Met hangen en wurgen haalde Jorrit Croon afgelopen zomer het WK. Na zwaar letsel aan zijn rechterknie won hij een maandenlange race tegen de klok. Dit seizoen hoopte hij op een zorgeloos en blessurevrij jaar. Daar kon al snel een streep doorheen. De international liep opnieuw schade aan zijn kraakbeen op aan dezelfde knie, maar op een andere plek. Daardoor zit hij opnieuw de helft van het Hoofdklasse-jaar aan de kant.
Croon weer aan de kant: 'Zo weinig hockey is het laatste wat ik wil'
:quality(85):format(webp)/media/ec318ba0-ee0f-4f3a-b624-3d10d3a92209/wv-croon-baalt.jpg)
Willem Vernes
‘Life lately, not exactly how I planned it.’
Op Instagram sloeg Croon vorige week de spijker op z’n kop. Hij deelde foto’s waarop hij weer stond toe te kijken bij zijn club Bloemendaal. Hoe hij opnieuw na een knie-operatie in een ziekenhuisbed lag en in een rolstoel werd rondgereden. Zijn rechterbeen is sindsdien vanaf zijn dijbeen tot zijn enkel verbonden en wordt bij elkaar gehouden door een brace, die ervoor zorgt dat zijn knie volledig gestrekt blijft.
‘Ik kan er een heel mooi verhaal van maken. Maar dit is natuurlijk gewoon megaklote. Ik vind hockeyen ook na al die jaren met blessures ook nog steeds het allerleukste wat er is. Dat is wat ik het liefst doe, waar ik al mijn energie en tijd in stop en de meeste voldoening uit haal. En helaas moet ik nu opnieuw vertellen dat ik dat een hele tijd niet kan doen. Daar word ik ongelukkig van.’
Het is donderdagmiddag. Over drie dagen speelt Croon zijn team de Klassieker tegen Amsterdam. De spelmaker zal erbij zijn, als toeschouwer. Hij is al blij dat hij weer een beetje mobiel kan zijn na zijn operatie, vorige week dinsdag. ‘Deze en vorige week waren voor mij het lastigst’, vertelt hij aan de telefoon. ‘Dit zijn de weken waarin ik nog heel weinig mag en kan. Ik ben blij als ze voorbij zijn, al gaat deze tijd mij wel beter af dan de vorige keer. Ik heb veel minder pijn en red mezelf wat makkelijker.’
Zo trekt de eerste seizoenshelft aan hem voorbij. Een hockeyjaar dat hij met frisse moed begon na een zware en intense zomer met Oranje. Croon was gematigd tevreden over zijn WK. ‘Ik vind van mezelf altijd dat het beter kan. Maar als ik kijk naar de lastige aanloop, was dit wel het maximale haalbare. Al weet ik ook dat ik beter had gespeeld, als ik wél een normale voorbereiding had gedraaid.’
Na het WK ging de Leidenaar op vakantie en meldde zich voor de voorbereiding van zijn club. So far, so good. Hij deed gewoon mee in de eerste competitiewedstrijd van Bloemendaal tegen Rotterdam. Er was niets aan de hand, tot de 55ste minuut. ‘Ik kreeg aan de rechterkant een bal van Floris Wortelboer en zette aan langs de lijn. Ik merkte een soort steek in mijn knie, zakte er een beetje doorheen toen ik wegdraaide. Ik dacht meteen: dat voelt niet helemaal lekker. Ik ben eruit gegaan, maar kwam later nog wel even terug in het veld. Het gaat wel, dacht ik toen.’
Dat gevoel verdween de volgende dag, toen Croon wakker werd met een dikke knie. Dezelfde dus waaraan hij in februari een kraakbeenblessure opliep, doordat een Engelse tegenstander hem keihard met zijn stick raakte. ‘Natuurlijk schrok ik een beetje op dat moment. Ik dacht vooral dat ik een terugslag kreeg, na mijn revalidatie. Zoveel reactie had ik nog niet gehad. Maar ik dacht niet dat het echt foute boel was. Dat kwam pas een week later.’
:format(webp)/media/fe228c68-4539-4985-8332-71894c6bbfe7/wv-croon-or.jpg)
Croon eind vorig seizoen in actie tegen Oranje-Rood. Foto: Willem Vernes
Toen liet Croon een MRI maken, omdat zijn knie niet uit zichzelf verbeterde. ‘Daar bleek dat het om een nieuwe blessure ging. Wel dezelfde knie, wel weer kraakbeenschade. En - dat was eigenlijk het minste nieuws - weer een operatie. Dat was een flinke klap. Daar gingen we weer. Al staan beide blessures wel helemaal los van elkaar.’
Hij vindt zijn hersteltijd lastig in te schatten. ‘Ik heb geen idee hoeveel maanden het dit keer worden. Ik heb ook geen datum of moment in mijn hoofd op dit moment. Ik weet dat er van alles op het programma staat in de winter met Oranje. Ben me ervan bewust wanneer de competitie weer begint. Maar in tegenstelling tot richting het WK is er nu geen spannende deadline. Dat wil ik ook helemaal niet. Ik wil gewoon goed herstellen en zorgen dat ik weer gezond op het veld sta. Zonder tijdsdruk.’
De eerste competitiehelft duurt nog maar een maand. Die heeft Croon logischerwijs al afgeschreven. Het is alweer het derde seizoen op rij dat de technicus de helft van het Hoofdklasse-programma mist. Na de gewonnen Olympische Spelen stond-ie maanden langs de kant met een enkelblessure, opgelopen in Parijs. ‘Zo weinig hockeyen is het laatste wat ik wil’, zucht Croon.
:format(webp)/media/7ce31e96-e244-4c5e-acc8-d071af1cb0c4/bs-croon-wk-blij.jpg)
Croon knokte zich naar het WK nadat hij in februari geblesseerd raakte. Foto: Bart Scheulderman
‘Ik ben te vaak in deze situatie terechtgekomen. Dat is pech en gelukkig - voor zover je daarvan kunt spreken - komt het steeds door blessures, die van elkaar verschillen. Misschien verklaren mensen mij voor gek dat ik weer zo’n traject in ga. Weer revalideren, optrainen, voorzichtig sterker worden.’
Lachend: ‘Misschien ben ik ook wel een beetje gek, wat dat betreft. Andere opties zijn ook niet door mijn hoofd gegaan. Ik doe dit door mijn liefde voor de sport. Omdat ik straks uiteindelijk weer met Oranje en Bloemendaal voor de mooiste prijzen wil spelen. Natuurlijk is dit verschrikkelijk frustrerend. Ik praat er makkelijk over, maar het is ontiegelijk zwaar.’
‘Aan de andere kant: ik weet exact hoe mooi het is. Dat maakt het voor mij makkelijker om terug te willen keren.’
Croon is een optimist. En kijkt daarom uit naar maandag. ‘Dat is de dag waarop ik mijn eerste echte stap zet na mijn operatie’, klinkt het monter. ‘Mijn hechtingen mogen er dan uit. En ik ga met mijn arts een mooi plannetje maken voor de winter. Kijken hoe ik goed en sterk terug kan komen. En dat doe ik met volle overgave. Want anders vind ik het niet leuk.’