Het hockeyseizoen staat voor de deur. Dit weekend begint bijna iedereen in Nederland – behalve de Hoofdklasseteams – aan seizoen 2026-2027. Een nieuw seizoen, dat hopelijk voor iedereen weer heel veel moois gaat brengen. En bij een nieuw seizoen horen natuurlijk ook goede voornemens. Daarom hebben wij er zeven voor je bedacht. Speciaal voor jou als hockeyer.
Zeven goede voornemens voor het nieuwe hockeyseizoen
:format(webp)/media/d7657cb8-7c8d-486b-b976-e448efb6b91b/wv-maarssen.jpg)
Willem Vernes
1. Vaker trainen
Een inkopper, maar daarom niet minder belangrijk: vaker trainen. Want eerlijk is eerlijk: met de trainingsopkomst valt bij veel teams nog wel wat winst te boeken. In het begin van het seizoen is dat vaak geen probleem: de zon schijnt, er is nog geen regendruppel gevallen en iedereen heeft er weer zin in. En ook pijntjes zijn dan vaak nog ver te zoeken.
Maar natuurlijk komen straks de dagen waarop het kouder is dan twintig graden, je na de training niet even buiten kunt staan met een drankje en het vooral donker en miezerig is. Dagen waarop de bank lonkt, voetbal kijken ineens een heel aantrekkelijk idee is of die ene film die al weken op je Netflix-lijstje staat eindelijk aan de beurt is.
Kortom: vaker trainen is vooral een mooi voornemen voor de donkere maanden, later in het seizoen. Waarom? Dat spreekt eigenlijk voor zich. Je maakt jezelf populairder bij je teamgenoten, vergroot je kans op speelminuten of een basisplaats en doet bovendien gewoon iets goeds voor je lijf. En met een beetje mazzel word je er ook nog een betere hockeyer van.
2. Minder druk maken om de scheids
Vanaf de zijlijn, en zeker in de hockeyloze zomerperiode, is het een heel makkelijk zinnetje om uit te spreken. Ook aan het begin van het seizoen is ‘ik ga me minder druk maken om de scheidsrechter’ een heerlijk voornemen. In de praktijk is het vaak wat lastiger. Want uiteindelijk gaat het toch weer over emoties.
Toch klinkt het misschien moeilijker dan het is: maak je er vooral minder druk om. Het heeft geen zin en werkt alleen maar averechts. Nee, ze fluiten niet altijd de sterren van de hemel. Maar bedenk ook even dat ze onmisbaar zijn. Er staan daar wel mooi twee mensen op zondagochtend om half tien in de regen naar jouw geklungel te kijken. Zonder hen kun je überhaupt geen wedstrijd spelen. Dat is best wat waard. Veel meer dan het flesje AA of het waterige kopje koffie dat ze na afloop krijgen.
Natuurlijk waren ze liever in hun bed gebleven. Maar ze staan er.
Denk daar dus even aan voordat je weer staat te foeteren over dat ene shootje dat niet werd gezien of dat stickje liften dat toch echt gebeurde, maar volledig werd gemist. Vroeg of laat in het seizoen valt er vast wel een beslissing jouw kant op. En als dat die eerste zaterdag of zondag niet zo is, misschien wel de tweede, derde of 22ste.
:format(webp)/media/6361fde2-c9d2-40fb-9466-d4fd3cb33fa2/wv-dug-out-vies.jpg)
Foto: Willem Vernes
3. Langere derde helft
Het voornemen waar de penningmeester en de horecamanager van de club het gelukkigst van worden: een langere derde helft. De vakantie is voorbij, de kinderen zijn weer naar school en de hockeytas mag eindelijk weer uit de kast. Wat is er dan lekkerder dan na de wedstrijd gewoon weer met je teamgenoten aan de bar te belanden en alle frituur van de kaart uit te proberen? Of met elkaar uit te zoeken waar in de buurt de leukste TD’s zijn.
Zeker op recreatieniveau is de derde helft minstens zo belangrijk als de eerste en de tweede. Het is hét moment bij uitstek voor grote verhalen en ontelbare herinneringen. En naarmate de uren vorderen, kunnen daar bovendien messcherpe analyses - het liefst uitgetekend op bierviltjes - uit voortkomen waar je de volgende wedstrijd misschien nog profijt van hebt.
Dus voordat je vanaf het veld weer direct de fiets of de auto instapt, loop nog even langs je teamgenoten (en je tegenstanders). En wie weet heb je die extra klik met je teamgenoten later in het seizoen ineens hard nodig.
4. Meer doen voor je club
We hadden ons voorgenomen om in dit artikel niet (te) belerend te zijn. Misschien zijn we dat bij dit punt héél eventjes wel. Want ergens past dat ook wel weer bij goede voornemens.
