Ooit gold hij als de beoogde opvolger van Pirmin Blaak bij Oranje-Rood. De Eindhovense club had zoveel vertrouwen in Nieki Verbeek dat de olympisch kampioen zijn plek onder de lat moest delen met het jonge keeperstalent. Toch slaagde de inmiddels 22-jarige Verbeek er niet in om uit te groeien tot vaste eerste doelman in de Hoofdklasse. Daarom zocht hij zijn heil over de grens. Bij Uhlenhorst Mülheim is hij inmiddels wél onbetwist nummer één. Maar zijn ambities reiken verder dan de Duitse Bundesliga: Verbeek droomt nog altijd van Oranje.
Verbeek keept in Duitsland: ‘Ga zorgen dat ik niet vergeten word’
:quality(85):format(webp)/media/0403dc60-04cf-4a5d-b1a5-821a50c27c61/ep_9089.jpg)
Ewout Pahud de Mortanges
Op zijn achttiende maakte Verbeek zijn eerste minuten in de Hoofdklasse. Door een hersenschudding van Pirmin Blaak, destijds nota bene zijn keeperstrainer, moest de geboren Eindhovenaar in het voorjaar van 2022 plotseling onder de lat verschijnen. De toenmalige jeugdkeeper greep zijn kans en maakte direct indruk. De club zag in hem een groot talent. Dat bleek ook toen Blaak een seizoen later opnieuw enkele wedstrijden geblesseerd moest toekijken. Verbeek nam zijn plek over en liet zien dat hij het niveau aankon.
Oranje-Rood wilde de speeltijd tussen Blaak en Verbeek daarom anders verdelen. De olympisch kampioen zag dat niet zitten en vertrok. In de zomer van 2024 haalde de Eindhovense club de Duitser Tobias Walter. Hij moest met Verbeek concurreren om de plek onder de lat, maar was er ook om het jonge keeperstalent verder op te leiden. Het seizoen waarin Verbeek definitief had kunnen doorbreken, verliep echter wisselvallig. Hij haalde niet altijd zijn niveau en ook Walter bleek geen vaste waarde. Een jaar later koos Oranje-Rood opnieuw voor een buitenlandse doelman: de Argentijn Tomás Santiago. Verbeek verdween achter hem op het tweede plan en kwam geen minuut meer in actie. Toen wist hij het zeker: het was tijd om te vertrekken bij 'zijn' Oranje-Rood.
‘Ik kan eindelijk vlieguren maken’
'Ik wilde ergens eerste keuze zijn. Dat lukte bij Oranje-Rood niet. Nu heb ik een club gevonden waar ik onbetwist nummer één ben en alle vertrouwen krijg’, vertelt Verbeek (22). Zijn eerste seizoenshelft bij Uhlenhorst Mülheim zit er inmiddels op. Afgelopen zomer nam hij bij de Duitse club de plek over van David Harte, die zijn carrière bij onze oosterburen beëindigde. Met de Ier onder de lat schopte Mülheim het een seizoen eerder nog tot de play-offs, waarin het strandde in de halve finales. Dit seizoen verloopt een stuk moeizamer. Een fors aantal dragende spelers verliet afgelopen zomer de club en het team ondergaat een verjongingskuur. Momenteel bungelt Mülheim bijna onderaan in de Bundesliga.
‘We moeten echt onze weg nog vinden’, vertelt Verbeek. Toch kan hij de positieve kant benoemen van de moeizame start, waarin Mülheim acht van de elf wedstrijden verloor. ‘Ik krijg iedere wedstrijd superveel te doen. Als je er zo naar kijkt, ben ik er blij mee. Ik kan eindelijk vlieguren maken. Hoe meer ballen, hoe beter. Ik word iedere wedstrijd getest.’
Niet alleen op het veld is het Duitse avontuur een flinke uitdaging. Verbeek koos bewust voor een stap buiten zijn comfortzone. Afgelopen zomer trainde hij mee bij verschillende clubs, ook in de Hoofdklasse. Maar toen hij via OR-aanvaller Henrik Mertgens hoorde dat diens oude club een keeper zocht, was hij al snel verkocht. De klik was er meteen. ‘Het is echt een mooie club. Ik ben direct begonnen met het leren van Duits. Dat ging vrij aardig, tot mijn studie ook weer begon’, lacht hij. Een beetje talenkennis is geen overbodige luxe, want bij Mülheim wordt volledig Duits gesproken. ‘Ik versta het steeds beter, maar spreken vind ik lastig. In de goal maak ik me gelukkig wel verstaanbaar. Ik roep dingen in een combinatie van Engels en Duits.’
:quality(85):format(webp)/media/e3308936-bde8-41c7-b4bd-3f8ffccb22f2/59142417_orange_pictures-scaled.jpg)
Verbeek en Blaak. Frank Kerbusch/Orange Pictures
‘Waar had ik gestaan als ik het wel had gehaald?’
Het liefst was Verbeek natuurlijk bij zijn eigen Oranje-Rood doorgebroken. Eerste keeper worden in Eindhoven, met zijn club in de Hoofdklasse. Het was jarenlang zijn grote droom. ‘Ik vond het een lastige situatie’, vertelt hij eerlijk. ‘Het was best chaotisch. Ik heb vaak genoeg laten zien dat ik het niveau aankan, dat ik mee kan in de Hoofdklasse.’ Tegelijkertijd is hij ook kritisch op zichzelf. Hij weet dat hij niet altijd zijn beste niveau haalde. ‘Als jonge keeper, met zoveel druk en weinig zekerheid, heb ik ook wedstrijden gespeeld die minder waren. Soms denk ik weleens: waar had ik gestaan als ik het wel had gehaald?’
