Ze is hersteld van haar knieblessure, maar daarmee is het zwaarste jaar uit het leven van Laura Nunnink (31) nog niet voorbij. Na een revalidatie van ruim een jaar miste de 205-voudig international deze zomer het WK waarop ze zo haar zinnen had gezet. Tijdens dat toernooi werd haar sportieve verdriet bovendien overschaduwd door een tragisch verlies in haar directe omgeving. 'Ik heb veel zin om weer wedstrijden te spelen. Toch heb ik ook een paar keer als een zombie op de training gestaan.’
Nunnink is terug na zwaar jaar: ‘Mijn hoofd is soms nog ergens anders’
:quality(85):format(webp)/media/3df1f93c-5ee6-4e60-9848-0cb220d68625/wv-nunnink-oranje.jpg)
Laura Nunnink. Foto: Willem Vernes
Kort na een training spreekt Nunnink in het clubhuis van Den Bosch openhartig over alles wat haar sinds haar zware knieblessure is overkomen. Het is rustig op de club. De internationals genieten nog van een korte vakantie na het WK, terwijl de 31-jarige middenvelder zich met haar andere ploeggenoten voorbereidt op de competitiestart van 27 september. Nunnink kan weer sprinten, draaien en afremmen. Ze werkt alle trainingen volledig af en vertrouwt haar knie weer. Na ruim een jaar revalideren staat fysiek niets haar terugkeer in de weg.
Dat was lang niet vanzelfsprekend. In mei 2025 beschadigde ze tijdens de eerste van twee playoff-finales tegen SCHC haar kruisband en meniscus. De 205-voudig international, in haar lange loopbaan nauwelijks geblesseerd geweest, rekende aanvankelijk op negen maanden herstel. Vanwege haar kapotte meniscus maakte de orthopeed daar al snel minstens tien en een halve maand van.
‘Is dit dan mijn nieuwe normaal?’
Vooral in januari en februari stokte haar herstel. Tijdens inspanningen hield de knie zich vaak nog redelijk, maar daarna kon Nunnink haar been moeilijk strekken. ‘Op een gegeven moment denk je: is dit mijn nieuwe normaal? Blijft dit voor altijd zo? Stiekem heb je wel een datum voor je rentree in je hoofd. Alleen moest ik die datum steeds weer verplaatsen.’
Littekenweefsel in haar kniegewricht bleek haar herstel te belemmeren en maakte in maart een extra operatie noodzakelijk. Daarmee verdwenen de play-offs met Den Bosch definitief uit beeld en kwam ook haar grote doel voor de zomer, het WK in eigen land, op de tocht. De ingreep zorgde voor nieuwe vertraging, maar ook voor opluchting: eindelijk kende Nunnink de oorzaak van haar klachten en kon ze weer vooruit.
‘Over het algemeen heb ik geprobeerd positief in de revalidatie te staan', blikt de middenvelder terug. 'Maar soms word je door de tegenslagen heel hard op je plek gezet. Dan zat ik er echt doorheen, raapte ik mezelf weer bij elkaar en ging ik door. Je hoort mensen zeggen dat je altijd veel leert van zo'n proces, maar ik had het liever niet meegemaakt. Ik gun het echt niemand.’
:quality(85):format(webp)/media/8ce476b3-62cd-4255-a276-251f0aa396d0/wv-nunnink-blessure.jpg)
Het moment van de knieblessure. Foto: Willem Vernes
Wel bij de ploeg, maar minder contact
Het fysieke herstel was zwaar, maar minstens zo moeilijk vond Nunnink de afstand die ontstond tot haar ploeggenoten. Ze bleef trainingen en wedstrijden van Den Bosch bezoeken en at geregeld mee met de groep. Toch voelde ze steeds sterker dat aanwezig zijn niet hetzelfde is als meedoen.
‘Op zondag ben je erbij, maar iedereen gaat zich omkleden en speelt de wedstrijd. Jij staat aan de kant. Je bent wel bij het team, maar eigenlijk heb je veel minder contact’, zegt ze.
