De mannen van Rotterdam beginnen zondag op bezoek bij Bloemendaal aan de verdediging van hun landstitel. Bij de ploeg van de nieuwe coach Jeroen Hertzberger hoopt cirkelspits Timme van der Heijden (21) voort te bouwen op zijn doorbraakjaar. Met dertien doelpunten – waaronder twaalf veldgoals – had hij vorig seizoen een belangrijk aandeel in de weg naar het kampioenschap. ‘Ik had niet verwacht dat het al zo snel zo goed zou gaan.’
Van der Heijden na topseizoen: 'Moet me het snot voor de ogen werken'
:quality(85):format(webp)/media/18b6f7f7-7bf9-4888-9ce8-3ac448eca1a3/ep-timmevderheijden.jpg)
Foto: Ewout Pahud de Mortanges
Het interview op de tribune van Rotterdam is nog maar nauwelijks begonnen als Timmes oudere broer Pepijn zich even in het gesprek mengt. Rotterdam heeft zojuist tijdens het ABN AMRO Hockey Weekend afgesloten met een 3-0 zege op Oranje-Rood. Pepijn staat toevallig in de buurt en luistert mee wanneer het aantal doelpunten van zijn jongere broer ter sprake komt.
‘Als we de achttien goals van Pepijn weglaten, was jij afgelopen seizoen de beste schutter van Rotterdam’, krijgt Timme voorgelegd. Zijn broer reageert meteen, met een knipoog: ‘Maar waarom zou je die achttien goals van mij überhaupt weglaten?’
Timme kan erom lachen. De strafcornerspecialist blijft met zijn achttien treffers dus gewoon bovenaan staan in het familieklassement. Maar ook de dertien doelpunten van zijn jongere broer mochten er zijn. Zeker omdat twaalf daarvan veldgoals waren. Als pure cirkelspits groeide Timme uit tot een belangrijk eindstation van de meest productieve ploeg van het voorbije Hoofdklasseseizoen.
Die doorbraak kwam voor hem sneller dan verwacht. Een seizoen eerder had hij door twee blessures nauwelijks gespeeld. ‘Ik denk dat ik toen in totaal maximaal zeventig minuten heb gemaakt. Daarom had ik niet per se zien aankomen dat het afgelopen seizoen al zo snel zo goed zou gaan. Maar ik ben er natuurlijk hartstikke blij mee. Hier kan ik alleen maar op voortbouwen.’
:quality(85):format(webp)/media/438f146f-998a-465c-88c1-37a24f0a3909/_ep_1183.jpg)
Timme van der Heijden in het duel met Oranje-Rood. Foto: Ewout Pahud de Mortanges
Eindstation
Van der Heijden profiteerde in het kampioensjaar volop van de aanvallende speelwijze van Rotterdam. De doelpunten kwamen vorig seizoen van alle kanten, maar opvallend vaak was hij degene die het laatste zetje gaf.
‘We zijn een heel aanvallend team en als spits wil je niets anders. Ik heb een paar doelpunten gratis kunnen intikken, doordat mijn teamgenoten via mooie combinaties de bal uiteindelijk bij mij kregen. Ik was vaak het eindstation van een heel mooie aanval.’
Helemaal gratis waren die treffers uiteraard niet. Een spits moet er eerst maar eens staan. Precies daarin schuilt de kracht van Van der Heijden. Hij is geen aanvaller die voortdurend naar de bal toe komt om zich nadrukkelijk met het spel te bemoeien. Soms ziet hij minutenlang nauwelijks een bal. Ondertussen blijft hij lopen, sleuren en ruimtes maken, wachtend op dat ene moment in de cirkel.
‘Dat is mijn rol binnen het team. Keihard werken, een optie zijn en wachten totdat de bal voorin komt. In de cirkel krijg ik de bal genoeg en daar moet ik mijn ding doen. Daarbuiten is het vooral me het snot voor de ogen werken en hopen dat je een keer lekker wordt aangespeeld.’
:quality(85):format(webp)/media/33bc4582-67b2-4c41-a483-c31679d37fc3/_ep_1003.jpg)
Van der Heijden in actie tegen Oranje-Rood. Foto: Ewout Pahud de Mortanges.
Vraag Timme van der Heijden naar zijn handelsmerk en hij hoeft niet lang na te denken. ‘Ik denk dat tachtig procent van mijn doelpunten tip-ins zijn. Niet zomaar ergens in de cirkel, maar binnen zes meter van het doel. Mijn kracht is dat ik voor de bal durf te springen, bij de palen lig en niet bang ben voor de bal. Dat is een typische goal van mij. Of eigenlijk gewoon een typische spitsengoal.’
