Op onze website kan je met hulp van Kai zoeken door alle pagina's en artikelen.
De keuzes bij de Oranjemannen: sleutelrol voor (ex-)geblesseerden
Voor de Oranjemannen breken de weken van de waarheid aan. Maandag meldt de selectie van bondscoach Jeroen Delmée zich weer op het veld voor de laatste fase van de voorbereiding op het WK in eigen land, vanaf medio augustus. De concurrentiestrijd gaat een beslissende fase in en eind juli wordt duidelijk welke spelers deel uitmaken van de WK-selectie en voor wie de droom uiteen spat.
:quality(85):format(webp)/media/e78de581-e03a-449a-b0e9-676a36cd538e/wv2024_wv2r1158.jpg)
Thijs van Dam en Tjep Hoedemakers. Foto: Willem Verrnes
Hoewel de basis van Oranje al maanden staat, zijn er nog altijd een aantal open vragen. Wie verovert de laatste plekken in de selectie? Welke spelers profiteren van hun veelzijdigheid? En op welke posities moet Delmée de lastigste knopen doorhakken? We zetten per linie de belangrijkste dilemma's op een rij en kijkt vooruit naar de keuzes die de bondscoach de komende weken moet maken.
Twintig tickets, achttien plekken per wedstrijd
Voordat we inzoomen op de namen, is het goed om de spelregels van dit WK te kennen. Voor het eerst mogen alle landen met een selectie van twintig spelers naar het wereldkampioenschap afreizen: achttien veldspelers en twee keepers. Dat geldt zowel voor het mannen- als het vrouwentoernooi.
Die verruiming heeft grote gevolgen. Waar op eerdere toernooien de wedstrijdselectie vastlag en reservespelers alleen bij een blessure konden worden ingepast, mag de bondscoach nu per wedstrijd zijn achttien man kiezen. Twee veldspelers zitten telkens op de tribune, terwijl beide keepers onderdeel uitmaken van de wedstrijdselectie.
Juist met het oog op de fysieke gesteldheid van een aantal internationals maakt dat de selectie voor dit WK extra interessant. Daarover later meer.
:quality(85):format(webp)/media/d6d789de-db0e-418b-96f1-0c7e659795ab/delmée-wv.jpg)
Bondscoach Jeroen Delmée maakt eind juli zijn WK-groep bekend. Foto: Willem Vernes
Keepers: de nummer één is bekend, de strijd om plek twee niet
Op doel heeft Delmée de belangrijkste knoop al doorgehakt. Nog vóór de Pro League in Rotterdam van vorige maand maakte de bondscoach bekend dat Derk Meijer als eerste keeper richting het WK gaat. Daarmee kwam er vroegtijdig duidelijkheid in de concurrentiestrijd met Maurits Visser. De keuze gaf Meijer het vertrouwen om zich de afgelopen weken volledig op zijn rol als nummer één te richten, terwijl Delmée de rust creëerde die hij binnen de keepersgroep zocht.
Meijer kreeg vervolgens ook de meeste minuten in de Pro League. Van de acht wedstrijden stond hij er zes onder de lat en kon hij wennen aan zijn rol als eerste keus.
De strijd om de tweede keepersplek ligt nog wel volledig open. Visser en Hidde Brink kregen tijdens de Pro League exact evenveel kansen. Visser keepte één volledige wedstrijd tegen Duitsland, Brink één tegen België. Daarnaast namen ze allebei één (verloren) shoot-outserie voor hun rekening. De gelijke verdeling onderstreept dat Delmée zijn keuze nog niet heeft gemaakt.
:quality(85):format(webp)/media/dc20d620-2a5e-4aab-8773-637794e463d0/brink-visser-wv.jpg)
Hidde Brink (links) en Maurits Visser (rechts) strijden om de tweede keepersplek in de WK-selectie. Foto: Willem Vernes
Verdediging: veel zekerheden, met een extra kans
In de defensie lijken de meeste puzzelstukjes al behoorlijk op hun plek te liggen. Tijdens het vorige EK nam Delmée zes verdedigers mee. Nu de WK-selectie uit twintig spelers bestaat, ligt het voor de hand dat hij opnieuw minimaal zes verdedigers selecteert.
Een groot deel van die namen lijkt de koffers voor het WK dan ook bijna te kunnen pakken. Lars Balk is na zijn teenbreuk uitstekend teruggekeerd en bewees tijdens de Pro League dat hij weer volledig belastbaar is. Hij kwam in zes van de acht wedstrijden in actie en niets wijst erop dat zijn fitheid nog een vraagteken is.
Dat geldt ook voor Jip Janssen, al werd met hem voorzichtig omgesprongen. De strafcornerspecialist keerde terug na een langdurige knieblessure en speelde in de zomerse Pro League-duels steeds om en om: vier van de acht wedstrijden. Zijn rendement was echter direct indrukwekkend. Met vier cornergoals en een rake strafbal liet hij zien dat zijn belangrijkste wapens nog altijd uitstekend functioneren.
Naast praktische zekerheidjes als Floris Wortelboer, Justen Blok, Joep de Mol en Tijmen Reyenga, is het interessant om te kijken of er nog een extra verdediger meegaat. Als dat zo is, maakt Pepijn van der Heijden een goede kans. Hij onderscheidde zich recent in de Pro League met drie cornergoals in vier wedstrijden en wisselde telkens de duels af met Janssen.
Die mogelijkheid kreeg die andere ‘coming cornerman’ Timo Boers niet. De verdediger zou aansluiten voor de laatste vier duels in Waver, maar door een enkelblessure viel dat plannetje in het water. De vraag is niet alleen of hij op 13 juli weer volledig kan aansluiten, maar ook of hij direct het niveau haalt van ploeggenoten die de afgelopen maand volop wedstrijdritme opdeden.
