Haar eerste WK-minuten, woensdag na rust tegen Japan (9-0), maakten bij Josine Koning veel los. Dat de ervaren keepster op haar derde WK überhaupt weer tussen de palen stond, was ditmaal namelijk allesbehalve vanzelfsprekend. ‘De wedstrijd had voor mij nog wel een uur langer mogen duren.’
Koning schiet vol na eerste WK-minuten: ‘Dit doet gewoon veel met me’
:quality(85):format(webp)/media/702c52e6-0e65-4879-ae7c-75366b647be9/koning-wv.jpg)
Foto: Willem Vernes
Als haar woensdagavond wordt gevraagd hoe het was om na al haar blessureleed weer tussen de palen te staan, na de monsterzege op Japan, krijgt Koning het te kwaad. De tranen schieten in haar ogen. Even oogt Koning niet als de dertigjarige keepster die al twee wereldtitels en één keer olympisch goud won, maar als een debutant die zojuist haar eerste minuten in Oranje heeft gemaakt.
Het zegt veel over wat de afgelopen maanden met Koning hebben gedaan. Onder de lat staan was jarenlang de normaalste zaak van de wereld, maar voelde woensdag als een beloning.
‘Ik vond het echt te gek. De wedstrijd had voor mij nog wel een uur langer mogen duren. Ik heb dit een tijdje moeten missen. Het was niet vanzelfsprekend dat ik hier zou staan. Daarom ben ik vooral heel trots dat ik er ben. En ik heb genoten van het spel van de meiden. Bij elk doelpunt heb ik keihard gejuicht.’
:quality(85):format(webp)/media/71a1c622-3a94-4556-a497-7ffc460c038d/koning2-wv.jpg)
Marleen Jochems omhelst Josine Koning na haar eerste WK-minuten. Foto: Willem Vernes
Achter haar tranen schuilde een race tegen de klok
Drie maanden lang draaide voor Koning alles om één doel: op tijd klaar zijn voor het WK, voor eigen publiek in het Wagener Stadion. Woensdagavond was het zover. Toen ze na rust het veld opliep, betaalden alle uren in de gym, op de behandeltafel en op het trainingsveld zich eindelijk uit.
‘Normaal gesproken laat ik mijn emoties niet zo snel zien. Maar nu ben ik gewoon heel blij en trots’, zegt Koning. Zelfs bij de doorgaans nuchtere keepster heeft drie maanden revalideren iets losgemaakt. ‘Ik heb hier heel hard voor gewerkt. Bij de eerste wedstrijd kwamen de emoties al, omdat ik besefte dat ik hier überhaupt mocht zijn. En om dan vandaag weer op het veld te staan: dat doet gewoon veel met me.’
Achter die emoties ging een race tegen de klok van bijna drie maanden schuil. In mei, een week voor de play-offs, stond Koning met Den Bosch op het trainingsveld. Bij de allerlaatste shoot-out ging het mis. Ze deed niets bijzonders, maar voelde plotseling iets in haar knie. Eerst hoopte ze nog dat de schade zou meevallen. Dat bleek al snel ijdele hoop.
:format(webp)/media/d71ba04d-06f5-47d2-a779-5cc46c8c2255/koning4-wv.jpg)
Een brede lach op het gezicht van Josine Koning. Foto: Willem Vernes
Met een fitte knie was Koning er nog niet
‘Mijn knie herstelde gelukkig best snel. Eigenlijk verliep de revalidatie precies zoals we hadden gehoopt.’ Maar de tijd richting het WK tikte genadeloos door. Op 13 juli begon Oranje aan de WK-voorbereiding en moest Koning weer kunnen aansluiten. Daarna had ze nog maar een kleine twee weken om Ehren te laten zien dat ze niet alleen hersteld was, maar ook weer op WK-niveau kon keepen.
Want een herstelde knie betekende nog niet dat Koning weer de oude was. ‘Als je twee maanden uit de roulatie bent geweest, moet je lichaam weer wennen aan het keepen. Het voelde bijna alsof ik het opnieuw moest leren. Mijn knie was op een gegeven moment wel hersteld, maar technisch moest ik ook weer op mijn oude niveau komen. Dat keepersgedeelte heeft me uiteindelijk de meeste moeite gekost.’
Terwijl haar ploeggenoten steeds dichter tegen hun WK-vorm aankropen, probeerde Koning vooral haar achterstand weg te poetsen. ‘Ik was helemaal niet bezig met de vraag of ik eerste of tweede keepster zou worden. Mijn voornaamste doel was zorgen dat ik hier überhaupt kon staan. Ik had twee maanden gemist en liep daardoor gewoon achter. Rond de bekendmaking van de selectie moest ik weer op niveau zijn en dat is gelukt. De weken daarna ben ik steeds meer gegroeid. Ik denk dat ik inmiddels wel op mijn oude niveau zit.’
In drie maanden tijd was Koning anders naar haar plek in Oranje gaan kijken. Natuurlijk had ze het WK het liefst als eerste keepster gespeeld, maar die rol was na haar blessure weggelegd voor Anne Veenendaal. Na weken waarin haar WK-deelname hoogst onzeker was geweest, voelde het halen van de selectie voor Koning als een overwinning. ‘Ik was vooral blij dat ik erbij was. Honderd procent.’
:format(webp)/media/2a20d6f6-024d-41ac-a7c5-f323b422c9df/koning3-wv.jpg)
Met haar handen maakt Josine Koning een hartje voor haar teamgenoten. Foto: Willem Vernes
Geen redding nodig om van haar rentree te genieten
Veel te doen kreeg Koning bij haar rentree ironisch niet. Sterker nog: geen enkele keer hoefde ze een redding te verrichten. Alleen bij twee Japanse strafcorners op rij dreigde er even gevaar, maar beide keren ruimde de verdediging de bal op voordat Koning hoefde in te grijpen. Zo verliepen de dertig minuten waar Koning maandenlang naartoe had gewerkt vrijwel probleemloos, zonder dat ze zelf ook maar één keer hoefde uit te blinken.
Hoopte ze dan niet stiekem op die ene bal waarop ze zich nog even kon onderscheiden? ‘Nee, helemaal niet. Natuurlijk hoop je op een spannende wedstrijd, maar als het eenmaal 3-0 staat, moet ik daar gewoon overheen. Dan ben ik echt niet meer bezig met de vraag of ik nog een bal op doel krijg.’
Hoeveel haar rentree betekende, bleef ook bij haar ploeggenoten niet onopgemerkt. Zij hadden van dichtbij gezien hoeveel Koning ervoor had moeten doen om hier weer te staan. ‘Mijn ploeggenoten weten hoe hard ik hiervoor heb gewerkt. Ze gunnen het me en zijn blij voor me dat ik hier sta. Dat zegt ook iets over dit team.’
Of haar rentree tegen Japan meteen ook haar laatste minuten van dit WK waren, ligt niet in haar handen. Daarvoor wijst ze glimlachend naar de bondscoach. ‘Dat moet je aan Raoul vragen.’
Reacties (1)
Je bent een topper Josine. Geniet van alle mooie momenten die dit WK het team en jou persoonlijk nog gaan brengen.