Juist de ogenschijnlijk onbelangrijke momenten ging ze missen. ‘De grapjes in de kleedkamer, of iemand die tijdens het inlopen vertelt wat ze heeft meegemaakt. Je komt ongemerkt steeds verder van iedereen af te staan. Het team heeft superveel moeite gedaan om mij erbij te houden, maar soms voel je je toch heel erg alleen.’
Nunnink benadrukt dat ze niemand iets verwijt. De afstand was volgens haar simpelweg een gevolg van de situatie. Haar ploeggenoten deden er juist alles aan om haar betrokken te houden. In hun zomervakantie kwamen verschillende speelsters naar de club om samen met haar te trainen.
‘Daardoor had ik toch mijn hockeymomenten. Dat die meiden tijdens hun vakantie speciaal voor mij kwamen meetrainen, vind ik heel bijzonder. Daar ben ik ze enorm dankbaar voor.’
'Ik denk dat ik fit genoeg was om het WK te spelen. Ik denk ook dat ik daar iets had kunnen toevoegen'
Weerzien met Oranje
Het WK van 2026 bleef al die maanden haar stip op de horizon. Terwijl haar Oranje-ploeggenoten in juni acht wedstrijden in de FIH Pro League afwerkten en daarna vakantie hadden, werkte Nunnink door aan haar herstel. Ze trainde onder meer mee met Jong Oranje en kreeg hulp van ploeggenoten bij Den Bosch. Alles was erop gericht om op 13 juli te kunnen aansluiten bij de nationale ploeg.
Dat lukte. Bondscoach Raoul Ehren gaf haar twee weken de gelegenheid om zich te laten zien. Nunnink kon iedere training volledig meedoen en was positief over het niveau dat ze haalde. ‘Na zo’n lange periode zonder hockey denk je toch even: kan ik het nog? Maar ik merkte dat ik fysiek stappen maakte en was tevreden over mijn spel.’
Ook binnen de spelersgroep voelde ze zich onmiddellijk weer thuis. ‘Ik was er lang niet bij geweest, maar de connectie was er snel weer. Met veel meiden heb ik al veel meegemaakt. Ze vonden het leuk voor mij dat ik weer kon meedoen, maar waren ook gewoon blij dat ik er weer was.’
:quality(85):format(webp)/media/1e75454b-1774-4c36-8b30-235f920adf66/wv-nunnink_ehren.jpg)
Laura Nunnink en Raoul Ehren, met wie ze eerder samenwerkte bij Den Bosch. Foto: Willem Vernes
Toch was er twee weken later geen plaats voor haar in de WK-selectie. Ehren vertelde Nunnink dat hij tevreden was over zijn middenveldbezetting. Die stond als een huis. Nunnink had in de korte periode waarin ze meetrainde niet voldoende laten zien om binnen die bestaande hiërarchie veranderingen aan te brengen.
Nunnink begrijpt de redenering, maar verschilt sportief van mening met de bondscoach. ‘Ik denk dat ik fit genoeg was om het WK te spelen. Ik denk ook dat ik daar iets had kunnen toevoegen. Ik had alles meegetraind en niet minder gedaan dan de andere meiden. Ook de fysieke belasting van het spelen van zeven wedstrijden in twee weken zag ik niet als een probleem.’
Tegelijkertijd erkent ze dat Ehren haar slechts kort aan het werk had gezien. ‘Als hij tevreden is over wat hij al heeft, kan ik daar van alles van vinden. Het blijft zíjn keuze. Ik wist vooraf dat het een heel lastig verhaal zou worden.’
Nunnink was diep teleurgesteld. Niet alleen omdat ze een WK in eigen land miste, maar vooral omdat het toernooi tijdens haar revalidatie zo lang symbool had gestaan voor haar terugkeer. ‘Het is lastig als je zoveel hebt geïnvesteerd en je je doel uiteindelijk niet bereikt', zegt ze. 'Het was een heel zwaar jaar, met heel veel teleurstellingen. Dan gun je jezelf iets anders als beloning.’
