Weer ging het zondagmiddag mis voor de mannen van Rotterdam. Ook de vijfde topper van het seizoen, tegen Oranje-Rood (1-2) leverde een nederlaag op voor de landskampioen. En daarmee is de opdracht om de titel te verdedigen een bijzonder moeilijke geworden, beseft international Tjep Hoedemakers.
Hoedemakers: ‘Van alle nederlagen komt deze het hardste aan’
:format(webp)/media/15117e74-2be4-4900-8e89-e580ae80ecf4/wv-hoedemakers-nov2026.jpg)
Willem Vernes
De verslagenheid droop van de gezichten bij Rotterdam na de zoveelste deceptie van dit hockeyjaar, dat pas zeven wedstrijden onderweg is. De titelhouder verloor al eerder van Bloemendaal (3-1), Amsterdam (4-3), Den Bosch (ook 4-3) en Kampong (5-3). Gevolg: Rotterdam staat nu achtste, op acht punten van nummer vier Bloemendaal.
Hoedemakers plofte na het laatste fluitsignaal teleurgesteld in een rieten stoel, naast de dug-out. De ogen hol, de blik op oneindig. Hij stond na een tijdje op voor een gezamenlijke afsluiting op het veld. Daarna ging-ie weer zitten, ditmaal op de reservebank. Weer staarde de spits in de verte. Richting het veld, dat allang was overgenomen door spelende kinderen.
‘Dit geeft een ongrijpbaar gevoel’, constateerde de aanvaller een paar minuten later. ‘We hebben namelijk best het idee dat we goed hockey laten zien. Niet alleen vandaag, maar in bijna alle topduels die we hebben gespeeld. Behalve die tegen Bloemendaal, toen waren we echt slecht. Die andere wedstrijden - ook die van vandaag - hadden we niet hoeven te verliezen. Maar dat gebeurde wel.’
‘Dan zit je daar en denk je: nu is het seizoen bijna klaar.’
:format(webp)/media/54e239e7-5980-43bc-a6b7-b0876723047f/wv-boeren.jpg)
Een treurende Menno Boeren op de bank bij Rotterdam. Foto: Willem Vernes
Het immense contrast
Het zijn keiharde woorden uit de mond van Hoedemakers, die vijf maanden geleden nog op de schouders ging voor een uitzinnige massa. Datzelfde hoofdveld van Rotterdam was toen overgenomen door duizenden fans die het tweede kampioenschap uit de clubhistorie vierden.
In speciale kampioensbadjassen liepen toen de spelers één voor één de trap af naar het bloedhete clubhuis. Rotterdam genoot van z’n helden, die voor altijd de boeken ingingen. Het contrast met het heden kon bijna niet groter zijn zondag. ‘Toen hebben we in totaal maar vijf keer verloren. Op dat aantal staan we nu al’, spaart Hoedemakers zichzelf niet. 'Nu zal je bijna alles moeten winnen om de play-offs te halen.’
Rotterdam kwam ook zondag niet slecht voor de dag. Veel kansen kreeg het publiek niet voorgeschoteld, maar de meeste mogelijkheden - vooral corners - waren voor de thuisploeg. OR ging echter een stuk efficiënter om met die kansen. Tijmen Reyenga pushte negen minuten voor tijd de winnende 2-1 binnen, uit een van de drie OR-corners. Ter vergelijk: Rotterdam mocht zes keer aanleggen vanaf de kop.
:format(webp)/media/4be583a0-e564-49a4-a059-a46386d28252/wv-bressers-hertz.jpg)
Voorzitter Jac Bressers (midden) steunt Derk Meijer en Jeroen Hertzberger. Foto: Willem Vernes
'De dalen zijn te diep'
Frustrerend voor eerste uitloper Hoedemakers: uitgerekend bij die goal zat hij nét op de bank. Anderhalve minuut daarvoor kraakte de Nuenense versie van Usain Bolt nog een corner van Struan Walker. Rotterdam haalde twee minuten voor tijd keeper Derk Meijer eruit, maar veel verder dan een rakelings voorlangs schietende voorzet van Guus Jansen kwamen de gastheren niet.
‘We benaderden deze wedstrijd als een finale’, zegt Hoedemakers. ‘We hadden natuurlijk al wat achterstand opgebouwd. Van alle nederlagen komt deze het hardste aan. Omdat het de zoveelste is en we ook vandaag echt sterke fases lieten zien. Ons topniveau is heel goed. Misschien nog wel beter dan vorig jaar. Maar de dalen zijn te diep. We zakken te vaak, te ver door de ondergrens. Misschien vergeten we soms hoe slecht we kunnen zijn. En komen we daar - in tegenstelling tot vorig seizoen - vaker niet mee weg.’
Hoedemakers peinst over de vraag wat er in die fases dan gebeurt. ‘Misschien dat door de slechte uitslagen in de eerste wedstrijden de druk toeneemt. Dat we daardoor meer over acties gaan nadenken. Banger zijn om fouten te maken en vervolgens minder fifty-fifty-momenten onze kant opvallen. Het is ook crunch time. Het gaat er nu al om. Dat kan ook spannend zijn.’
:format(webp)/media/7613b69c-ced1-431f-93ae-4698a12f2ec1/wv-hoedemakers-na-corner.jpg)
Hoedemakers schreeuwt het uit na het versieren van een corner. Foto: Willem Vernes
Hoedemakers breekt een lans voor Hertzberger
Rotterdam heeft inmiddels al twintig tegengoals. Alleen de onderste vier teams incasseerden er meer. ‘En dat terwijl we een van de beste keepers van de Hoofdklasse hebben’, weet de spits. ‘We hebben het laatst gehad over de urgentie en de wil om schoten te blokken. Je leven te geven om een doelpoging te voorkomen. Daar zijn we misschien te laks in geworden. Komt dat dan omdat we jaren op zoek waren naar de titel en die nu hebben gewonnen? Verandert dat iets in ons gedrag? Daar hebben we het over. Het mag niet, maar het zou wel kunnen.’ Zuchtend: ‘Je zoekt naar een verklaring. Maar we weten het soms ook niet precies. Het is extreem’
Hij deelt, met de beste zin van de wereld, tussendoor een handtekening uit. ‘Ik heb liever dat Oranje-Rood ons vandaag helemaal van de mat tikt. Dat het meteen duidelijk is wat je moet veranderen. Kan concluderen: dit was ‘m niet. Maar zo simpel is het niet, omdat er ook best veel goed gaat. En toch zijn de resultaten ondermaats. Want met dit team moet je ‘gewoon’ in de top vier komen te staan.’
Wat Hoedemakers betreft staat de positie van de net begonnen coach Jeroen Hertzberger absoluut niet ter sprake. Sterker nog: hij breekt een lans voor zijn oude teamgenoot. Het clubicoon kwam als opvolger van Erik van Driel, die een paar maanden voor het behalen van de titel al wist dat hij plaats moest maken.
‘Mensen zullen zich misschien afvragen of we achter Jeroen staan. Nou: zeker weten. Ik vind dat hij het heel goed doet. Dus dat deel moet echt niet veranderd worden, wat mij betreft. We laten hem in de steek, doordat wij niet kunnen winnen. Hij steekt ook z’n ziel en zaligheid erin en we gunnen hem succes. We moeten de oorzaken voor die nederlagen vinden. Vooral onszelf in de spiegel kijken, maar ook onthouden hoe goed we kunnen zijn. Want ook dát is nog steeds Rotterdam.’