Nieuws

Het huiswerk van Oranje: Van Duco’s dreun tot kaartenregen

Voor het eerst in twintig jaar bleven de Oranjemannen op een WK zonder medaille. De vierde plek deed pijn bij Nederland, dat zondag in Waver naast het brons greep. Bondscoach Jeroen Delmée neemt een flinke stapel huiswerk mee naar het najaar, wanneer zijn ploeg weer bijeenkomt. Wij zetten zes aandachtspunten op een rij.

4 september 2026 om 07:00
Reemt Borcherts
Koen Bijen en Jonas de Geus treuren. Foto: WorldSportPics/Ewout Pahus de Mortanges

Foto: WorldSportPics/Ewout Pahus de Mortanges

De nadreun van Duco

Hét onderwerp dat het meest nasudderde in België. Want de onbezonnen bodycheck van Duco Telgenkamp deed nog altijd pijn. De spits leidde de ondergang van zijn team in tijdens de dramatisch verlopen halve finale tegen Spanje. Meerdere spelers gingen verhaal halen bij Telgenkamp, die hockeyend buiten kijf staat. Mentaal ligt dat anders, oordeelde captain Thierry Brinkman.

Ook Delmée gaf aan dat het laatste woord over de black-out van zijn spits nog niet is gevallen. ‘Het is niet zo dat het nu is afgekapt en er zand overheen is. We gaan er na de vakantie nog wel op terugkomen’, reageerde de bondscoach na de laatste wedstrijd. Over dit hete WK-staartje gaan nog de nodige kopjes koffie worden gedronken. Al weet stiekem ook iedereen dat ze zonder hun onberekenbare goalgetter een stuk minder kans hebben op nieuw olympisch goud in Los Angeles, over twee jaar. Hij is niet alleen ongrijpbaar, maar ook onmisbaar. Ook dát heeft Telgenkamp in het recente verleden bewezen.

Het ‘abonnement’ van de Parijs-groep

Onbedoeld haalde Delmée een ander heikel punt zelf al aan. ‘Iedereen - behalve Lars Balk - heeft na Parijs gezegd dat ze na dit WK nog doorwillen’, zei de bondscoach nog maar eens in Waver. Een succesvolle groep voor nóg een olympische cyclus bij elkaar houden. Op voorhand klonk het prachtig. Maar een mislukt WK (en een verloren EK-finale) later, mag er best kritisch worden gekeken naar de sterren uit de zomer van 2024 en hun generatiegenoten. Dat is zelfs heel erg logisch.

De vraag is gerechtvaardigd of iedereen van die lichting nog zo goed en fris is als twee jaar geleden. Niet alleen hockeyend is dat een discussiepunt, ook fysiek kampten veel gouden olympiërs met de nodige ongemakken. Doorgaan tot Los Angeles is een mooi voornemen. Maar is dat voor iedereen ook een haalbare kaart? Na een verloren toernooi zal er meer dan ooit worden gekeken naar vers bloed. Spelers als Miles Bukkens, Casper van der Veen, Joppe Wolbert, Lucas Veen en Pepijn van der Heijden (op het WK reserve) staan te trappelen om een aanval te doen op de gevestigde orde.

Die heeft zijn sporen verdiend, maar toekomstgaranties zijn een stuk minder vanzelfsprekend als je zonder medaille naar huis gaat. De balans tussen loyaliteit en vernieuwing wordt daarmee een van de interessantste vraagstukken voor Delmée.

Koen Bijen maakte tegen Spanje de 1-0, die veel eerder had kunnen vallen. Foto: Worldsportpics

Het R-woord 


Rendement. Het afmaken van kansen. Het halen van corners. Het boeken van resultaat. Oranje snakt naar effectiviteit. Naar het killen van een wedstrijd zonder dat daar legio kansen of cirkelpenetraties voor nodig zijn. Delmée haalde de eerste vijf minuten aan tegen Spanje. Daarin werd weliswaar niet gescoord, maar had Nederland kunnen uitlopen naar 2-0. Tegen Argentinië kwam Oranje in de eerste helft tien keer in de cirkel, maar kansen leverde dat amper op. Delmée vond zijn ploeg te lief in die afrondende fase. Maar ergens was het ook niet verrassend. Want ook in de Pro League viel het R-woord met de regelmaat van de klok bij Nederland.

