiegel voor kunnen houden. ‘Het is wrang om te lezen dat vrijwilligers zich moeten verstoppen in de supermarkt, maar we moeten ook durven kijken naar de machtsdynamiek binnen een club. Soms worden keuzes niet gebaseerd op objectieve criteria, maar op wie wie kent. Ik weet dat kritische beslissingen soms uit de weg worden gegaan, omdat je dan de halve stad over je heenkrijgt.'
'Met alle respect voor de vrijwilligers: maar het indelingsproces is niet voor iedereen gelijk. Daardoor worden betrokken jeugdspelers ontwikkelingskansen ontnomen die niet meer terugkomen. Ouders durven soms ook niet aan de bel te trekken. Uit angst voor repercussies richting henzelf of hun kinderen.’
Volgens John is het lastigste gebied de ‘grijze zone’ tussen prestatie- en breedtehockey. Precies het gebied waarin Mark zijn zoon belandde. ‘Het verschil tussen de top en wat daaronder komt is groot. Als clubs daar niet transparant over zijn, voelen ouders en kinderen dat feilloos aan. Verenigingen die zich verschuilen achter het label 'consumptieouders' lopen achter de feiten aan. Bovendien: als jij een goed verhaal hebt, dat consistent en duidelijk is, hoeft er niet altijd discussie te zijn.’
De zoon van Mark heeft de eerste trainingen met de 14-2 er inmiddels opzitten. ‘Hij was natuurlijk eerst heel teleurgesteld. Maar het is bewonderenswaardig hoe hij de knop heeft omgezet. Hij vindt zijn team leuk en kijkt uit naar het seizoen. En daar gaat het uiteindelijk om.’
Reactie KNHB
'Misschien is dat ook wel de belangrijkste les in een discussie die ieder jaar opnieuw oplaait rond de teamindelingen', concludeert Rolf Martens, manager verenigingen en hockeyers namens de KNHB. 'Uiteindelijk draait het voor de meeste kinderen om met plezier naar de hockeyclub gaan, trainen met vriendjes en zich ontwikkelen op hun eigen niveau. En juist daarom verdienen de vele vrijwilligers die dat proces zorgvuldig organiseren ook erkenning.'
'Op heel veel hockeyclubs in Nederland worden teamindelingen transparant en met aandacht voor spelers en ouders vormgegeven. Natuurlijk moeten de gevallen waarin het proces niet zorgvuldig verloopt bespreekbaar blijven, maar laten we niet vergeten dat er ook heel veel vrijwilligers zijn die dit complexe proces wél goed inrichten en daarmee iedere week bijdragen aan een positieve hockeyervaring voor duizenden kinderen.'