Op onze website kan je met hulp van Kai zoeken door alle pagina's en artikelen.
De Bossche vormcrisis: 'Misschien zijn we nu wel een middenmoter'
Als allerlaatste ging Maartje Krekelaar zondag van het veld. Het veld waarop zij met Den Bosch punten liet liggen, voor de vierde keer alweer in dit seizoen. De 0-0 tegen Rotterdam hakte er flink in bij de landskampioen, die de draad helemaal kwijt is. ‘Hoe noem je dat, het tegenovergestelde van een flow?’
:format(webp)/media/64bf5a99-6a24-4724-b669-ba1959a14612/pien-sanders-rosa-fernig-wv.jpeg)
Pien Sanders en Rosa Fernig van Den Bosch. Foto: Willem Vernes
Bijna een kwartier na de nieuwste tegenslag van dit seizoen zat Krekelaar nog steeds in de dug-out. Daar treurde ze, in haar eentje. Eerst met de armen in haar nek, haar ogen dicht. Daarna een lege blik in de verte. De rest van haar team was al teleurgesteld afgedropen naar de kleedkamer. Frédérique Matla en Pien Sanders gingen - netjes en professioneel - nog met wat fans op de foto. Pas toen de sproeiers aangingen en de mannen van Den Bosch en Rotterdam het veld opkwamen, stond ‘Kreek’ op. Met een somber gezicht slenterde ze naar het clubhuis.
‘Ik probeerde daar in die dug-out een reden te verzinnen waarom het niet loopt. Woorden te vinden. Nog wat na te denken.’ Met een wrang lachje: ‘Maar het lukte me niet om met een antwoord te komen.’
Een down of een dip
Krekelaar (30 jaar) is makkelijke prater. Iemand die geen blad voor de mond neemt. Een bikkelaar, die in goede en slechte tijden een kartrekker is bij Den Bosch. Eentje die zich niet verschuilt achter een uitgedunde selectie, met vier geblesseerden (Laura Nunnink, Emma Reijnen, Anouk Brouwer en Romee Joosten). Ze is geen grote Oranje-held die wereldkampioen handtekeningen geven is, maar een clubtrouwe routinier. Maar die routinier had zondag dus vooral heel veel vragen nadat er niet van Rotterdam werd gewonnen. Een volgende tik voor Den Bosch, dat eerder dit seizoen verloor van Amsterdam en Bloemendaal (allebei 2-1) en gelijkspeelde tegen SCHC (2-2). Ze wonnen maar drie van hun zeven duels, waardoor ze nu vijfde staan. Voor Bossche begrippen ongekend laag.
‘Ik zei net tegen Pien, dat we in het tegenovergestelde van een flow zitten. Hoe noem je dat? Een down? Een dip? Ik weet niet hoe je het precies zegt. Maar dat het niet lekker gaat bij ons, is natuurlijk al een paar weken te zien. Het is niet dat we niet willen, hè? Wist ik maar waar het ‘m in zit.’
Ze krijgt tussendoor een knuffel van haar vriend, Rotterdam-speler Joaquin Menini. Hij zal ook hebben gezien dat Den Bosch zondag ‘gewoon’ had moeten winnen van Rotterdam, zoals de vijftien (!) vorige keren gebeurde toen beide teams elkaar troffen. ‘We domineerden in de eerste helft. Kwamen superveel in de cirkel, maar kregen niet al te veel grote kansen. Rotterdam maakte het veld klein, dat vonden we lastig.’
‘Eigenlijk hadden we de wedstrijd voor rust al moeten killen. Daarna voel je steeds meer dat je moet scoren. Wordt het onrustig. Gaan we foutjes maken. Het geduld raakt dan op. Passjes worden te gehaast. En de goal die we maakten, werd afgefloten.’
Wéér zo'n dag
Dat was een afgekeurd backhandschot van Joosje Burg, diep in het derde kwart. Daar ging een streep doorheen, wegens vermeend stickafhouden. ‘Was een honderd procent goal volgens mij. En anders had ze een corner moeten krijgen. Zo’n moment zorgde voor extra frustratie, al ligt het natuurlijk niet aan de scheids. Daarna kregen we nog een levensgrote kans. Ook die maken we niet. Het valt niet onze kant op, al zijn we veel beter.’
Krekelaar speelt al vijftien jaar in Dames 1 van Den Bosch. Werd maar liefst tien keer landskampioen en won zes Europese hoofdprijzen. Ze kan kwartetten met haar medailles die ze veroverde met de Brabantse grootmacht. Die heeft natuurlijk wel vaker moeizame wedstrijden gespeeld tegen kleinere clubs, zoals Rotterdam en Bloemendaal. Maar zelden tot nooit liep de Bossche hockeymachine in die wedstrijden averij op. Het kwam uiteindelijk vaak toch wel goed. ‘Dat hebben we heel lang afgedwongen’, zegt Krekelaar. ‘Maar nu kunnen we het in die wedstrijden niet omdraaien. We proberen van alles, iedereen heeft zin om het tij te keren. Maar uiteindelijk verspelen we vandaag weer twee punten. Was het wéér zo’n dag.’
Den Bosch kreeg nog twee onhandige groene kaarten voor Rosa Fernig en Pien Sanders. Het team werd onrustig, de stress was zichtbaar en voelbaar. Passes die ze normaal met hun ogen dicht geven, kwamen nu niet aan. Balbezit was er genoeg, maar dat leidde niet tot veel kansen. Sterker nog: in de tweede helft kwam Den Bosch een paar keer heel goed weg bij Rotterdamse counters.
Het stoïcijnse ontbrak bij Den Bosch, erkent Krekelaar. ‘Dat kregen we vorige week tegen Pinoké wel terug. Ging de knop om en wonnen we nog. Op een gegeven moment sluipt er ook een bepaalde onzekerheid in de ploeg. Ben je bang dat je niet wint. We voelden de druk dat we deze wedstrijd moesten winnen. Alle respect voor Rotterdam, maar dat horen we ook te doen. Op papier. Want blijkbaar is het niet zo’n seizoen voor ons. Misschien zijn we nu wel een middenmoter. Of weet ik waar we staan. Tegen iedere ploeg moeten we nu vechten.’
Gewend en verwend
Een regelrechte vormcrisis dus. ‘In al mijn jaren bij Den Bosch heb ik dit nog nooit meegemaakt. En ik kan je zeggen: dat proces bevalt me niet.’ Ze zet een geërgerde blik op. ‘Ik hoor dan weleens: wat leuk dat je er nu echt tegen iedereen voor moet knokken. Nou, helemaal niet. Vind er niets aan.’
‘Aan de andere kant: wij en onze achterban zijn misschien ook een beetje verwend geraakt. Omdat het normaal was om steeds maar te winnen. Dat zijn we gewend. En dat gebeurt nu niet.’
En nu dan? ‘Schouders eronder. We weten dat we niet opeens met 6-0 gaan winnen. Het gaat niet ineens supergoed. We moeten ons niet blindstaren op de plek op de ranglijst. Of op de punten die we wel of niet hebben. We moeten elkaar vooral niet kwijtraken. Dat is het allerbelangrijkste.'