Op onze website kan je met hulp van Kai zoeken door alle pagina's en artikelen.
Uitblinker Veenendaal: ‘Ik voelde ook de emotie van mijn maatjes’
Ze pakte zaterdag in de gewonnen halve finale tegen SCHC drie shoot-outs. Maakte in twee wedstrijden zeven corners van het kanon Yibbi Jansen onschadelijk. En was daardoor de grote uitblinker bij haar ploeg. Anne Veenendaal stond op bij finalist Amsterdam. ‘Waarom noemde iedereen ons de underdog?’
:format(webp)/media/13be747d-ed07-4079-a0f7-d8e6a400ca87/bs-anne-veenendaal.jpg)
Bart Scheulderman
Uiteraard was ze uitgelaten nadat Veenendaal de beslissende shoot-out van Mette Winter keerde. De turn van de 23-jarige spits kaatste op haar legguards zo de cirkel uit. Game over. Na de feestelijke taferelen met haar team had ‘Annie’ gelijk oog voor haar tegenstanders. Volgden lange knuffels met Xan de Waard en Marleen Jochems, die haar huilend in de armen vielen. Concurrenten en beste vriendinnen, op hetzelfde moment.
‘Natuurlijk was ik zelf heel blij en trots’, vertelt Veenendaal. ‘Maar ik zie ook hun emotie. Ze zijn mijn twee beste maatjes, dus doet dat ook wat met mij. Die kant voelde ik ook vandaag. Ik hoefde eigenlijk niets te zeggen. Elkaar alleen maar even vast te houden. Dat was voor mij heel logisch. Het tekent de band die ik met hen heb. Dat zijn vriendschappen die ik hopelijk de rest van mijn leven mag koesteren. Ik gun hen de wereld.’
De Oranje-goalie blonk donderdag al uit. Maar zaterdag stak Veenendaal helemaal in bloedvorm. ‘Tsja, kon er iets beter?’, herhaalt ze diep nadenkend de vraag. ‘Ze scoorden natuurlijk een shoot-out. Maar of ik daar veel aan kon doen? Misschien als je het zeshonderd keer analyseert, dan wel. En die goal in de wedstrijd, die kon ik helemaal niet zien. Ik gokte nog een beetje welke kant-ie opging. Maar dat was het wel.’
:format(webp)/media/a3e0de50-da04-4c05-83f8-3a12a19f374a/bs-veenendaal-jochems.jpg)
Anne Veenendaal troost Marleen Jochems. Foto: Bart Scheulderman
Relaxter dan vijf jaar geleden
Interessanter waren de saves die Veenendaal op de cruciale momenten verrichte. Alle gestopte corners, waaronder eentje twee minuten voor tijd. En dus die drie shoot-outs. ‘Ik voelde me goed en rustig. Dat gevoel heb ik al een tijdje. Ik word ook ouder hè. Dat vind ik op zich niet leuk, haha. Maar de ervaring die je erdoor opdoet is wel fijn. Ik ben nu veel relaxter dan een jaar of vijf geleden.’
‘Toen kon ik heel erg blijven stressen over kleine dingen. Oh, ik liet een bal door en had ‘m kunnen pakken. Daar bleef ik dan in hangen. Omdat je meer hebt meegemaakt, kun je beter relativeren. Als je dan een bal hebt doorgelaten, denk ik aan alles wat wel fijn is. Dat ik een goed leven heb. Een leuk huis. Een lieve hond. Zulke dingen. Dat som ik dan op in mijn hoofd. En dat maakt me weer rustig.’
Ze denkt terug aan een moment in de eerste halve finale, die Amsterdam donderdag met 3-2 won. ‘Toen kregen we een corner tegen op het moment dat onze uitlopers niet handig waren gewisseld. Nu dacht ik heel rustig: dan gaat iemand anders dat toch doen. Ik weet dat wanneer ik daarover ga stressen de rest ook onrustig wordt.’
:format(webp)/media/05f56f01-7d62-473a-a043-55a4361c7e1d/bs-veenendaal-sc.jpg)
Foto: Bart Scheulderman
Underdog
Met die mindset ging ze ook de shoot-outs in. ‘Dat gevoel had ik ook op de Olympische Spelen in Parijs. Was ik rustig dat het op shoot-outs aankwam, in plaats van dat ik daar juist spanning van kreeg. Het voelde bij mij goed. En gelukkig maakten onze nemers ze ook.’
Toevallig loopt een van de succesvolle shoot-out-nemers van Amsterdam - Marijn Veen - net langs. De aanvallende middenvelder was net als donderdag een van de uitblinkers bij haar team. ‘Ze was goed hè, niet normaal’, zegt Veenendaal bewonderend. ‘Ik weet soms niet wat ik zie. Geen enkele bal springt van haar stick. Ze heeft alles.’
Aan de hand van Veen en Veenendaal schakelde de nummer vier van de reguliere competitie de ongeslagen koploper uit Bilthoven uit. Een stunt. Een verrassing. Een zege van de underdog. ‘Underdog, underdog…waarom zeggen jullie dat allemaal?’, zegt Veenendaal, quasi geërgerd. ‘Ik krijg dat in alle interviews te horen. Is het dan zo onverwachts wat wij doen?’
:quality(85):format(webp)/media/66ae789a-3e9e-4712-93f7-4f8cfb6dbee2/hfn260516795434.jpg)
Foto: Bart Scheulderman
Snelheid en onbevangenheid
Ze zoomt een beetje uit. ‘Ik snap aan de andere kant ook wel hoe dat van de buitenkant lijkt. Er zijn in de zomer veel nieuwe mensen bij ons gekomen. De eerste seizoenshelft ging het nog stroef. Daarna kwam ons spel - aanvallend, met snelheid en onbevangenheid - steeds beter uit de verf. Dat zag je donderdag wel wat beter dan zaterdag. Toen kwam het meer aan op strijdlust.’
Ze lacht: ‘Ik dacht in het begin ook: ik ben al dertig jaar, gaat dat wel matchen met al die jonkies? Maar dat gaat echt fantastisch.’
Die mix van piepjonge nieuwkomers en grote, gevestigde namen - naast Veen en Veenendaal beschikt Amsterdam bijvoorbeeld ook nog altijd over Felice Albers en Freeke Moes - schopte het dus ‘opeens’ tot de finale. ‘Nee, niet opeens’, countert Veenendaal. ‘We wisten echt dat dit erin zat. Ook tegen SCHC. Ook als nummer vier. Ik ben drie keer kampioen geworden en volgens mij was dat nog nooit als nummer één van de competitie. Dus ehh…misschien ligt die rol ons ergens ook wel?’