Wie Lisa Post (27) tijdens een wedstrijd van Oranje volgt, kan zich alleen maar verbazen over de hoeveelheid werk die ze verzet. De verdediger jaagt, sprint, duelleert en maakt de ene na de andere strafcorner onschadelijk. En als Nederland scoort, duikt ze steevast met een brede glimlach op tussen haar juichende ploeggenoten. Post is de onuitputtelijke energiebron van Oranje. Een rol die haar op het lijf is geschreven. 'Ik ben liever dienstbaar dan dat ik in de schijnwerpers sta.’
De onvermoeibare Lisa Post schittert het liefst in de schaduw
:quality(85):format(webp)/media/3a78276b-0ea8-4bc1-99e2-d35ab52930fe/post_hoofdbeeld.jpg)
Lisa Post, de duracellbatterij van de Oranjevrouwen. Foto: Willem Vernes
Het is een beeld dat regelmatig terugkeert tijdens dit WK. Nederland krijgt een strafcorner tegen, Post neemt plaats achter de doellijn en schiet bij het aangeven als eerste uit het doel. Met een flinke dosis lef rent ze recht op de sleeppush af. Niet omdat ze nu zo graag in de baan van een hard schot staat.
‘Mensen vragen weleens of ik het echt leuk vind om strafcorners te verdedigen’, vertelt de 92-voudig international als we haar spreken op een van de rustdagen vóór de halve finale tegen België van donderdagavond. ‘Nou, niet per se. Ik heb natuurlijk liever dat we helemáál geen corners tegen krijgen.’
Wat haar wél aanspreekt, is het gezamenlijke spelletje dat aan zo’n verdedigende corner voorafgaat. Op basis van videobeelden worden de strafcornervarianten van de tegenstander ontleed, waarna Oranje een plan maakt. Als dat vervolgens precies zo wordt uitgevoerd en de bal niet in het doel belandt, krijgt Post daar een enorme kick van.
‘Dat geeft energie. Maar ik zie het echt als een teamprestatie. Ik ben net zo blij als Sanne Koolen als derde loper een bal tegenhoudt, iemand op de lijn een bal stopt of onze keeper een redding maakt. We houden die corner met elkaar tegen.’
:format(webp)/media/aa453aba-3c62-4f1e-a269-158c4405e0c4/wv2026_wv2r6613.jpg)
Lisa Post (tweede van rechts) uit de startblokken bij een strafcorner tegen. Foto: Willem Vernes
Waardering van teamgenoten
Dit WK maakte Post als eerste uitloper meer dan de helft van de strafcorners van de tegenstander onschadelijk. Ook in andere interne lijstjes van Oranje duikt haar naam voortdurend bovenaan op. Analist Joost Bitterling houdt onder meer bij wie op eigen helft de meeste ballen verovert én wie met druk, positionering of rugdekking de balwinst van een ploeggenoot mogelijk maakt. In die laatste categoriën gooit Post steevast hoge ogen.
Juist door uit te blinken in onopvallend werk, springt de verdediger steeds nadrukkelijker in het oog. Zelf ziet ze zich niet als blikvanger. ‘Ik knap graag het verdedigende werk op, maar hoef daar echt geen applaus voor te krijgen.’
Haar medespeelsters weten haarfijn hoeveel meters ze maakt, hoeveel gaten ze dichtloopt en hoeveel werk ze verricht zonder dat daarvoor een statistiek op het scorebord verschijnt. ‘De waardering van mijn teamgenoten betekent voor mij veel meer. Bij aandacht van buitenaf weet ik mezelf soms niet zo goed een houding te geven. Daar word ik een beetje ongemakkelijk van.’
Post geniet liever van het succes van een ander. Na een doelpunt van Oranje is ze meestal een van de eersten die bij de doelpuntenmaker arriveert, met een glimlach die nauwelijks groter kan.
‘Het maakt me eigenlijk niet zoveel uit wie het doelpunt maakt. Ik kan er vooral van genieten wat we als team hebben gedaan. Zeker als een mooie aanval wordt beloond met een goal. Daar worden wij achterin ook heel blij van.’
:quality(85):format(webp)/media/ffc10856-bbd9-4931-ac0b-b52cfb5589f0/wv2026_wv2r5267.jpg)
Post (derde van links) geniet van een doelpunt van Yibbi Jansen. Foto: Willem Vernes
Knikkebollend naast haar bord
De tomeloze energie waarmee Post over het veld raast, zat er al vroeg in. Ze kon als baby al na tien maanden lopen en veranderde daarna in een kind dat bijna niet meer tot stilstand kwam. Zwemmen, schaatsen, hockeyen, voetballen met de buurjongens, buskruit spelen: het maakte weinig uit, zolang ze maar buiten en in beweging was.
Regelmatig belden jongens uit de buurt aan met dezelfde vraag: of Lisa naar buiten kwam om mee te spelen. ‘De hele basisschooltijd was eigenlijk één groot feest’, zegt ze. ‘Ik was het liefst alleen maar buiten aan het spelen. Soms was ik om zes uur ’s avonds zó moe dat ik naast mijn bord eten in slaap viel.’
Dat leidde bij de middelste van drie dochters aanvankelijk nog tot lichte frustratie. Post moest eerder naar bed dan haar jongere zusje. ‘Dat vond ik niet leuk, want ik was ouder. Maar op een gegeven moment was ik te moe om daar nog iets van te vinden.’
