Nieuws

De teamindelingen: het geluid van de ouder en de kritische clubman

Het artikel over de heftige reacties op teamindelingen bij clubs maakte de afgelopen dagen veel los. We kregen veel berichten van hockeyers die zich herkenden in de verhalen die zich afspeelden op de verschillende verenigingen. Het onderwerp kwam naar voren in vele landelijke media. Maar er was ook een ander geluid. 

15 juli 2026 om 07:00
Reemt Borcherts

Willem Vernes

Dat geluid kwam van een aantal ouders die zelf werden teleurgesteld door hun club. En dat van een commissielid, dat hardop vraagtekens zet bij de werkwijze van zijn eigen vereniging.  Normaal gesproken vermelden we de namen van onze gesprekspartners op hockey.nl. Voor dit verhaal maken we een uitzondering, omdat beide geïnterviewden alleen onder de voorwaarde van anonimiteit vrijuit wilden spreken over hun ervaringen.

Ze leefden weken toe naar 21 juni, op veel clubs de dag van de teambekendmaking. De dag des oordeels, dat gold ook voor de zoon van Mark. Het afgelopen jaar zat-ie in de 14-2. Het jaar daarvoor in de 12-1. ‘Die indeling is superbelangrijk voor hem. We komen van een kleinere club. Reizen meerdere keren een half uur - afhankelijk van de files - om zijn droom te laten uitkomen. Hockeyen op een zo hoog mogelijk niveau. Landelijk, als dat kan. En daar geloofden we ook allemaal in.’

Maar dat gevoel verdween toen de nieuwe indeling kwam. ‘Nog een jaar 14-2 voelde als een enorme teleurstelling. We vreesden al een beetje voor de uitkomst. We hadden al gemerkt dat hij niet mee mocht trainen, maar andere kinderen wel. Ook van buitenaf.’ Met een zucht: ‘Het is wel wrang. Want een jaar geleden zeiden ze nog op de club: als je je blijft ontwikkelen zoals nu, zit je volgend jaar vast weer bij het eerste. Dat kregen we zelfs op schrift.’

Foto: Willem Vernes

Een ouder die verhaal ging halen

Met dat vertrouwen ging zijn zoon aan de slag en hij ontwikkelde zich gestaag. Gedurende het hele seizoen bleef het stil, waardoor hij dacht dat hij op het goede spoor zat. ‘Geen enkel gesprek met feedback, verbeterpunten of waarschuwing dat de concurrentie groot was’, aldus Mark. ‘Kinderen uit de eerste teams kregen wel een waarschuwingsgesprek als ze onderaan de ladder bungelden, zodat ze nog een tandje bij konden zetten. Onze zoon kreeg die kans niet. Het proces verloopt dan niet voor iedereen gelijk. Bovendien is dat in strijd met de eigen beleidsplannen die voorschrijven dat spelers minimaal twee keer per seizoen geëvalueerd moeten worden.’

Hij werd daardoor, tegen zijn zin in, een ouder die verhaal ging halen. ‘Het gaat niet om het opeisen van een plek in het beste team, het gaat om een eerlijke gang van zaken. Voor een gedreven kind dat op landelijk niveau wil hockeyen, kan een extra jaar in een tweede team een achterstand opleveren die niet meer valt in te halen: het moment is voorbij en je krijgt die kans nooit meer terug. Als de regels dan ook nog eens voor iedereen anders lijken te gelden, gaan ouders zelf op onderzoek uit.’

Jeugdig hockeyverdriet bij Gooische. Foto: Willem Vernes

Het Calimero-syndroom van clubs

Niet alleen hockeyvader Mark, betrokken bij een toonaangevende vereniging uit het westen van het land, reageerde op het artikel om een andere kant van het complexe verhaal te belichten. Ook commissielid John zocht contact met hockey.nl. Hij is betrokken bij de indelingen op zijn eigen club uit het midden van het land. Hoewel Mark en John in hun rollen aan verschillende kanten van de tafel zitten, komen ze opvallend genoeg op hetzelfde punt uit.

