Op onze website kan je met hulp van Kai zoeken door alle pagina's en artikelen.
Opleidingsvergoeding nog ver weg: ‘De belangen lopen te ver uiteen’
Onlangs hielden oud-international Jacques Brinkman en Schaerweijde-coach Razwan Ahmed een vurig pleidooi voor de invoering van een opleidingsvergoeding. Maar hoe denken andere hoofdklasseclubs hier eigenlijk over? Voorlopig lijkt een akkoord nog ver weg. ‘De belangen lopen te ver uiteen.’
:quality(85):format(webp)/media/457d9b7e-3ee8-4da5-a03e-937e7dd165b1/kampong-clubhuis-bs.jpg)
Foto: Bart Scheulderman
Amsterdam, dat deze zomer met Yara Akkerman en Roos Alkemade twee jonge talenten overneemt van HDM, geldt als een van de clubs waar in de discussie het vaakst naar wordt gewezen. Maar de club wil zich niet mengen in het debat over een opleidingsvergoeding. Tophockeybestuurder Dennis Dijkstra laat weten dat Amsterdam geen inhoudelijke reactie geeft.
Kampong geldt eveneens als een hoofdrolspeler in de discussie. De club uit Utrecht, die deze zomer de broers Juup en Peppe Veen overneemt van Schaerweijde, voelt weinig voor de invoering van een opleidingsvergoeding. In een schriftelijke reactie laat de club weten te begrijpen dat het ‘onrechtvaardig kan voelen’ wanneer jarenlang opgeleide talenten zonder vergoeding vertrekken, maar betwijfelt het of een opleidingsvergoeding daarvoor de juiste oplossing is.
Eén van de redenen: ‘Een opleidingsvergoeding veronderstelt dat clubs die talenten overnemen die vergoeding ook daadwerkelijk kunnen betalen. Voor Kampong geldt dat dit zeker niet vanzelfsprekend is. Onze budgetten zijn niet onbeperkt. Een verplichte vergoeding zou ons dwingen te kiezen: betalen we de vergoeding, of houden we het geld beschikbaar voor de begeleiding en ontwikkeling van de spelers die we al hebben?’
:quality(85):format(webp)/media/ebf96d04-0ea6-41ea-950c-a517daeeb756/alkemadeakkerman-wv.jpg)
Roos Alkemade en Yara Akkerman verruilen HDM voor Amsterdam. Foto: Willem Vernes
Daarnaast vreest Kampong dat een vergoedingensysteem de verschillen tussen clubs juist verder vergroot. ‘Wie het meest kan betalen, koopt het meeste (internationale) talent. De kloof tussen grote en kleine hoofdklasseclubs, die nu al bestaat, wordt daarmee breder.’ Ook zouden spelers die na hun jeugdopleiding naar een andere club over willen stappen, kunnen worden beperkt in hun keuzes: ‘Kan en wil de nieuwe club een opleidingsvergoeding betalen? Dat helpt het Nederlandse hockey als geheel niet verder.’
Ook SCHC is geen voorstander van een opleidingsvergoeding. Volgens tophockeycommissaris Willem Boot is zo’n regeling onnodig, omdat de kosten voor talentontwikkeling in de praktijk al bij ouders worden neergelegd. Bij de Bilthovense club betalen jeugdspelers in opleidingsteams bovenop de algemene contributie van ongeveer vijfhonderd euro nog eens een vergelijkbaar bedrag aan tophockeytoelage.
Daarmee worden faciliteiten als het gebruik van een waterveld, gespecialiseerde trainers en extra begeleiding bekostigd. Vanuit dat perspectief voelt een opleidingsvergoeding volgens Boot als dubbelop. ‘De club heeft dan namelijk niet geleden aan het opleiden van het kind’, zegt hij. ‘De ouders hebben het al betaald.’
:quality(85):format(webp)/media/d6565569-c32f-4b3b-9e0a-d284fd3ac6c7/schaerweijde-bs-5.jpg)
Schaerweijde-spelers Juup en Peppe Veen vertrekken naar Kampong. Foto: Bart Scheulderman
Den Bosch is juist wél voorstander van een opleidingsvergoeding, zegt tophockeybestuurslid Marc Lammers. Hij ziet de discussie breder dan alleen de financiële kant. ‘Het is in het belang van het hockey dat er clubs zijn met een goede jeugdopleiding. Nu gaan spelers gratis weg, terwijl clubs wel in die opleiding hebben geïnvesteerd.’
