Over twee dagen rolt de bal op het WK in Nederland en België. De Oranjevrouwen beginnen zaterdag tegen Chili, een dag later openen de Oranjemannen tegen Nieuw-Zeeland. Hoog tijd om beide selecties eens langs de statistische meetlat te leggen. Dit zijn twintig Oranje-stats waarmee je tijdens het WK voor de dag kunt komen.
Met deze Oranje-stats maak je straks indruk tijdens het WK
:quality(85):format(webp)/media/46b515ef-9127-48bf-8628-2f951554e741/wv2026_wv1r3883_5.jpg)
De WK-selectie van de Oranjemannen. Foto: Willem Vernes
Oranjemannen
De twintig geselecteerde Oranjemannen hebben samen 2.231 interlands gespeeld: dat is gemiddeld 111,6 caps per speler. Daarmee is Nederland de vijfde meest ervaren mannenploeg op het WK.
Liefst twaalf van de twintig spelers zijn honderdvoudig international. Alleen India heeft er meer: dertien.
Zes Oranje-internationals hebben al minimaal 150 interlands in de benen: Thierry Brinkman (218), Joep de Mol (190), Jorrit Croon (176), Lars Balk (169), Jonas de Geus (160) en Floris Wortelboer (151).
Brinkman is de enige Nederlander met 200+ caps. Met 218 interlands is hij tegelijkertijd de meest ervaren speler én met 88 goals de topscorer van de Oranje WK-selectie.
De complete selectie heeft samen 398 interlandgoals gemaakt. Nederland staat daarmee zevende van de zestien mannenploegen.
:quality(85):format(webp)/media/54318927-965e-4fd1-aa35-a3e32e171a8a/wv2025_wv2r6795.jpg)
Jip Janssen en Thierry Brinkman. Foto: Willem Vernes
Brinkman (88) en Jip Janssen (84) hebben samen 172 van die 398 goals gemaakt: ruim 43 procent van de totale productie.
Nederland heeft met een leeftijdsgemiddelde van 28,2 jaar de op vier na oudste mannenselectie van het WK. Toch zit er geen uitgesproken veteraan tussen: Brinkman is met 31 jaar en 149 dagen al de oudste speler. Bij negen andere landen is de oudste speler minstens 34 jaar.
Pepijn van der Heijden is met 23 jaar en 115 dagen de jongste speler in de groep. Alleen hij en spits Duco Telgenkamp zijn bij de start van het WK jonger dan 25. Daarmee heeft Oranje samen met Engeland en Ierland de minste spelers onder de 25 jaar van alle mannenploegen: twee. Overigens is Van der Heijden met zestien caps ook de minst ervaren veldspeler.
Kampong en Rotterdam leveren ieder zes internationals en daarmee samen twaalf van de twintig spelers. Bloemendaal levert er drie, Den Bosch en Oranje-Rood ieder twee en Amsterdam één.
:quality(85):format(webp)/media/15a3bf01-633d-4676-9a9d-6e86473c39ec/oranje-dames-wk-2026-wv.jpg)
De WK-selectie van de Oranjevrouwen. Foto: Willem Vernes
Oranjevrouwen
De twintig Oranjevrouwen hebben samen 1.969 interlands gespeeld, gemiddeld 98,5 per speelster. Daarmee is Nederland qua totale interlandervaring zevende van de zestien vrouwenploegen. Dat is opvallend, want Oranje heeft wel de op twee na oudste selectie.
Negen speelsters zijn honderdvoudig international. Alleen België (elf) en Chili (tien) hebben er meer.
Vijf speelsters staan boven de 150 caps: Xan de Waard (245), Frédérique Matla (171), Pien Sanders (162), Sanne Koolen (156) en Anne Veenendaal (154).
De Waard is de enige met meer dan 200 interlands. Oranje beschikt tegelijkertijd over drie speelsters met nog geen twintig caps: Guusje Moes (drie), Daantje de Kruijff (acht) en Eline Jansen (zeventien). Het verschil tussen de meest en minst ervaren speelster is dus enorm: 245 caps tegenover drie.
De Oranjevrouwen hebben samen 460 interlandgoals gemaakt. Alleen Argentinië (551) heeft een productievere WK-selectie.
Frédérique Matla is met 119 goals topscorer van dit Oranje, nét voor Yibbi Jansen met 111. Matla en Jansen hebben samen 230 interlandgoals gemaakt: exact de helft van alle 460 doelpunten in de selectie.
:quality(85):format(webp)/media/33b52a15-78d3-4a46-bcd0-6ea75311ef1c/wv2025_wv2r4620.jpg)
Frédérique Matla en Yibbi Jansen. Foto: Willem Vernes
Jansen is daarbij statistisch de meest uitzonderlijke: 111 goals in 113 interlands, oftewel 0,98 per wedstrijd. Dat is het hoogste doelpuntengemiddelde van álle WK-speelsters.
Alleen Matla en Yibbi hebben meer dan vijftig interlandgoals. Daarna volgt Marijn Veen op 36, op de voet gevolgd door Felice Albers (35), Joosje Burg (32), Pien Dicke (32) en Freeke Moes (32).
Met gemiddeld 27,5 jaar heeft Nederland de op twee na oudste vrouwenploeg, achter Chili en Engeland. Toch is ook hier de oudste speelster nog maar dertig: keeper Josine Koning telt 30 jaar en 348 dagen bij de start van het toernooi.
Guusje Moes is met 21 jaar en 300 dagen de jongste Oranje-international. Slechts drie speelsters van Oranje zijn bij de start van het WK jonger dan 25. Geen enkele andere vrouwenploeg heeft minder internationals onder de 25 dan Nederland.
De clubverdeling is bijzonder overzichtelijk: Den Bosch en SCHC leveren ieder zes speelsters, Amsterdam vijf en Kampong drie. Den Bosch en SCHC leveren samen dus zestig procent van de complete selectie.