Rotterdam gunt elkaar de bal
De vele doelpunten van Van der Heijden stonden vorig seizoen niet op zichzelf. Rotterdam beschikte over een aanval waarin het gevaar van vrijwel iedere positie kwam. Volgens de spits zit de kracht niet alleen in de individuele kwaliteit, maar vooral in de bereidheid om elkaar een doelpunt te gunnen.
‘Dat is het mooie aan onze aanval. Of iemand hem nu alleen maar hoeft binnen te tikken of een wereldgoal kan maken: we gunnen elkaar de bal. We weten elkaar heel makkelijk te vinden en kunnen elkaars kwaliteiten goed benutten.’
Rotterdam wil die aanvallende lijn dit seizoen doortrekken. De 88 competitiegoals van het kampioensseizoen betekenden een verbetering van het clubrecord van 2016-2017 (82). 'Geen idee of het ons lukt om dat doelpuntenrecord nog scherper te stellen', zegt Van der Heijden. 'Maar we gaan het wel proberen.'
:quality(85):format(webp)/media/5ff289ab-d315-4ff8-9722-93235733a229/bs-timme-van-der-heijden-play-offs.jpg)
Van der Heijden juicht na een doelpunt in de play-offs. Foto: Bart Scheulderman
Of Rotterdam bij de start van de competitie al meteen op volle toeren kan draaien, valt nog te bezien. De voorbereiding verliep ditmaal anders dan gebruikelijk. Door het WK ontbraken lange tijd veel internationals. Daardoor kregen jonge spelers en ploeggenoten die normaal minder minuten maken de kans om zelf het spel te bepalen.
Inmiddels is de selectie weer compleet. Tijdens een vierdaags teamuitje werden ook buiten het veld de banden opnieuw aangehaald. Dat was volgens Van der Heijden geen overbodige luxe na een zomer waarin iedereen zijn eigen programma volgde.
‘De één speelde het WK, de ander een EK U21 en weer een ander was op vakantie. We zijn lang uit elkaar geweest en moeten op het veld nog aan elkaar wennen. Daarom was het goed om elkaar ook buiten het hockey weer te vinden. Misschien is dat nog wel belangrijker.’
Vooral de trotse broer
Zelf sloot Van der Heijden zijn zomer af met Jong Oranje, dat zich in juli in Valencia tot Europees kampioen kroonde. Daardoor begon hij fit aan de voorbereiding en hoefde hij niet in zijn eentje loopprogramma’s af te werken.
Tijdens het WK keek hij vanzelfsprekend met extra belangstelling naar de Oranjemannen. Niet zozeer als spits die analyseerde wat zijn mogelijke concurrenten deden, maar vooral als trotse broer van Pepijn. ‘Hij mocht spelen in de groepswedstrijd tegen Argentinië en gelukkig zat ik op de tribune. We hadden eigenlijk een training met Rotterdam, maar ik kreeg toestemming om naar Pepijn te gaan kijken.'
Dat zijn broer inmiddels van Oranje heeft mogen proeven, voedt vanzelfsprekend ook zijn eigen ambities. De droom om international te worden, bestaat al sinds hij als twaalfjarige bij Berkel en Rodenrijs speelde. Haast heeft hij echter niet.
‘Die droom heb ik altijd gehad en die zal er ook altijd blijven. Daar blijf ik voor werken. Maar het is niet iets waarvan ik zeg dat het dit seizoen móét gebeuren. Er zijn heel veel goede spitsen in Nederland.’
:quality(85):format(webp)/media/fd7f5bd7-f5be-47b9-9a34-e89ee616d477/bs-timme_jong-oranje.jpg)
Van der Heijden als speler van Jong Oranje. Foto: Bart Scheulderman
Titel verandert de opdracht niet
Rotterdam begint het nieuwe seizoen niet meer als uitdager, maar als regerend landskampioen. Dat zorgt volgens Van der Heijden niet opeens voor extra druk. ‘Rotterdam is ieder seizoen een ploeg die andere teams graag willen kloppen. Of we nu landskampioen zijn, geen kandidaat voor de play-offs worden genoemd of het jaar daarvoor als tweede zijn geëindigd.’
Een nieuwe landstitel eisen, vindt de spits onrealistisch. Daarvoor zijn de verschillen tussen de topteams in de Hoofdklasse te klein. ‘Wij willen graag dominant zijn en gaan er met hetzelfde idee in als vorig seizoen. Maar je kunt niet zomaar opnieuw een titel eisen. Er zijn zeven ploegen die daar kans op maken. Vanaf zondag gaat het weer om de knikkers en moeten we voor ieder duel keihard vechten.’
Reacties (2)
Wat een zielige mensen met die duimpie's omlaag en lekker anoniem.
Allemaal jaloers.
Leuke gasten deze twee broers! De verdediging van Oranje kan wel wat vers bloed gebruiken met broer Pepijn. Dat quasie 'opbouwen' van Joep de M. heeft zijn langste tijd wel gehad in Oranje.