Op onze website kan je met hulp van Kai zoeken door alle pagina's en artikelen.
Delmée na uitputtingsslag: ‘Zes duels in acht dagen is te veel’
De laatste Pro League-week vergde het uiterste van de Oranje Heren. Vier interlands in vijf dagen, tropische temperaturen en een selectie die al flink door blessures was gehavend: Nederland had het loodzwaar in Waver. Bondscoach Jeroen Delmée zag dat zijn ploeg tegen de limiet van zijn belastbaarheid aan zat. ‘Het enige wat je kunt doen is iedereen heelhouden.’
:quality(85):format(webp)/media/b2e6b6ce-eef1-4145-81dc-ac4a04fb8c0a/20260623hf25634.jpg)
Worldsportpics/Bart Scheulderman
Nog geen elf uur na de laatste Pro League-wedstrijd tegen België zat Delmée alweer op een andere hockeytribune. In Rotterdam zag hij hoe zijn dochter Kiki met Den Bosch de finale van het NK Onder 16 verloor. Na een slopende week was de bondscoach voor even gewoon hockeyvader.
‘De helft van onze ploeg plus de staf bleef zaterdag nog in Waver slapen. Sommige jongens zijn meteen op vakantie gegaan. En ik ben ’s ochtends om half acht naar Rotterdam gereden. Dan ben ik gewoon even toeschouwer. Zonder al te veel emotie erbij.’
Tussen alle andere trotse hockeyouders kon Delmée de Pro League-rollercoaster even laten bezinken. Binnen vijf dagen ragde zijn ploeg er vier duels doorheen. ‘Net als in het eerste Pro League-blok waren we niet efficiënt genoeg. Vooral het rendement uit onze corners en veldkansen moet omhoog. Ook het vrijlopen en bereiken van de spitsen moet nog beter. En wederom bleek dat de verschillen in de top heel klein zijn.’
:format(webp)/media/b5ab6396-0376-47b9-ae26-279d388b281c/20260623hf25645.webp)
Een drinkpauze voor Thierry Brinkman. Foto: Worldsportpics/Bart Scheulderman
'De jus was er vanaf'
De uitslagen onderstrepen dat beeld. Tegen België (2-2 en 1-2) en Australië (een matige 0-2) waren de marges niet groot. Bij die trend steekt één wedstrijd schril af: de 6-3 zege op Australië van vrijdagavond. Daar vlogen de ballen er juist wel makkelijk in. ‘En dat terwijl we daar juist wat defensiever speelden en Australië meer de bal had. Normaal zijn wij juist de dominante ploeg. Maar dat leidt er ook toe dat we de tegenstander terugdrukken en ‘de kwaliteit van de kansen’ minder groot is, omdat we vaak in een overvolle cirkel moeten aanvallen.’
‘In die wedstrijd waren alle statistieken in het voordeel van Australië. Maar wij wonnen ‘m omdat wij ditmaal de ploeg waren die profiteerde van meer ruimte. Dat betekent trouwens niet dat we het roer omgooien qua speelstijl. Het is mooi om te merken dat dit ook werkt. We willen van eigen kracht uitgaan. Maar we kunnen deze stijlen afwisselen in een wedstrijd. Als de score daarom vraagt kunnen we een tegenstander ook zo pijn doen.’
De week in Waver gaat ook de boeken in als een uitputtingsslag. ‘Het was zwaar. Met die twee wedstrijden daarvoor in Rotterdam er nog bij, speelden we zes duels in acht dagen. Als ik eerlijk ben, was dat te veel. Ook als je in die tijd nog naar een andere locatie moet. Dan is de jus er wel vanaf - al gold dit ook voor Australië.’
:quality(85):format(webp)/media/63faa650-9460-4ceb-aa32-bdaddc15cb06/hfn260627796189.jpg)
Teleurstelling bij Guus Jansen na de laatste, verloren wedstrijd. Foto: Willem Vernes
Het dilemma van het internationale hockey
Uiteraard maakte de hitte de klus niet makkelijker. In Waver was het constant rond de 35 graden afgelopen week. ‘Als het een graad of twintig is, is zo’n schema al taai. Met deze temperaturen komt de belasting dubbel binnen. Het hoort bij het dilemma waarin het internationale hockey zit. ‘We’ willen heel veel, maar er is te weinig tijd om dat op een goede en gezonde manier in te vullen. Je wil natuurlijk niet alleen maar doorwisselen, maar ook je beste mensen opstellen. Dat is amper te doen als je constant twee duels achter elkaar speelt.’
‘Aan de andere kant: dit programma kenden we al een half jaar. Zeuren verandert niets aan dat schema. Het enige wat je kunt doen is iedereen heelhouden. Nu een hamstring scheuren is einde WK.’
Dat heelhouden is gelukt. En dat is maar goed ook. Want blessures zijn er al genoeg bij Oranje. Zo kon Delmée in Waver geen beroep doen op Tjep Hoedemakers, Jorrit Croon, Thijs van Dam, Miles Bukkens en Timo Boers. Die laatste onderging afgelopen week een MRI-scan nadat hij zich op training verstapte. ‘Daaruit bleek dat er schade is aan zijn enkelband’, vertelt Delmée. ‘Hij gaat alweer de goede kant op. Het is afwachten hoe zijn progressie de komende twee weken is.’
:quality(85):format(webp)/media/961846c3-10d1-49c0-bfab-3563241a336f/hfn260626268789.jpg)
Timo Boers en zijn geblesseerde voet in een beschermsok. Foto: Worldsportpics/Bart Scheulderman
De hamvraag: hoe komen de geblesseerden straks terug?
Boers hoeft het WK dus nog niet uit zijn hoofd te zetten. Het plan is dat hij, net als de rest van de ziekenboeg, op 13 juli weer aansluit als de trainingen worden hervat. Een spannend moment, weet Delmée. ‘De vraag is ook hoe die jongens terugkomen. En of dat goed genoeg is om internationaal top te zijn op het WK.’
‘Ik heb er vertrouwen in dat de geblesseerden van nu het toernooi kunnen halen. Maar ik steek mijn handen er nog niet voor in het vuur. Als je anderhalve maand of twee maanden niet gespeeld hebt, dan wil ik het eerst even zien. In het geval van Jorrit is dat nog wat langer. Zijn herstel gaat als een raket, maar hij heeft als we weer beginnen nog geen oefenpot of trainingspartijtje meegedaan sinds februari.’
Die zorgen mogen nog even geparkeerd worden. De komende twee weken zijn hockeyloos voor de Oranjeselectie en Delmée zelf. ‘We gaan met het gezin op vakantie, naar Frankrijk. Het is een tijd geleden dat dit in de zomer is gelukt. Dat is ook even fijn. De kop moet bij iedereen even leeg.’