Niet zozeer de uiteindelijke teamindeling is volgens hen het grootste probleem, maar de manier waarop clubs tot die keuzes komen én daarover communiceren. ‘Ja, respectloos gedrag van ouders is onacceptabel en grenst soms aan het onfatsoenlijke, maar verenigingen moeten zich ook afvragen hoe zijzelf kunnen meegroeien met de huidige tijd’, stelt John, al zes jaar actief als vrijwilliger bij de jeugdafdeling van zijn club. 

‘Excessen mogen we nooit goedkeuren, maar laten we ook stoppen met het Calimero-syndroom: technisch management dat zich slachtoffer voelt van een proces waar het zelf onvoldoende kritisch naar kijkt.’ Hij onderstreept dat de verwachtingen van ouders zijn veranderd. ‘We leven in een wereld waarin we voor bijna alles directe feedback krijgen. Dan is een mailtje of een namenlijstje in een app niet genoeg. Dat is misschien communicatie, maar niet de verbinding die je als vereniging zoekt.’

Foto: Willem Vernes

Verstoppen in de supermarkt versus machtsdynamiek op de club

Mark erkent dat ouders soms over de schreef gaan. Maar hij vindt ook dat clubs zichzelf best ook een spiegel voor kunnen houden. ‘Het is wrang om te lezen dat vrijwilligers zich moeten verstoppen in de supermarkt, maar we moeten ook durven kijken naar de machtsdynamiek binnen een club. Soms worden keuzes niet gebaseerd op objectieve criteria, maar op wie wie kent. Ik weet dat kritische beslissingen soms uit de weg worden gegaan, omdat je dan de halve stad over je heenkrijgt.'

'Met alle respect voor de vrijwilligers: maar het indelingsproces is niet voor iedereen gelijk. Daardoor worden betrokken jeugdspelers ontwikkelingskansen ontnomen die niet meer terugkomen. Ouders durven soms ook niet aan de bel te trekken. Uit angst voor repercussies richting henzelf of hun kinderen.’

Volgens John is het lastigste gebied de ‘grijze zone’ tussen prestatie- en breedtehockey. Precies het gebied waarin Mark zijn zoon belandde. ‘Het verschil tussen de top en wat daaronder komt is groot. Als clubs daar niet transparant over zijn, voelen ouders en kinderen dat feilloos aan. Verenigingen die zich verschuilen achter het label 'consumptieouders' lopen achter de feiten aan. Bovendien: als jij een goed verhaal hebt, dat consistent en duidelijk is, hoeft er niet altijd discussie te zijn.’

De zoon van Mark heeft de eerste trainingen met de 14-2 er inmiddels opzitten. ‘Hij was natuurlijk eerst heel teleurgesteld. Maar het is bewonderenswaardig hoe hij de knop heeft omgezet. Hij vindt zijn team leuk en kijkt uit naar het seizoen. En daar gaat het uiteindelijk om.’

Reactie KNHB

'Misschien is dat ook wel de belangrijkste les in een discussie die ieder jaar opnieuw oplaait rond de teamindelingen', concludeert Rolf Martens, manager verenigingen en hockeyers namens de KNHB. 'Uiteindelijk draait het voor de meeste kinderen om met plezier naar de hockeyclub gaan, trainen met vriendjes en zich ontwikkelen op hun eigen niveau. En juist daarom verdienen de vele vrijwilligers die dat proces zorgvuldig organiseren ook erkenning.'

'Op heel veel hockeyclubs in Nederland worden teamindelingen transparant en met aandacht voor spelers en ouders vormgegeven. Natuurlijk moeten de gevallen waarin het proces niet zorgvuldig verloopt bespreekbaar blijven, maar laten we niet vergeten dat er ook heel veel vrijwilligers zijn die dit complexe proces wél goed inrichten en daarmee iedere week bijdragen aan een positieve hockeyervaring voor duizenden kinderen.'