Inmiddels heeft Verbeek de teleurstelling achter zich gelaten. Hij kijkt met een ander gevoel terug op zijn tijd bij Oranje-Rood en gelooft dat zijn kans nog wel komt. ‘Ik heb er als persoon heel veel van geleerd. Het was echt niet altijd leuk, maar ik ben er mentaal heel sterk van geworden. Hoe ik naar hockey kijk. Hoe ik druk beleef. Ik heb echt wel wat tikken gehad, maar daar ben ik beter door geworden. En dat pakt niemand me meer af.’
De blik blijft ondertussen op het Nederlands team gericht. Bijna een jaar geleden keepte Verbeek zijn laatste wedstrijd voor Jong Oranje. Het WK in India was zijn laatste optreden als jeugdinternational. De volgende stap is het grote Oranje. ‘Dat is nog altijd mijn doel. Maar daarvoor heb je ritme nodig. Daar lopen veel jongens uit Onder 21 tegenaan. Tweede keepers krijgen te weinig speelminuten.’ Toen bondscoach Jeroen Delmée afgelopen maand zijn trainingsgroep bekendmaakte, ontbrak de naam van Verbeek. Dat vindt hij jammer, maar accepteert de situatie. ‘Ik heb ook niks gehoord. Dat vind ik voor nu prima. Zodra er weer een nieuwe groep is, wil ik ertussen staan. Ik ben mezelf nu aan het ontwikkelen en moet me niet te veel druk maken om die uitnodiging. Als je een goede clubkeeper bent, dan word je echt wel opgemerkt.’
Ik heb echt wel wat tikken gehad, maar daar ben ik beter door geworden. En dat pakt niemand me meer af.
Nieki Verbeek
‘Ga er alles aan doen om niet vergeten te worden’
Voor zijn Oranje-droom moest Verbeek dus over de grens kijken. Zijn nieuwe club ligt op zo’n anderhalf uur rijden van Eindhoven, maar Nederlandse coaches staan niet ieder weekend langs de lijn in Mülheim. Toch hoopt de jonge keeper dat zijn prestaties ook in Nederland worden opgemerkt. ‘In samenvattingen sta je er als keeper meestal niet best op. Daar komen vooral de ballen die je niet had in beeld – de goals dus’, lacht hij. ‘Ik hoop dat er een beetje over me gesproken wordt. Dat mensen vinden dat ik me goed staande houd in deze nieuwe competitie. Uiteindelijk is het voor een keeper ook een beetje mond-tot-mondreclame. Ik ga er alles aan doen om niet vergeten te worden.’
Maar alleen vlieguren maken is niet genoeg. Verbeek weet dat hij zichzelf ook op andere vlakken moet blijven ontwikkelen. Vooral bij strafcorners ziet hij nog ruimte voor verbetering. ‘Maar ik ben ook een actieve keeper die graag uitkomt. Daar moet ik soms mijn weg nog in vinden. Keuzes maken: moet ik gaan of blijven staan? Ik moet situaties beter leren zien en lezen.’
In Duitsland leert Verbeek ondertussen ook veel van de aanvallers tegenover zich. ‘De spitsen zijn hier echt supergoed. Ik leer van al hun technieken: snelle, korte bewegingen, scoren uit de draai. Ze nemen het zaalhockey echt mee het veld op. Ze hebben allemaal een neusje voor de goal en zijn niet bang. Als iemand vanuit een hoek superhard op doel schiet, duiken ze gewoon voor je om te tippen. Het maakt ze niet uit of ze geraakt worden. Dat is in Nederland echt wel anders.’
Zelf mag Verbeek zich binnenkort ook weer opmaken voor zaalhockey. In Duitsland wordt die competitie een stuk serieuzer aangepakt dan in Nederland. Voor de keeper wordt het bovendien een hernieuwde kennismaking met het spelletje. ‘Ik ben benieuwd of ik het nog kan. Volgens mij heb ik zeker twee jaar niet meer getraind. Maar in de jeugd vond ik zaalhockey altijd geweldig.’
:quality(85):format(webp)/media/0b3917ae-a9fe-432e-8a99-1e25fd30a94b/ep_9210.jpg)
Ewout Pahud de Mortanges (foto)
Bizarre Bundesliga-weekenden
Dampende sporthallen en uitbundige supporters: Verbeek moet er nog even op wachten. De eerste seizoenshelft zit erop en de keeper heeft een paar weken vrij. Geen overbodige luxe, als je bedenkt in welk tempo de eerste elf wedstrijden zijn afgewerkt. De afstanden zijn groot en soms zijn de reisweekenden behoorlijk absurd. ‘Mijn heftigste weekend was er eentje waarvan ik niet eens wist dat het kon. Vrijdag vertrokken we aan het einde van de middag vanuit Duisburg, op een kwartier rijden van de club, met de trein naar Berlijn. Daar hebben we ’s avonds gegeten en de volgende ochtend speelden we om twaalf uur een wedstrijd. Meteen daarna gingen we door naar het station, voor de trein naar München. Daar kwamen we rond tien uur ’s avonds aan. De volgende ochtend speelden we opnieuw om twaalf uur. Daarna reisden we terug naar Duisburg, waar ik nog in de auto naar Eindhoven stapte. Rond middernacht was ik thuis. Op zondag’, vertelt hij lachend. ‘Ik denk dat ik in de toekomst nooit meer zal zeuren over reisafstanden. Waar ik ook speel.’
:quality(85):format(webp)/media/2fcb7e77-b173-4eb2-9b4c-90ede8b614c7/whatsapp-image-2026-11-02-at-163820.jpeg)
Uhlenhorst Mülheim