Nieuws

Geen goud, wel trots bij Sanders: ‘We hebben onszelf opgeraapt’

Pien Sanders had net met Den Bosch de finale om de landstitel verloren, maar ze stond niet als een gebroken aanvoerder op het veld. Natuurlijk deed de nederlaag tegen Amsterdam pijn. Natuurlijk was de verloren shoot-outserie moeilijk te verteren. Maar wie alleen naar dat laatste hoofdstuk keek, miste volgens Sanders het verhaal van een ploeg die zich een heel seizoen lang door blessures, tegenslag en een zoektocht naar houvast heen had geknokt.

27 mei 2026 om 07:00
Ramon Min
Den Bosch-aanvoerder Pien Sanders.

Den Bosch-aanvoerder Pien Sanders. Foto: Willem

We spreken Sanders een uur na de verloren finale tegen Amsterdam, als ze fris gedoucht de gang van de kleedkamer naar het clubhuis wil maken. Geen speciaal kampioenshirt met nummer 24 om haar schouders. Geen gouden medaille om haar nek. De 27-jarige captain van Den Bosch staat met lege handen, maar niet met een leeg gevoel.

‘Ik vind het kut om te verliezen’, zegt Sanders, terugblikkend op de finale. ‘Maar het is niet zo dat we hier helemaal zijn weggetikt. Ik denk dat wij zelfs een groot deel van de wedstrijd domineerden. Helaas hadden we vijf à tien minuten waarin we gewoon niet scherp genoeg waren. Die fase in het derde kwart, daar verliezen we deze finale gewoon op. Toen was Amsterdam dodelijk effectief.’

Dat maakte de nederlaag pijnlijk, maar voor Sanders niet onverteerbaar. 'Ik ben wel zo fucking trots op mijn team. Iedereen heeft gezien hoe onze eerste seizoenshelft verliep. Wij wisten zelf ook niet wat we aan het doen waren. Maar in de tweede seizoenshelft kwamen we gewoon goed voor de dag. Wij hebben onszelf opgeraapt en daar wil ik ons een compliment voor geven. Ook voor Amsterdam trouwens. Zij hebben net als wij gepiekt op het goede moment en daardoor hebben we samen twee schitterende finalewedstrijden kunnen spelen.'

Foto: Willem Vernes

Voortdurend improviseren

Sanders stipt het al even aan: achter de verloren finale gaat een seizoen schuil waarin Den Bosch zelden in volledige bezetting kon bouwen aan vaste patronen. De ploeg moest voortdurend improviseren. Speelsters vielen weg, en niet de minsten. Laura Nunnink stond al sinds de vorige play-offs langs de zijlijn. Emma Reijnen liep een zware knieblessure op. Maartje Krekelaar, Romee Joosten en Anouk Brouwer misten weken, terwijl ook Josine Koning begin mei wegviel met knieklachten. Posities werden omgegooid. Zekerheden verdwenen. En ondertussen bleef de standaard dezelfde: Den Bosch hoort mee te doen om de prijzen.

‘De namen die wij dit seizoen af en toe zijn kwijtgeraakt, zijn wel van heel grote mevrouwen in ons team’, zegt Sanders. ‘Die vang je echt niet zomaar op. Die eerste paar wedstrijden dachten we: dat doen we wel even. Maar dan merk je toch dat dat niet zo werkt.’

De enige speelster die Den Bosch het complete seizoen moest missen, was Laura Nunnink. Voor de buitenwereld misschien niet altijd de meest opvallende naam, maar binnen de ploeg van enorme waarde. Zonder de andere geblesseerden tekort te doen, noemt Sanders haar gemis veelzeggend. ‘Laura is een speelster die je eigenlijk pas mist als ze er niet is. En we hebben haar hartstikke veel gemist dit seizoen. Zij is tactisch zo sterk. Zij snapt het spelletje gewoon door en door.’

Foto: Willem Vernes

Reset tijdens de winterstop

Daar zat volgens Sanders een belangrijk deel van de worsteling van Den Bosch. Het ging niet om één blessure, één tegenvaller of één matige fase. Het was de optelsom. En die drukte zwaar op een ploeg die gewend is om te winnen, maar dit seizoen niet vanzelfsprekend in de vertrouwde flow kwam.

