Op onze website kan je met hulp van Kai zoeken door alle pagina's en artikelen.
De zoektocht naar mijn tweede hockeyleven, deel 4
Drie jaar geleden dacht hockey.nl-redacteur Nikki van der Staak (26) dat haar hockeyleven erop zat. Haar stick verdween in de kast, maar het hockeygevoel liet haar niet los. Nu wil ze weer beginnen. Alleen: waar en hoe pak je de draad na drie jaar weer op? Nikki neemt je mee in haar zoektocht naar een nieuwe club en een tweede hockeyleven.
:format(webp)/media/c2e79ed5-08c7-4c04-8d50-17900c3c3b68/nikki-met-kampong-tegen-hurley.jpg)
‘En? Wordt het Laren?’
Sinds mijn eerste training is dat met afstand de vraag die ik het meeste heb gekregen. Van vrienden, oud-teamgenoten, collega's en zelfs van mensen die ik helemaal niet ken, maar mijn eerdere verhalen over mijn zoektocht naar een tweede hockeyleven hadden gelezen.
Het grappige is: iedereen lijkt een antwoord op die vraag te hebben.
‘Niet te lang nadenken, gewoon doen.’
‘Wil je niet gewoon lekker op de fiets?’
‘Nee joh, gezelligheid is veel belangrijker.’
Hoe meer mensen ik sprak, hoe meer adviezen ik kreeg, allemaal met de beste bedoelingen. Toch hielpen ze me eigenlijk maar beperkt. Uiteindelijk moet ik zelf bepalen wat ik belangrijk vind. En dat is nog best wel lastig.
Na de training bij Laren stapte ik met een heel goed gevoel van het veld. Ik had genoten van de intensiteit van de training, voelde me welkom in het team en reed naar huis met het gevoel dat ik na drie jaar eindelijk weer had ervaren waarom ik hockey zo had gemist.
Een paar dagen later vertrok ik op vakantie. Niet sporten, geen kunstgras en geen trainingsavonden. Ik dacht dat het me misschien zou helpen om wat afstand te nemen van mijn zoektocht. Het tegenovergestelde gebeurde. Juist omdat ik even geen hockey had, merkte ik hoe vaak ik eraan dacht. Op het strand, tijdens een drankje, iedere dag schoot het door mijn hoofd. Niet meer aan de vraag óf ik weer wilde beginnen, maar aan de vraag waar.
Misschien komt dat omdat een club kiezen nu heel anders voelt dan vroeger.
Toen ik jonger was, keek ik vooral naar het hockey. Waar kon ik mezelf ontwikkelen? Waar speelde ik op het hoogste niveau? Dat waren eigenlijk de enige vragen die ertoe deden.
Nu ziet mijn leven er anders uit.
Ik werk fulltime, mijn agenda zit sneller vol en hockey is niet langer het enige waar mijn week om draait. Natuurlijk wil ik nog steeds trainen en wedstrijden spelen, maar ik merk dat er meer meetelt. Past een club bij mijn leven? Voel ik me thuis in een team? Blijf je na afloop nog hangen voor een drankje? En hoe erg vind ik het eigenlijk dat ik niet even op de fiets naar de training kan?
Dat laatste klinkt misschien als een detail, maar het zijn juist dat soort praktische dingen waar je opeens over nadenkt als je niet meer drie of vier keer per week op de club bent.
:format(webp)/media/56c14705-6757-485f-9b6c-a591d781459c/kampong-hurley-nikki.jpg)
De sfeer op Laren voelde goed, de teamgenoten waren ontzettend gezellig en op het veld werd ik weer meteen uitgedaagd. Dat zijn precies de dingen waar ik naar op zoek ben.
Misschien maakt dat de keuze juist wel moeilijker. Als een club niet goed voelt, weet je snel genoeg waar je aan toe bent. Maar wat als het wél goed voelt? Hoe weet je dan of je moet stoppen met zoeken of toch nog verder moet kijken?
De reacties op mijn eerdere verhalen maakten één ding duidelijk: Ik ben niet de enige die daarmee worstelt. Ik kreeg berichten van hockeyers die na jaren weer begonnen waren, van spelers die ooit bewust van club waren gewisseld en van mensen die juist nog steeds twijfelden of ze hun stick überhaupt weer uit de kast moeten halen. Iedereen vertelt een ander verhaal, maar één ding komt steeds terug: er bestaat geen perfecte keuze.
Uiteindelijk moet je een club kiezen die past bij de fase van je leven waarin je nu zit.
Misschien is dat wel de grootste ontdekking van mijn zoektocht tot nu toe. Ik ben niet meer op zoek naar de beste hockeyclub. Ik ben op zoek naar een club waar ik met plezier naartoe rijd, waar ik gewoon lekker kan hockeyen én waar ik na afloop nog even blijf hangen.
Of dat Laren wordt?
Dat antwoord houd ik nog even voor mezelf.