Ook Luke Dommershuijzen en Joppe Wolbert zijn nog in beeld, maar lijken voorlopig achteraan te sluiten in de pikorde. Dommershuijzen kwam in de voorbije weken tijdens de Pro League slechts drie keer in actie, terwijl Wolbert twee wedstrijden speelde en zijn uitnodiging vooral als een mooie beloning voor zijn ontwikkeling mocht zien. Hij zal deze zomer vermoedelijk een ander toernooi spelen: het EK onder 21 jaar in Valencia.
:quality(85):format(webp)/media/268cf318-33cd-4456-a5b5-d1dab5cb709f/wv2026_wv2r8877.jpg)
Cornerman Pepijn van der Heijden bewees zich in de Pro League als vervanger van Jip Janssen. Foto: Willem Vernes
Middenveld: het vraagstuk Jorrit Croon
Op het middenveld ligt misschien wel het grootste vraagteken van de hele WK-selectie. Niet omdat de concurrentie zo groot is, maar omdat de fitheid van Jorrit Croon de puzzel van Delmée grotendeels bepaalt.
De spelmaker van Bloemendaal raakte in februari tijdens de Pro League geblesseerd aan zijn rechterknie en kwam sindsdien niet meer in actie. Achter de schermen werkte hij wel verder aan zijn revalidatie. De eerste trainingen vanaf 13 juli moeten duidelijk maken of hij op tijd wedstrijdfit raakt voor het WK.
Delmée wil Croon in ieder geval niet te vroeg afschrijven. 'Zijn herstel gaat als een raket', zei de bondscoach onlangs. 'Maar als we beginnen heeft hij nog geen oefenwedstrijd of trainingspartij gespeeld sinds februari. Ik heb er vertrouwen in dat de geblesseerden het toernooi kan halen, maar ik steek er mijn handen niet voor in het vuur.'
Los van Croon lijkt de basis op het middenveld grotendeels vast te staan. Olympische kampioenen Derck de Vilder, Floris Middendorp en Jonas de Geus behoren tot de vaste waarden, terwijl Terrance Pieters door zijn veelzijdigheid eveneens uitstekende papieren heeft. De Kamponger, terug na een hamstringkwetsuur, kan zowel op het middenveld als in de voorhoede uit de voeten en biedt Oranje daardoor extra mogelijkheden.
Mocht Croon onverhoopt afhaken, dan ligt de strijd om zijn plek volledig open. David Huussen, Stijn van Heijningen, Max de Bie en Lucas Veen kregen tijdens de Pro League allemaal uitgebreid de kans zich te laten zien. Van Heijningen, Huussen en De Bie kwamen ieder vijf wedstrijden in actie, Veen speelde er vier.
Van dat kwartet brengt Van Heijningen de meeste internationale ervaring mee. Hij speelde al meerdere eindtoernooien en stond zelfs in de olympische finale. Loopwonder Huussen daarentegen kan terugkijken op een ijzersterk seizoen met Amsterdam en lijkt qua positie de meest logische vervanger van Croon.
:quality(85):format(webp)/media/b1d7e30d-8886-46f8-969b-1500d3d8d796/jorrit-croon.jpg)
Jorrit Croon speelde in februari zijn laatste wedstrijd. Foto: Willem Vernes
Aanval: de drukste wachtkamer van Oranje
Waar op het middenveld veel draait om de fitheid van Croon, zijn het in de voorhoede vooral Thijs van Dam en Tjep Hoedemakers die de selectie bepalen. De twee snelheidsduivels behoren al jaren tot de vaste kern van Oranje, werden olympisch kampioen en hebben hun waarde op grote toernooien ruimschoots bewezen. Als ze fit zijn, lijkt hun WK-deelname nauwelijks ter discussie te staan.
Juist daar zit het vraagteken. Van Dam en Hoedemakers sloten het zware clubseizoen met landskampioen Rotterdam geblesseerd af en kwamen tijdens de Pro League in juni geen minuut in actie. In de laatste fase van de voorbereiding moet blijken of zij op tijd wedstrijdfit zijn. Dat maakt hun situatie vergelijkbaar met die van Croon: de kwaliteit staat buiten kijf, maar de vraag is of de fysieke achterstand nog op tijd kan worden weggewerkt.
Kijkend naar het vorige EK ligt het voor de hand dat Delmée opnieuw met minimaal vijf aanvallers naar een eindtoernooi gaat. Daarbij kunnen er nauwelijks twijfels zijn over Thierry Brinkman, Koen Bijen en Duco Telgenkamp.
Daarachter wordt het dringen. Olivier Hortensius kreeg van Delmée veel vertrouwen en kwam in alle acht Pro League-duels in actie. Hoewel een doelpunt in Oranje nog altijd uitbleef voor de zeventienvoudig international, liet hij met zijn snelheid en aanvallende acties regelmatig zien waarom de bondscoach hem blijft opstellen.
Miles Bukkens kende juist een ongelukkige Pro League. De aanvaller scoorde eenmaal in zijn eerste twee wedstrijden, maar liep daarna een handblessure op, waardoor hij zich niet verder kon laten zien. Ook Guus Jansen kreeg volop kansen en kwam in zeven wedstrijden in actie. Hij kan bovendien ook worden ingezet als middenvelder.
De lastigste keuzes lijken daardoor voorin te liggen. Vrijwel iedere aanvaller heeft óf veel speeltijd gekregen in de Pro League, óf ontbrak door een blessure maar heeft zijn waarde of potentieel in het verleden al bewezen. De concurrentie is moordend. Acht aanvallers strijden nog om hooguit zes WK-tickets. Dat maakt de strijd om de laatste plekken misschien wel de spannendste van de hele selectie.