Den Bosch verloor in de eerste tien competitiewedstrijden thuis van Amsterdam en Bloemendaal (twee keer 1-2), verspeelde punten bij laagvlieger Rotterdam (0-0) en kreeg een flinke dreun op bezoek bij Kampong (4-2). Pas daarna ging het beter lopen, met elf zeges in de laatste twaalf duels van de reguliere competitie.

De reset die in de winterstop had plaatsgevonden, was niet groots en dramatisch, maar wel nodig. Sanders vertelt dat veel speelsters in de eerste seizoenshelft met hun eigen dingen worstelden. Privézaken, studie, blessures, vermoeidheid; alles liep door elkaar heen. De ploeg sprak uit dat daar ruimte voor mocht zijn, maar ook dat het na de winter anders moest.

‘Je kunt er niks aan doen dat er dingen in je leven gebeuren’, zegt Sanders. ‘Dat hoort er ook gewoon bij. Maar je kan er wel wat aan doen hoe je dan alsnog op het veld staat. Na de winterstop hebben we tegen elkaar gezegd: als je op het veld staat, ben je honderd procent met Den Bosch bezig.’

Ontlading bij Den Bosch na de 2-2 van Englebert tegen Amsterdam.

Ontlading bij Den Bosch na de 2-2 van Englebert tegen Amsterdam. Foto: Willem Vernes

Even geen vuurtje

Die woorden golden niet alleen voor haar ploeggenoten. Ze golden ook voor Sanders zelf. De aanvoerder, normaal een speelster die Den Bosch op sleeptouw neemt met energie, overtuiging en winnaarsdrang, zat in de eerste seizoenshelft zelf ook niet lekker in haar vel. Ze beaamt dat zonder omwegen.

‘Ik was gewoon op’, vertelt Sanders. ‘Hockey voelt voor mij normaal gesproken als het leukste wat er is. Ik moet dat vuurtje voelen, zo zit ik in elkaar. Na een groot toernooi wil ik meestal het liefst zo snel mogelijk weer het veld op, maar ineens was dat gevoel er niet. Ik voelde me moe, was stiller dan normaal en kon de meiden niet meer meenemen zoals ik dat meestal doe: vanuit energie, overtuiging en gevoel. Daarom heb ik in de winter, in overleg met de staf van Oranje, besloten de Pro League-trip naar Argentinië over te slaan. Mentaal was ik daar op dat moment niet fit genoeg voor.’

Emoties bij Pien Sanders in het kringetje na afloop.

Emoties bij Pien Sanders in het kringetje na afloop. Foto: Willem Vernes

Den Bosch-waardig

Na de winterstop vond Sanders haar gevoel terug. Niet met één druk op de knop, maar wel steeds sterker. De afstand tot hockey maakte weer plaats voor verbondenheid. ‘In de tweede seizoenshelft dacht ik: dit is mijn team, ik hou van dit team en ik ga door het vuur voor jullie’, zegt Sanders.

Dat vuur bracht Den Bosch uiteindelijk opnieuw naar de finale. Niet vlekkeloos, niet ongeschonden, maar wel op karakter. En ook in die finale zag Sanders genoeg terug van wat zij van Den Bosch verwacht. De gouden medaille ontbrak, maar niet het gevoel dat haar ploeg zich had opgericht. 

‘Ik heb dingen gezien die Den Bosch-waardig zijn. En dat wil ik zien’, zegt ze. ‘Het is niet Den Bosch-waardig om hier niet met een gouden plak te staan. Maar ik kan ook niet anders dan zeggen dat ik trots ben. Elke keer als ik hier een stap op de club zet, met de vrijwilligers, de mensen die hier werken, maar vooral mijn team, dat vind ik gewoon het allermooiste wat er is. Daar wil ik het liefst nog jaren mee doorgaan.’

Play OffsPien SandersDen BoschTulp Hoofdklasse Dames

Wat vind jij? Praat mee...

Official partners Koninklijke Nederlandse Hockey Bond
Adidas
Deloitte
DHL
HelloFresh
ONVZ
Rabobank
Staatsloterij