Met een dikke kater van de verloren halve finale stapten de Oranjemannen zaterdag de bus in naar Waver. Onder de rook van Brussel spelen zij de troostfinale tegen Argentinië (14.00 uur). Brons is het hoogst haalbare geworden voor Nederland op dit WK. Bondscoach Jeroen Delmée weet dat vooral het mentale herstel bepalend wordt. ‘Wie raapt zich het beste bij elkaar?’
Delmée: ‘Er zijn landen die een moord zouden doen voor brons’
:format(webp)/media/f681f77f-363d-4d2d-bae1-48660cd644cc/ep-delmee-boos.jpg)
Ewout Pahud de Mortanges
Met lange gezichten verliet Oranje vrijdagavond het Wagener Stadion. In het spelershotel zat de groep nog even kort bij elkaar, voor de vaste nabespreking. Maar veel woorden werden verder niet vuilgemaakt aan de verloren vrijdag. ‘Dat moment was maar heel kort’, vertelt Delmée. ‘Je kunt van alles over die wedstrijd gaan analyseren. Maar daar zit niemand op te wachten.’
‘Het was vooral zaak om te benadrukken dat het belangrijk is dat we als team bij elkaar blijven. Er zijn natuurlijk dingen gebeurd in de wedstrijd en dan is het heel makkelijk om naar een individu te wijzen’, zegt de Brabander. Daarmee verwijst hij uiteraard naar de gele kaart van Duco Telgenkamp, die zijn team in het laatste kwart de kop kostte. ‘Je wint samen. En verliest samen. We hebben ook onderstreept dat we nog steeds een medaille kunnen winnen. Ze mochten de vrijdag en zaterdag nog gebruiken om alle frustraties van zich af te laten glijden.’
Delmée vertelt het terwijl hij wacht op de spelersbus. Hij is zelf in de auto vanuit Amsterdam naar een carpoolplek gegaan en stapt in daar weer in bij de groep. ‘We balen nog steeds. Dit zijn natuurlijk niet de leukste dagen. En ook niet de lekkerste nachten om door te komen’, klinkt het eerlijk, terwijl hij wacht op zijn overstap. ‘De teleurstelling overheerst, maar ondertussen moeten we ook door.’
:format(webp)/media/0ab8144c-bdfc-48a5-89d7-62fcb1a92ecb/ep-pieters-baalt.jpg)
Terrance Pieters baalt na de verloren halve finale. Foto: Ewout Pahud de Mortanges
Karater en de 'Hollandse ziekte'
Want zaterdagochtend om tien uur vertrok Oranje alweer uit het spelershotel om koers te zetten richting Waterloo, waar Nederland tijdens het slotweekend van het WK verblijft. ‘We moesten snel de koffers pakken en weg uit het hotel. En zitten vandaag zo’n tweeënhalf uur in de bus. Dat is niet echt een ideale voorbereiding, er is veel verloren tijd. Voordat je dan gesetteld bent, is het al namiddag.’
Naarmate de tijd verstrijkt moet er steeds meer worden gedacht aan zondag. Aan Argentinië. Niet meer aan de vorige, maar aan de volgende wedstrijd. ‘Het komt op karakter aan’, weet Delmée. ‘Want er zijn twee teleurgestelde ploegen. Dan gaat het erom wie zich het beste bij elkaar raapt, denk ik. Ook al wil je daar vlak na de halve finale niet aan denken, uiteindelijk heb je toch een veel beter gevoel aan een toernooi wanneer je er een medaille aan overhoudt. En dat hebben we op het vorige WK heel goed gedaan.’
Toen versloeg Oranje in de troostfinale Australië met 3-1. Daar toonde Nederland karakter en knokte het zich zelfs terug van een vroege achterstand, uiteraard tot tevredenheid van Delmée. Die hekelde vrijdag na de nederlaag tegen Spanje al de ‘Hollandse ziekte’ om op zo’n moment niet meer volle bak te gaan. Als speler sloot hij zijn interlandloopbaan in 2008 af met een desastreus verloren troostfinale, toen er op de Olympische Spelen met 6-2 werd verloren van Australië.
:format(webp)/media/de8f30bc-6203-4c37-9799-e008790ae1c7/ep-bijen-blij.jpg)
Een blije Koen Bijen in de halve finale. Foto: Ewout Pahud de Mortanges
'Nog veel te winnen'
‘We zijn natuurlijk gewend om te winnen in Nederland als het om hockey gaat’, stelt Delmée. ‘En dan heerst de gedachte dat wanneer je niet meer het hoogst haalbare haalt, dat de rest er niet toe doet. Dat zit in onze cultuur. Maar ik denk daar heel anders over. Ik denk dat er nog heel veel te winnen is. En dat er voor heel veel te spelen is. Er zijn andere landen die een er moord voor zouden plegen om ooit een WK-medaille te halen. Het moet ook een beloning tegenover jezelf zijn, na zo’n teleurstelling. En die is vlak na de halve finale groter dan de drive om brons te willen winnen. En dat moet gaan verschuiven.’
Dat moet dus gebeuren tegen een goede bekende: Argentinië. Elf dagen geleden stonden beide teams nog tegenover elkaar in hun tweede groepswedstrijd. Toen won Oranje, in een hele volwassen en stabiele wedstrijd met 3-1. Delmée vindt het een voordeel dat Nederland de Zuid-Amerikanen al eerder is tegengekomen.
‘Sowieso qua voorbereiding. Want je hebt natuurlijk bar weinig tijd om van alles te doen. Maar ik denk wel dat we een ander Argentinië gaan zien. Ze hebben na onze wedstrijd steeds beter hun kracht gebruikt, met hun lange ballen van achteruit. En met spitsen die in vorm lijken en beschikken over een hoop individuele techniek.’
Het gaat dus niet meer om goud, maar nog wel om een goede afsluiting. ‘Het gaat mij puur om winnen. En dat we laten zien wie we zijn, met intensiteit. Met de strijd die we vrijdag in het begin en op het einde zagen.’