Liever dienstbaar
Stilzitten was ook tijdens de vakanties van de familie Post nauwelijks aan de orde. Het gezin trok in de zomer vaak naar de Alpen, waar ze fietsten, kajakten en pittige bergwandelingen maakten. Haar moeder noemde haar drie dochters liefkozend ‘de steenbokken’, omdat ze zich zo gemakkelijk door de bergen bewogen.
Ook daar draaide het voor Post niet in de eerste plaats om winnen of als eerste boven zijn. Als tijdens een fietstocht iemand achterop raakte, liet ze zich terugzakken om diegene weer bij de groep te brengen.
‘Ik ben liever dienstbaar’, zegt ze. ‘Dat past beter bij mij.’
:format(webp)/media/e4a6a48b-08bd-4d65-bd86-ba35dcdd95e6/post_jeugdfotos_2.jpg)
Een jonge Lisa Post in haar element op het ijs en in de bergen. Foto: privé-archief
Veelzijdig sporttalent
Post beschikte niet alleen over veel energie, maar bleek ook een veelzijdig sporttalent. Tijdens bergtochten ging ze als jong meisje moeiteloos door waar volwassenen afhaakten. Bij het zwemmen en schaatsen werd ze opgemerkt door scouts. Ze maakte deel uit van een KNSB-districtsploeg en schaatste regelmatig tegen Jutta Leerdam, die eerder dit jaar olympisch kampioen werd op de 1.000 meter.
Jarenlang combineerde Post het hockeyveld met de ijsbaan, totdat beide sporten steeds moeilijker met elkaar te verenigen waren. Rond haar zestiende koos ze definitief voor hockey. Niet omdat ze was uitgekeken op het schaatsen, maar omdat een teamsport beter bij haar paste.
‘Bij het schaatsen train je ook met een team, maar als de wedstrijd begint, sta je er alleen voor. Jij rijdt in die baan en jij moet die tijd neerzetten. Bij hockey speel je samen en komt het niet alleen op jou aan. Dat was voor mij de belangrijkste reden om uiteindelijk voor hockey te kiezen.’
Helemaal verdwenen is de liefde voor het ijs nooit. Iedere winter probeert Post nog met haar familie te gaan schaatsen. Zodra ze haar slagen weer maakt, komt het oude gevoel onmiddellijk terug. ‘Dan mis ik het wel. Al merk ik ook dat het echt een andere conditie is. Die verzuring moet je weer opbouwen. Dat is soms behoorlijk confronterend.’
Ze denkt dat haar brede sportieve opvoeding haar als hockeyster heeft geholpen, al kan ze niet één specifieke fysieke kwaliteit aanwijzen die ze aan het schaatsen heeft overgehouden. ‘Ik geloof dat het goed is als kinderen zich breed ontwikkelen. Niet alleen omdat het kan helpen bij hun ontwikkeling, maar vooral omdat ze plezier moeten maken en dingen moeten doen die ze leuk vinden.’
:quality(85):format(webp)/media/d06f62bd-b938-4856-aed7-2bfe4270b864/wv2026_wv2r1378.jpg)
Lisa Post geeft een highfive aan Renée van Laarhoven. Foto: Willem Vernes
Zelfs Post staat soms stil
Ook een ogenschijnlijk onuitputtelijke Post komt soms noodgedwongen tot stilstand. Een duimblessure hield haar eerder dit jaar tijdens de play-offs om de landstitel aan de kant. De verdediger van SCHC kon nog rennen en voelde met haar hand in het gips nauwelijks pijn. Daardoor hield ze zichzelf lange tijd voor dat ze snel weer kon spelen. Pas toen het gips werd verwijderd, drong door dat haar herstel meer tijd nodig had.
‘Dat vond ik heel moeilijk’, zegt Post. ‘Vooral omdat ik tijdens de play-offs niets aan het team kon bijdragen. Ik werd stiller en minder positief. Vanaf de kant merkte ik bovendien hoe spannend hockey kijken voor mijn ouders en vrienden moet zijn. Ik had nog nooit zoveel spanning tijdens een wedstrijd gevoeld. Je kunt helemaal niets doen.’
Inmiddels raast Post weer als vanouds over het veld. Een goede interland is voor haar een wedstrijd waarin het tempo hoog ligt, de tegenstander echt wil hockeyen en zij verdedigend wordt getest. Een duel waarin Oranje samen druk zet, ballen verovert en de energie door de ploeg voelt stromen.
:quality(85):format(webp)/media/64bec710-792e-47a0-a560-536f3da0bf30/wv2026_wv2r5163.jpg)
Concentratie aan de bal. Foto: Willem Vernes
Op de vraag wat haar ploeggenoten zouden missen als ze een wedstrijd niet zou meedoen, moet Post lang nadenken. Haar lach misschien. Haar power. Uiteindelijk komt ze uit bij het woord dat als een rode draad door haar leven loopt.
‘De energie. Of de drive.’
Ook tijdens een paar vrije dagen op het WK wil ze het liefst snel weer verder. En drie dagen nietsdoen op vakantie? Vergeet het maar. Post wil wandelen, fietsen of de natuur in. Het liefst trekt ze naar de bergen, waar ze als kind al onvermoeibaar van hut naar hut klauterde.
De kleine ‘steenbok’ is uitgegroeid tot de energiecentrale van Oranje. Stilzitten kan ze nog altijd niet.
Reacties (1)
Ik lees een aantal keer bergen. Dat associeer ik bij Lisa Post met bergen werk verzetten, bergen corners er uit lopen, bergen duels winnen & bergen meter smaken. & De tegenstander moet zich bergen