Op onze website kan je met hulp van Kai zoeken door alle pagina's en artikelen.
Internationals werken naast hockey: ‘Tentamen gaat vaak voor’
Steeds meer internationals van het Nederlands elftal die al zijn afgestudeerd, betreden nog tijdens hun hockeyloopbaan de arbeidsmarkt. Tot tevredenheid van oud-international Leonoor Vriesendorp-Voskamp, duale ontwikkelingscoach bij de KNHB. Zij benadrukt dat tophockeyers er verstandig aan doen om al tijdens hun spelerscarrière te investeren in hun leven na hun sportieve loopbaan.
:quality(85):format(webp)/media/5da2d428-7fde-4a1a-9ea2-f6f102f116f1/oranjeheren-wv.jpg)
Foto: Willem Vernes
Verdediger Lars Balk combineert zijn hockeycarrière met een baan bij zorgverzekeraar ONVZ. Keepster Josine Koning staat niet alleen onder de lat, maar is ook voorzitter van de atletencommissie van NOC*NSF. Middenvelder Jonas de Geus is werkzaam als consultant bij Rembrandt M&A, terwijl verdediger Renée van Laarhoven onderzoek verricht in het Prinses Máxima Centrum. Strafcornerkanon Jip Janssen werkt bij adidas. Duco Telgenkamp, Luke Dommershuijzen en Felice Albers hebben een eigen bedrijf opgezet.
Het zijn zomaar enkele voorbeelden van de groeiende groep internationals die – buiten de uren die ze in het hockey steken – aan de slag zijn op de arbeidsmarkt. Parttime, zodat het behapbaar blijft, maar ze toch waardevolle werkervaring opdoen. Niet voor niets adviseert de KNHB internationals om minimaal twaalf uur per week aan hun duale ontwikkeling te besteden.
‘Hoe lastig het ook kan zijn om je interlandcarrière te combineren met een baan: de meeste afgestudeerde internationals doen dat gelukkig toch. Als ze zich er niet mee bezig zouden houden, lopen ze na hun hockeyloopbaan flink achter op leeftijdsgenoten die al een hele carrière hebben opgebouwd. Daarom adviseren wij altijd: benut je spelerscarrière om alvast te verkennen welke richting je later op wilt in je werk’, zegt Vriesendorp-Voskamp (36 interlands), die in 2004 de Champions Trophy won in Rosario en in 2005 EK-goud in Dublin.
:format(webp)/media/49e25a08-6abf-43fe-b60f-d34b8d470194/leonoorvoskamp-wv.jpg)
Leonoor Voskamp duale ontwikkelingscoach bij de KNHB. Foto: Willem Vernes
Tentamens gaan voor een training
Zes jaar geleden is de KNHB begonnen met het nadrukkelijker inzetten op de duale ontwikkeling van spelers. Er was al wel aandacht voor studiebegeleiding en het opdoen van werkervaring, maar dit was nog niet verankerd in het bondsbeleid. Onder leiding van Wietske de Ruiter (134 interlands), die in 1996 olympisch brons won in Atlanta, zijn hierin flinke stappen gezet.
Inmiddels heeft de aandacht voor duale ontwikkeling de plek binnen het bondsbeleid gekregen die het verdient, stelt Vriesendorp-Voskamp. Zij heeft inmiddels het takenpakket van De Ruiter overgenomen. In alle nationale (jeugd)selecties van de KNHB is er volgens haar nu voldoende aandacht voor duale ontwikkeling. ‘Binnen de KNHB vinden we het belangrijk dat spelers en speelsters hun school en studie succesvol afronden. Dus als er een toetsweek is of er zijn tentamens, gaat dat vóór een training. Ook bij een blessure wordt in overleg met de coach bekeken of de speler bij een training aanwezig moet zijn, of dat die tijd beter besteed kan worden aan school of studie.’
Lieke Hulsen, voormalig spits van Den Bosch, begeleidt de spelers van de Onder 16- en Onder 18-teams. Vriesendorp-Voskamp is verantwoordelijk voor Jong Oranje, waarin vrijwel alle spelers een studie volgen. Daarnaast fungeert zij als aanspreekpunt voor studerende internationals van het Nederlands elftal. Voor werkzoekende spelers van Oranje is er ondersteuning vanuit NOC*NSF, via projectleider duale carrière Wanda Schapendonck.
:quality(85):format(webp)/media/d99e2754-95e4-4b90-9e07-39ab1b7d172e/telgenkamp-wv.jpg)
Duco Telgenkamp runt zijn bedrijf vanuit een kantoor in Den Haag. Foto: Willem Vernes
Duale ontwikkeling vanaf Onder 16
Door de begeleiding in duale ontwikkeling vanaf jonge leeftijd zijn spelers later als international beter voorbereid op een loopbaan na het hockey, stelt Vriesendorp-Voskamp. ‘Omdat we al vanaf Onder 16 inzetten op duale ontwikkeling, blijft dat een belangrijk uitgangspunt wanneer spelers doorstromen naar Jong Oranje of het Nederlands elftal. In Jong Oranje ligt de nadruk op het behalen van het bindend studieadvies in het eerste jaar en op het leggen van een goede basis voor de studie. Wanneer spelers vervolgens de stap maken naar het Nederlands elftal, wordt het lastiger om studie of werk te combineren met topsport vanwege het intensieve hockeyprogramma. Juist doordat die basis al is gelegd, kunnen ze hun studie in die fase meer in hun eigen tempo voortzetten. En dat helpt.’