Ook in defensief opzicht is rendement een aandachtspunt. Spanje en Argentinië kwamen allebei veel minder vaak in de cirkel dan Nederland, maar maakten wel meer goals. ‘We zijn tegen Spanje en Argentinië afgestraft op onze fouten. Op onze minpunten. Dat zit ‘m bijvoorbeeld in het verwerken van de lange ballen. En hoe we in de mandekking staan en daar positie houden’, gaf Delmée aan. Werk aan de winkel dus voor specialistentrainer Marcel Balkestein, de voormalige opperverdediger die in het Wagener aandachtig toeschouwer was.

De zoektocht naar bevrijding

Het woord viel in aanloop naar de halve finale tegen Spanje. Delmée wilde zijn ploeg zo graag een keer bevrijd zien spelen in het toernooi. Want dat was ondanks de geruisloze poulefases nog niet gelukt. In het begin van de halve finale slaagde het Nederlands elftal daar al wel in. En aan het eind, toen Oranje va banque moest spelen. Met een 4-1 achterstand kon het niets anders dan als een malle gaan aanvallen. Door die alles-of-niets-instelling gingen opeens wél alle remmen los bij Nederland, dat vooral worstelde met de opstelling van z’n tegenstanders.

Als die als een harmonica inzakten, was er voor Nederland in het bomvolle 23-metergebied geen doorkomen aan. Oranje kreeg op dit WK nooit echt vleugels. En kon daardoor de fatale fase tegen Spanje niet voorkomen. Achteraf bezien groeide Nederland niet in het toernooi. Werd het mooiste hockey al gespeeld in de poule - zie de schitterende 3-1 van Thijs van Dam, tegen India. In de knock-out-fase kon daar geen schepje meer bovenop en werden de sterke fases alleen maar korter. Dit in tegenstelling tot de Spelen, waarin Oranje juist wel beter werd op het moment dat het er écht om ging. Het Nederlands elftal moet weer meer gaan sprankelen. Alleen dat is geen makkelijke klus, tegen ploegen die een muur optrekken.

Jip Janssen pusht tegen Argentinië.

Jip Janssen pusht tegen Argentinië. Foto: WorldSportPics

De kaartenregen

Nederland kreeg van de halve finalisten veruit de meeste kaarten - en dus ook de meeste straftijd. Meer dan dertig (!) minuten zaten er spelers van Oranje op het strafbankje. Ter vergelijking: voor Spanje was dit slechts zes minuten. Natuurlijk tellen de twee ‘tien minuten-kaarten’ voor Telgenkamp en Croon - troostfinale - zwaar mee. Ook Terrance Pieters ontving tegen Engeland een gele kaart, ook in de slotfase van de wedstrijd. De overtredingen zijn onmogelijk over een kam te scheren, maar we kunnen niet aan dit opmerkelijke aandachtspunt voorbijgaan. Drie gele en zes groene kaarten zijn simpelweg te veel en op z’n zachtst gezegd onhandig. Zeker aan het eind van de wedstrijd.

De cornerhiërarchie komt onder druk te staan


Geen vlijmscherp kritiekpunt, wel eentje om de schijnwerpers op te zetten. De sleep van Jip Janssen leverde direct twee goals op. De rolflats van Tijmen Reyenga was zelfs goed voor drie treffers. Dat zijn de feiten van dit toernooi. Boeiender is dat de nieuwe cornermannen zich in rap tempo aandienen. Daarmee komt de hiërarchie op de kop van de cirkel onder druk te staan. Timo Boers was de afgelopen twee jaar topscorer van de Hoofdklasse. De 22-jarige verdediger staat op elf interlands en wacht nog op zijn internationale doorbraak. Dat geldt ook voor Van der Heijden (23 jaar), die met goals in de halve finale en finale van de play-offs een fiks aandeel had in de landstitel van Rotterdam. Daarbij komt dat Van der Heijden zich hockeyend uitstekend ontwikkelt. De nieuwe lichting komt daarmee steeds nadrukkelijker in beeld, terwijl Janssen onder Delmée vooralsnog altijd de eerste cornerkeuze was.

WK Hockey 2026Oranje Heren

Wat vind jij? Praat mee...

Official partners Koninklijke Nederlandse Hockey Bond
Adidas
Deloitte
DHL
HelloFresh
ONVZ
Rabobank
Staatsloterij