Nieuws

De zoektocht naar mijn tweede hockeyleven (3): Meetrainen met Laren

Drie jaar geleden dacht hockey.nl-redacteur Nikki van der Staak (26) dat haar hockeyleven erop zat. Haar stick verdween in de kast, maar het hockeygevoel liet haar niet los. Nu wil ze weer beginnen. Alleen: waar en hoe pak je de draad na drie jaar weer op? Nikki neemt je mee in haar zoektocht naar een nieuwe club en een tweede hockeyleven. 

18 juli 2026 om 07:00
Nikki van der Staak

‘Kan ik het eigenlijk nog?’

Die vraag spookt al de hele dag door mijn hoofd. Na drie jaar zonder hockey stap ik op dinsdagavond voor het eerst weer het veld op. Niet alleen, maar samen met collega Anna. Zij speelt al haar hele leven bij Laren en nodigde me uit om een keer mee te trainen met Dames 2. Ik kijk ernaar uit, maar hoe dichterbij de training komt, hoe meer vragen er door mijn hoofd schieten.

Na de werkdag en het avondeten fiets ik naar Anna, die ook in Amsterdam woont. Vanaf daar stappen we samen in de auto richting Laren. Onderweg gaat het over van alles en nog wat, maar ook veel over hockey. Zelf ben ik vooral bezig met wat er straks gaat gebeuren. Sla ik nog steeds hard? Kan ik nog iemand passeren? Of kom ik er vanavond achter dat ik in drie jaar tijd alles ben verleerd?

Eenmaal op het complex van Laren loop ik langs het hoofdveld. Ik kijk naar links en moet glimlachen. Hier maakte ik ooit mijn debuut in de Hoofdklasse, tegen mijn grote idool Naomi van As. Ik was zeventien en stapte zonder twijfel het veld op. Ik wist dat ik goed genoeg was. Grappig genoeg voel ik nu meer spanning dan toen. Misschien juist omdat ik het nu niet meer zeker weet. Drie jaar geleden wist ik precies wie ik was als hockeyer. Nu heb ik drie jaar geen training of wedstrijd gespeeld en vraag ik me af hoeveel er nog van die speelster over is.

Voordat de training begint, sturen Anna en ik nog snel een selfie naar de hockey.nl-redactie. Daarna stelt ze me voor aan haar teamgenoten. Anna kent hier letterlijk iedereen, ik ken niemand. Toch voelt het nergens ongemakkelijk. Iedereen maakt even een praatje, vraagt waar ik heb gespeeld en zegt dat ik gewoon lekker mee moet doen. Binnen een paar minuten voelt het niet alsof ik een vreemde ben die een training binnenloopt, maar alsof ik er gewoon even bij hoor. De spanning waarmee ik uit de auto stapte, zakt langzaam weg.

Tijdens het inspelen verdwijnen de eerste twijfels eigenlijk meteen. De bal aannemen, een strakke pass geven, een harde slag. Het voelt verrassend vertrouwd. Alsof mijn lichaam ergens nog precies weet hoe het moet, ook al heeft het drie jaar stilgelegen. Even later, tijdens de eerste oefening, een balbezit, onderschep ik een bal en speel ik hem in één keer door. 'Lekker!' roept iemand. Het is maar één woord, maar ik merk dat ik er onbewust van ga glimlachen. Misschien zit er toch nog meer hockey in mij dan dat ik van tevoren had bedacht. 

Dat vertrouwen is alleen iets sneller terug dan mijn techniek. Bij een afrondoefening ben ik ervan overtuigd dat ik de bal nog wel even het net in tip. Vroeger ging dat bijna vanzelf. Inmiddels blijkt dat toch iets optimistisch ingeschat. Poging één mislukt. Poging twee ook. Na een paar keer lachen besluit ik dat het misschien slimmer is om eerst weer gewoon de bal aan te nemen.

Mijn conditie vertelt ondertussen een heel ander verhaal. Tijdens een van de partijvormen verlies ik de bal en zet ik meteen de tackleback in. Tenminste, dat is de bedoeling. Na een paar meter voel ik dat de sprint die ik in mijn hoofd heb, er in werkelijkheid niet meer uitkomt. Op dat moment weet ik genoeg: het hockey zit er nog in, maar mijn hockeyconditie duidelijk nog niet. En alsof dat nog niet genoeg is, word ik ook meteen met een klassieke fout geconfronteerd. Vroeger kon ik nooit kort voor een training eten. Deed ik dat wel, dan kreeg ik tijdens de warming-up gegarandeerd last van steken. Dat betekende dat ik soms al om half vijf een bord met pasta at. Ik dacht dat ik daar inmiddels wel overheen was gegroeid. Niet dus. Nog tijdens de warming-up voel ik die bekende steek alweer opkomen. Sommige dingen veranderen blijkbaar nooit.

Na afloop in de auto praten Anna en ik na over de training, de oefeningen en de speelsters. Natuurlijk zijn er genoeg dingen die beter kunnen. Mijn conditie kan scherper, mijn afronding mag een stuk beter. Het zal nog even duren voordat alles weer vanzelf gaat.

Onderweg krijg ik een appje van mijn vriend.

'En Nik? Hoe was het?'

Ik hoef er eigenlijk niet over na te denken.

'Het was fantastisch.'

Wat vind jij? Praat mee...

Official partners Koninklijke Nederlandse Hockey Bond
Adidas
Deloitte
DHL
HelloFresh
ONVZ
Rabobank
Staatsloterij