Zo zijn internationals Sanne Koolen, Joosje Burg en Yibbi Jansen onlangs afgestudeerd. Aanvaller Frédérique Matla rondt deze zomer haar master af, terwijl Marleen Jochems, Rosa Fernig en Pien Dicke momenteel nog bezig zijn met hun master. Luna Fokke is bijna klaar met haar bachelor informatiekunde. Bij de mannen is David Huussen bezig aan zijn master privaatrecht. Maurits Visser werkt als PhD.
Vriesendorp-Voskamp: ‘Ik vind het ontzettend knap hoe internationals bezig zijn met duale ontwikkeling. Het is namelijk niet makkelijk om hun drukke hockeyprogramma te combineren met studie en werk. Toch doen ze het allemaal. De internationals die studeren weten mij te vinden als ze hulp nodig hebben of in de knel komen met hun studie. De internationals die zijn afgestudeerd en op zoek zijn naar een baan, worden begeleid door Wanda Schapendonck vanuit NOC*NSF. Ook met cursussen, cv’s en sollicitatiegesprekken. Wanda en ik hebben een kort lijntje, zodat we alle doelgroepen zo goed mogelijk bij kunnen staan.’
:format(webp)/media/52ae9fcf-aa0e-4719-8582-33c2075f6c2b/marleenjochems-wv.jpg)
Marleen Jochems volgt een master aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Foto: Willem Vernes
Vijf pijlers van de KNHB
De KNHB geeft spelers vijf belangrijke pijlers mee als leidraad. ‘Het is als international allereerst belangrijk dat je weet wat je wilt. Dus: volg je een studie of opleiding die bij je past? Of: oriënteer je je op een bepaald type baan? Daarnaast is het van belang om bewuste keuzes te maken. Zo kan het in een rustige hockeyperiode verstandig zijn om meer tijd in studie te investeren, zodat er ruimte ontstaat wanneer het hockeyschema juist intensiever is. In een jaar zonder WK-21 adviseren we spelers van Jong Oranje bijvoorbeeld om zoveel mogelijk studiepunten te behalen. Het jaar daarna is het namelijk drukker, door de voorbereiding op het WK-21.’
Vriesendorp-Voskamp: ‘De derde en vierde pijler draaien om goed plannen en communiceren. Als internationals bijvoorbeeld een verplichte werkgroep moeten volgen of een tentamen moeten maken, moeten ze dat op tijd bespreken met de bondscoach, om te overleggen wat de opties zijn. De laatste pijler draait om balans. Het moet allemaal wel behapbaar blijven. Je ziet dat veel internationals het heel druk hebben, met hockey, studie en/of hun baan. Maar het is ook belangrijk om soms wat rust te nemen of met vrienden wat leuks te doen. De boog kan niet altijd gespannen staan. Daarom is het goed om te checken of iemand lekker in z’n vel zit en alles onder controle heeft.’
:format(webp)/media/90ff5538-88dd-4948-b19d-9345841f2b1e/ehrendelmee-wv.jpg)
Bondscoach Raoul Ehren en Jeroen Delmée steunen de duale ontwikkeling. Foto: Willem Vernes
Bondscoaches Jeroen Delmée en Raoul Ehren
Bondscoaches nemen duale ontwikkeling tegenwoordig op in het persoonlijk ontwikkelingsplan van spelers, naast hockeygerelateerde zaken als techniek, tactiek en fysiek. Wanneer de nationale teams in Nederland verblijven, krijgen spelers in principe toestemming om een training te missen voor het afleggen van een tentamen. Datzelfde geldt voor het bijwonen van een diploma-uitreiking.
‘Dat is mede te danken aan de open houding van bondscoaches Jeroen Delmée en Raoul Ehren ten aanzien van duale ontwikkeling. Zij stimuleren internationals om hun tentamens te maken en al na te denken over hun toekomst, bijvoorbeeld na het WK. Die steun zorgt ervoor dat duale ontwikkeling echt onderdeel is geworden van het programma, ook bij Jong Oranje, Onder 18 en Onder 16.’
Typerend is het voorbeeld van Eline Jansen, die eigenlijk een tentamen had op het moment dat ze voor het eerst mocht meetrainen met het Nederlands elftal, vertelt Vriesendorp-Voskamp. ‘Zonder het beleid rond duale ontwikkeling was de kans groot geweest dat ze dat tentamen had afgezegd. Maar omdat het inmiddels normaal is dat een tentamen boven een training gaat, durfde ze tegen Raoul Ehren te zeggen dat ze niet bij de training kon zijn. Terwijl ze nog maar net bij de trainingsgroep zat. Dat is precies de ontwikkeling die we hebben willen stimuleren.’