Op onze website kan je met hulp van Kai zoeken door alle pagina's en artikelen.
Thijs van Dam: ‘Het gaat om die ene titel, met je vrienden’
Natuurlijk was het maandagmiddag op het veld van Rotterdam één groot gekkenhuis. In badjassen spoten de kersverse kampioenen flessen champagne over elkaar leeg. Aanjager van al dat feest was Thijs van Dam. De aanvoerder van Rotterdam die een droom zag uitkomen.
:quality(85):format(webp)/media/7f5bf147-c934-4135-986c-a945592be47b/wv1r3005.jpg)
Willem Vernes
Met een sliert van teamgenoten en dolgelukkige fans ging Van Dam maandag over het veld. Zwervend van links naar rechts, zoals muzikaal werd voorgeschreven door de Snollebollekes. Ze schreeuwden allemaal de longen uit het lijf tijdens ‘I will survive’. Ze zweefden op een groen-witte wolk en heel Rotterdam deinde mee.
‘Die badjas zit heerlijk’, zegt het 29-jarige boegbeeld van Rotterdam, als hij heel even is ontsnapt aan het feestgedruis. ‘Dit betekent zoveel voor mij. We hebben hier allemaal van gedroomd. Er zo ontzettend hard naar toegewerkt. Het is nog allemaal heel onwerkelijk.’ Hij werpt een blik op de massa. ‘Maar als ik om me heen kijk, dan is het echt waar.’
Hij neemt de feestende omgeving eens goed in zich op. ‘Ik zie het geluk van mijn teamgenoten. Van de club. Ik zie wat dit doet. Wat voor feest dit is. Dit is de mooiste wedstrijd die ik in een shirt van Rotterdam heb gespeeld. Niet zo zeer qua hockey. Maar wel om wat het betekent.’
:quality(85):format(webp)/media/b46b1a26-efe3-466f-855c-3ef0e2f26031/wv1r2358.jpg)
Foto: Willem Vernes
Van de negende plek naar de top
En dan doelt Van Dam niet op de plak die sinds een paar minuten om zijn nek bungelt. ‘Nee, het gaat niet om de medaille. Er zijn zoveel mensen landskampioen geworden. Het gaat om het gevoel en het verhaal erachter.’
Dat verhaal begint zes jaar geleden, toen Rotterdam een andere koers koos. Er werd, al dan niet noodgedwongen, afscheid genomen van de komst van tijdelijke buitenlandse toppers. Het vizier ging op de jeugd en de toekomst. Een jong Nederlands team, dat op termijn de top kon bereiken.
‘We hebben Justen Blok als negentienjarige centraal achterin gezet. Twee jaar later werden we negende. Maar de jonge, goede jongens bleven. Gasten zoals Pepijn van der Heijden, Olivier Hortensius en Guus Jansen. Zij kregen de ruimte om zich te ontwikkelen en bleven hier. En jongens die hun club trouw blijven, dat is zo ontzettend mooi.
:quality(85):format(webp)/media/86d0db74-15f5-4678-bb69-05757541feef/wv2r1164.jpg)
Van Dam met Menini na de beslissende 2-2. Foto: Willem Vernes
Uit de grond van zijn hart: ‘Daarom zou ik tegen alle jongens willen zeggen, die op een club zitten waar je dit kan bereiken: blijf waar je zit. Investeer in elkaar. Een titel in dertien jaar is zoveel meer waard, dan wanneer je naar een topteam gaat en daar een titel ophaalt. Het gaat niet om drie titels. Het gaat er om eentje, die je met je vrienden haalt.’
Toonbeeld van clubtrouw
Van Dam is zelf het toonbeeld van clubtrouw. Hij kwam in de C’tjes van Ring Pass naar Rotterdam en ging nooit meer weg. In het jaar na de vorige landstitel debuteerde de aanvallende middenvelder, die in 2024 met Oranje goud won in Parijs. ‘De laatste jaren belden andere clubs me niet meer. Omdat ze wisten dat ik hier wilde blijven. Ik raak er emotioneel van dat die jonge gasten die ik noemde dat ook hebben gedaan. Gasten die iedereen wilde hebben. Ze bleven, ook als er hier iets misging. We geloofden erin met elkaar. Dit hebben we zelf gecreëerd, uit het niets.’
De ervaren captain gaf zelf het goede voorbeeld in de dubbele finale. Hij was degene die het vuurtje aanstak in de eerste wedstrijd. ‘Het gaat in dit soort wedstrijden niet om tactiek. Of om een balletje aannemen. Het gaat om een gevecht ervan te maken. En als je dat als leider van je groep vraagt, moet je het goede voorbeeld geven.’
:quality(85):format(webp)/media/38b93ef7-6485-47ba-9396-42428de9768f/wv1r2454.jpg)
Van Dam en de beker. Foto: Willem Vernes
‘Ik heb gezegd: als we die fokking medaille willen, moeten we ‘m halen. Je krijgt hem niet in je handen gedrukt. Het was niet makkelijk, maar we hebben het wel afgedwongen. En ze pakken dit ons nooit meer af.’
Want wat had Rotterdam het zwaar, met name in het laatste kwart. Daarin kreeg Amsterdam zes corners en raakten de bezoekers de paal. ‘Het was overleven, dat klopt. Maar de eerste drie wedstrijden in de play-offs hebben we allemaal gewonnen. Dus dan ben je wel een terechte kampioen, toch?’