:quality(85):format(webp)/media/1bfab573-8068-4425-8b38-114d920cacba/wv-nunnink.jpg)
Nunnink als Oranje-international. Foto: Willem Vernes
Alles in een ander perspectief
Veel tijd om die teleurstelling een plek te geven, was er niet. Tijdens het WK kreeg Nunnink een veel grotere klap te verwerken. De moeder van haar vriend Danny Stempher, topijshockeyer bij Tilburg Trappers, overleed volkomen onverwacht. Het zette hun leven volledig op zijn kop. Oranje verdween van het ene op het andere moment uit haar gedachten.
'We hadden haar een paar dagen daarvoor nog gezien. Ze was nooit ziek, was altijd hartstikke vrolijk en stond vol in het leven. En dan ineens is ze er niet meer. Dat is een heel grote schok.’
Van het WK zag Nunnink vrijwel niets. Alleen voor de finale tussen Nederland en Argentinië zette ze even de televisie aan. Of ze zonder het overlijden van haar schoonmoeder meer van het toernooi had bekeken, weet ze niet. Haar teleurstelling over het gemiste WK werd volledig overschaduwd door het verlies.
Hoezeer haar sportieve teleurstelling en het persoonlijke verdriet in die periode door elkaar liepen, bleek uit de woorden van haar vriend. ‘Danny zei tegen me: ik had het jou zo gegund om daar op het WK te staan. Maar tegelijkertijd ben ik blij dat jij er nu voor mij kunt zijn.’
:quality(85):format(webp)/media/e881c470-56ca-42df-b2f0-d4446f28e1f8/wv2025_wv2r1214.jpg)
Nunnink op krukken, met rechts ploeggenote Anouk Brouwer. Foto: Willem Vernes
‘Ik heb een paar keer als een zombie op de training gestaan.'
Nunnink en haar vriend zitten nog midden in de nasleep van het overlijden. Naast het verdriet vraagt ook alles wat daarbij komt kijken veel tijd en energie. Op vrije dagen reizen ze naar de woonplaats van haar schoonmoeder om samen met de familie alles af te handelen wat bij een sterfgeval komt kijken.
Ondertussen bereidt Nunnink zich voor op de rentree waarnaar ze zo lang heeft uitgekeken. Ze geniet ervan dat ze weer met haar ploeggenoten op het veld staat, maar beseft tegelijkertijd dat rouw zich niet laat uitschakelen zodra ze het hockeyveld opstapt.
‘Ik heb een paar keer als een zombie op de training gestaan. Het is niet dat de zin om lekker met de meiden te hockeyen er niet meer is. Ik heb zo lang aan de kant gestaan en vind het superleuk om weer op het veld te staan en overal bij te zijn. Alleen merk ik dat ik soms moe ben en met mijn hoofd nog ergens anders zit.’
:quality(85):format(webp)/media/7c5a86d3-03c7-43e4-9895-529a56842c9b/bs-nunnink-vs-belgie.jpg)
Nunnink in actie tegen België in 2024. Foto: Bart Scheulderman
Toekomst bij Oranje volledig open
Of haar interlandloopbaan nog een vervolg krijgt, weet Nunnink op dit moment niet. Haar laatste interland dateert van februari 2025, enkele maanden voordat ze geblesseerd raakte. Tijdens haar revalidatie schoof ze de vraag over haar toekomst bij Oranje bewust voor zich uit. Eerst wilde ze herstellen en proberen het WK te halen. ‘Dat toernooi was echt mijn stip op de horizon. Ik had steeds tegen mezelf gezegd: daarna ga ik pas verder kijken.’
Dat moment is inmiddels voorbij, maar door totaal andere omstandigheden dan ze zich had voorgesteld. Een beslissing over Oranje heeft daarom geen haast. ‘Ik hoef nu niets te beslissen. Eerlijk gezegd heb ik er nog niet echt over nagedacht. Mijn hoofd staat er niet naar.'