Het is geen geheim dat hockeyclubs voor het aller-, aller-, allergrootste deel draaien op vrijwilligers. Bestuurders, ouders, coaches, trainers, commissieleden en al die andere mensen die ervoor zorgen dat er iedere week überhaupt gehockeyd kan worden.
Als je als hockeyer naar je trainingen en wedstrijden komt, is daar natuurlijk helemaal niets mis mee. Je betaalt contributie, traint, speelt je wedstrijden en gaat weer naar huis. Prima natuurlijk. Maar als iedereen dat zou doen, heb je geen leven op de club. Dus ja, je kunt je vereniging helpen. Een bardienst, een wedstrijd fluiten, een commissie doen, coachen of training geven: het hoeft allemaal niet groot te zijn.
De een vindt het leuk om bomen te snoeien, de ander bepaalt met liefde welk bier er op de tap komt. Kijk dit seizoen eens om je heen op de club. Wat is er te doen? Wat kun jij brengen? En met welke kleine moeite doe jij anderen een groot plezier?
:format(webp)/media/b2c8a98c-a256-496b-badf-188598ce0805/wv-sporttas.jpg)
Foto: Willem Vernes
5. Iets meer liefde in de hockeytas
Een voornemen voor de smeerkezen onder ons: zorg dit seizoen eens wat beter voor je hockeytas. Want voor veel hockeyers is die tas toch een soort afvoerputje. Hij staat wekenlang in de bijkeuken, de schuur of de gang, en soms verlaat hij de auto nauwelijks. En ja, we spreken op de redactie van hockey.nl uit ervaring.
In de ideale wereld haal je na iedere wedstrijd je natte kleren eruit. In de praktijk blijven die soms rustig een paar dagen zitten. Of een week. Dan stap je na een training op de fiets, pak je je hockeytas en vind je ineens je nog altijd klamme tenue van afgelopen zondag. Inclusief het bitje dat ergens in een broekje is blijven zitten. En die scheenbeschermers? Daar groeien bij wijze van spreken inmiddels de paddenstoelen uit.
Dus misschien een heel verstandig voornemen voor dit seizoen: zorg goed voor je hockeytas. Haal hem op tijd leeg, laat je spullen drogen en voorkom dat je scheenbeschermers straks onderdeel worden van een eigen ecosysteem.
6. Koop je fluitbeurt een keer niet af
Fluiten is natuurlijk een gevoelig onderwerp. De een vindt het helemaal prima, de ander kijkt er al weken van tevoren met angst en beven naar uit zodra hij/zij op het schema verschijnt. En vanaf dat moment begint de zoektocht naar iemand die de beurt wil overnemen of zelfs overkopen. Mag natuurlijk allemaal, maar zo’n fluitbeurt op z’n tijd is helemaal niet zo verkeerd.
Die fluitangst is ook wel te begrijpen. Want laten we eerlijk zijn: ‘we’ als hockeyers zijn ook niet zo leuk om te fluiten. We houden nu eenmaal niet zo van autoriteit en gaan er helemaal slecht op als degene die de leiding heeft het spel net even anders interpreteert dan wij. Zeker teams waar het hoofd nog veel wil, maar het lijf soms hapert - de veteranen bijvoorbeeld - kunnen een pittige klus zijn om te begeleiden. Maar probeer het dit seizoen gewoon eens. Je wordt er echt een betere hockeyer van, omdat je het spel op een andere manier ervaart.
Dus voordat je die beurt weer afkoopt voor pak ’m beet 25 euro, denk even na of je echt niet zelf wilt gaan staan. Zoals je ieder jaar een keer naar de tandarts moet, hoort fluiten er eigenlijk ook gewoon bij. Al zal het voor sommigen waarschijnlijk nooit de allergrootste hobby worden.
En ach, bijkomend voordeel: die 25 euro kun je daarna natuurlijk altijd nog in de derde helft steken. Daar had je dit seizoen tenslotte ook een goed voornemen over.
7. Maak gewoon veel plezier
Een enorme open deur. Maar misschien wel de belangrijkste van allemaal: maak simpelweg plezier. We zijn ooit allemaal op hockey gegaan omdat we het een leuk spelletje vonden. Omdat het heerlijk is om met een stick achter een bal aan te gaan en die – de een wat beter dan de ander – richting het doel te slaan.
Vanaf het moment dat je het veld opstapt, mag je best even om je heen kijken. Geniet van de mensen om je heen, van het samen sporten en van het feit dat je lekker in de buitenlucht bezig bent.
Dus maak je dit seizoen niet overal te druk om. Sta met een glimlach op het veld en geniet. Want als je er even bij stilstaat, heb je eigenlijk gewoon dikke mazzel. Je mag iedere week de mooiste sport ter wereld beoefen. Bofkont!