Lammers waarschuwt voor een scenario waarin clubs stoppen met investeren in de jeugd. ‘Stel je voor dat clubs als HDM of Schaerweijde straks denken: we investeren niet meer in de jeugd, want de grootste talenten gaan uiteindelijk toch weg en we krijgen er niets voor. Dat is niet goed voor de jeugdopleiding. En dus niet voor het Nederlandse hockey.’
Lammers denkt bovendien dat een opleidingsvergoeding clubs kan stimuleren meer in hun eigen jeugdopleiding te investeren. ‘Als andere clubs straks moeten betalen voor spelers, gaan ze misschien ook denken: we moeten onze eigen jeugdopleiding beter op orde hebben.’
:quality(85):format(webp)/media/3ec62909-7cb9-4a42-866c-c3953f895746/marclammers-wv.jpg)
Den Bosch-tophockeybestuurslid Marc Lammers is voorstander van een opleidingsvergoeding. Foto: Willem Vernes
Bij Oranje-Rood is de impact van het huidige systeem duidelijk zichtbaar. De club ambieerde enkele jaren geleden bij de vrouwen nog de traditionele top drie aan te vallen, met play-offplekken tussen 2017 en 2019. Maar inmiddels is die ambitie losgelaten. Het vertrek van meerdere topspeelsters speelde daarin een belangrijke rol. Vier internationals die actief waren op de Olympische Spelen in Parijs – Yibbi Jansen, Freeke Moes, Laura Nunnink en Lisa Post – werden bijvoorbeeld deels opgeleid in Eindhoven, maar vertrokken al jaren geleden naar andere clubs.
Daar zit volgens Harry van Hout precies de pijn van het huidige systeem. ‘Clubs investeren structureel in jeugdopleidingen, zonder dat daar later iets tegenover staat. Je maakt kosten voor trainers en staf, noem maar op. Maar je beste spelers lopen voor nul euro de deur uit.’
:quality(85):format(webp)/media/e9b1fbbe-82eb-4f12-9a87-a1568d914349/schaerweijde-bs-3.jpg)
Schaerweijde-coach Razwan Ahmed pleit voor een opleidingsvergoeding. Foto: Bart Scheulderman
De discussie gaat niet alleen over de vraag óf er een opleidingsvergoeding moet komen. Minstens zo ingewikkeld is de uitwerking daarvan. Want waar ligt de grens? Vanaf welke leeftijd heeft een club dan recht op een vergoeding? En hoe ga je om met jeugdspelers van topclubs die de top uiteindelijk niet halen en bij lagere clubs terechtkomen? Moeten deze clubs daar dan ook voor betalen? Ook de hoogte van de bedragen blijft onderwerp van discussie.
De vraag is vooral hoe een opleidingsvergoeding eerlijk en werkbaar moet worden ingevoerd. Schaerweijde-coach Razwan Ahmed pleitte ervoor om een vergoeding te laten gelden tot en met 21 jaar. Oud-international Jacques Brinkman kijkt naar het voetbal als voorbeeld, waar clubs worden gecompenseerd voor opleidingsjaren tussen Onder 11 en Onder 19. Marc Lammers pleit er juist voor om vanaf veertien jaar te rekenen.
Juist die uiteenlopende visies maken duidelijk waarom een akkoord voorlopig nog ver weg is. Kampong: ‘Wij geloven niet dat clubs onderling tot een werkbaar systeem komen. Daarvoor lopen de belangen te ver uiteen, zoals deze discussie al aantoont. De KNHB moet hier de regie nemen: een werkgroep instellen, stakeholders aan tafel brengen en op basis van feiten en eerlijke gesprekken beleid ontwikkelen dat de sport als geheel verder brengt.’
Reacties (1)
Ik vind het vooral interessant om een discussie te starten over jeugdspelers die al op jonge leeftijd overstappen. Zo benadert Kampong actief jeugdspelers voor hun jeugdteams, omdat ze anders geen goed jeugdteam zouden hebben. Zo gebeurt dat ook wisselend In het Amsterdamse bos en in Den Haag. Maar ook SCHC en Den Bosch werken als een magneet op jeugdspelers. Het verschil in kwaliteit van opleiden tussen de verenigingen wordt ook steeds groter. Hoe je het oplost? Het lijkt mij heel lastig.