KNHB

Reacties (5)

Misschien goed om dan de clubs aan het woord te laten waarbij het goed gaat. Zodat clubs daarvan kunnen leren of ouders een keuze kunnen maken om hun kind daar te laten spelen. Laten we wel eerlijk zijn in het feit dat het meer gaat om plezier en een veilige omgeving dan altijd de wil om landelijk te kunnen spelen. Kinderen die met veel plezier in de breedte spelen (verre weg de meeste kinderen!) daar gevoed worden door een trainer/coach die de behoefte van het kind centraal zet is wat mij betreft de grootste winnaar! En een club die dat ondersteund begeleid en faciliteert mag een groot podium krijgen!

Alexander Enzerink • 15 juli 2026 om 06:19

Dat landelijk moeten spelen, het niet communiceren over verwachtingen, het niet communiceren met ouders en kinderen daar gaat het mis bij verenigingen. Kinderen haken af. Zo kan ik mij nog de oproep van Schaerweijde op hockey.nl herinneren die meiden van buiten nodig hadden om mo18-1 vol te krijgen of Kampong die dit seizoen geen sterk mo18-1 op de been kreeg en zo werd mij verteld, veel meiden van andere verenigingen benaderde en appte om vooral maar naar hun mo18-1 te komen. En niet zelden gebeurt dit ook in het Amsterdamse Bos, Den Haag en bij veel andere verenigingen etc. En daar gaat het dus fout. Er worden verwachtingen uitgesproken en doelen gepresenteerd die niet haalbaar zijn om vervolgens ook nog eens niet in gesprek te gaan met ouders en kinderen over hoe, wat, etc. Verwachtingsmanagement, uitleg over het hoe en waarom. Kinderen haken daardoor af. Overleg veel met kinderen, maar organiseer ook twee a drie keer per jaar een ouderbijeenkomst. En leg uit hoe je werkt en waarom je zo werkt. En “ja” ouders die met gestrekt been erin gaan, dat blijft iets van deze maatschappij en moet je als vereniging hard aanpakken. Ook dat gebeurt zelden. Dat durven we vaak niet. Want stel je voor dat je niet bij elkaar op de BBQ mag komen.

Rob Dux • 15 juli 2026 om 10:33

Hoe definieren we "spelen voor je plezier" ? De één wil met vriendinnen en de ander wil met gelijkgestemden hun favoriete sport beoefenen. Wellicht moet een selectie niet voor een heel seizoen vastliggen? Helemaal bij de jongste jeugd en junioren tot 16jaar. Geef laatbloeiers meer ruimte om ook later in te stromen ook als dat "ten koste gaat" van een selectiespelers die het toch niet zo lekker doet en wellicht goed gedijt met een paar potjes in een ander team. Zo houden we samen immers de poule van betrokken kinderen veel groter en de kans op voortijdig afhaken een stuk kleiner. Afvallen voor een heel jaar is hart, maar "afvallen" en de kans voelen dat je er dicht bij zit doet vele dromen leven.

Edwin Vermeulen • 15 juli 2026 om 20:27

Daar ben ik het helemaal mee eens, alleen kan er door de regels van de KNHB niet makkelijk geschoven worden van een eerste team naar een tweede team of andersom. Je krijgt na 2 of 3 wedstrijden gespeeld te hebben voor een eerste team de status van dat team, de weg naar het tweede team is dan afgesloten. Ik zou er dan ook voor pleiten om een x aantal spelers een dubbele status te geven, zodat ze zowel voor het eerste als het tweede team mogen uitkomen.

Tom Beerens • 16 juli 2026 om 07:14

Hart = Hard

Edwin Vermeulen • 15 juli 2026 om 20:30

Je kan schuiven met spelers tussen de teams. Na iedere herindeling kan dat. Dus na de voorcompetitie kan dat. Bij de lagere leeftijdscategorieën zijn er meer herindelingsmomenten.

Lenny Baker • 16 juli 2026 om 12:21

Communicatie is key. In de uitleg vanuit de TC en naar degene die uit een selectieteams vallen. Van de 1 naar de 2 of van de 2 naar de 3 is ALTIJD een persoonlijke mededeling voor de teamindeling bekend gemaakt wordt

Jaco Flach • 16 juli 2026 om 21:52

Wat vind jij? Praat mee...

Official partners Koninklijke Nederlandse Hockey Bond
Adidas
Deloitte
DHL
HelloFresh
ONVZ
Rabobank
Staatsloterij