Op onze website kan je met hulp van Kai zoeken door alle pagina's en artikelen.
Alle ogen weer op Jong Oranje Dames: 'Altijd ontzag voor Nederland'
Ze waren de afgelopen edities oppermachtig op de jeugd-WK’s. Vier van de laatste vijf toernooien waren een prooi voor de Jong Oranje Dames. Maandag begint in Santiago een nieuwe jacht op het goud. Opnieuw zullen alle ogen gericht zijn op de Nederlandse talenten, beseffen oud-bondscoaches Dave Smolenaars en Rick Mathijssen.
:format(webp)/media/c4f19bb9-41d0-4c1e-a58d-99a5ff6bab04/jongoranje-wsp_fu.jpg)
Jong Oranje. Foto: WorldSportPics/Frank Uijlenbroek
‘Welke generatie het ook is, hoeveel of weinig speelsters ervaring hebben, het maakt niet uit. Als Nederlandse dames- of meidenploeg verwacht iedereen de laatste jaren dat je wint. Je bent favoriet en meestal weten speelsters dat zelf ook heel goed. Die zijn ook alleen maar tevreden met goud.’
Was getekend, Dave Smolenaars. En hij kan het weten. Want Smolenaars was maar liefst op vier WK’s actief met een Jong Oranje-ploeg. Hij haalde twee keer als assistent het podium (brons in 2005 en zilver in 2016) en won als hoofdcoach de laatste twee toernooien (2022 en 2023).
Die favorietenrol groeide in de afgelopen jaren, parallel aan de dominantie van de nationale damesploeg, die sinds 2017 ieder groot toernooi won. ‘En een nieuwe lichting wordt ook weer met die favorietenrol opgezadeld. Is ook wel logisch. Iedereen speelt vaak al een paar jaar in de Hoofdklasse, de zwaarste competitie ter wereld. Wekelijks krijgen meiden te maken met weerstand, die andere speelsters niet hebben. Bovendien hebben we hier de allergrootste vijver om uit te vissen’, vult Rick Mathijssen aan. Hij was in 2016 hoofdcoach bij de Jong Oranje-dames, waarbij hij in 2013 assistent was.
Het leerzame gevoel voor later
Het was de periode waarin de hegemonie van de (Jong) Oranje Dames ontstond. Behalve de verloren WK-finale van 2016 kan de huidige mannencoach van Amsterdam zich amper nederlagen heugen. ‘Ik kan me een gelijkspel herinneren in een oefenpot tegen Engeland. Die vierden dat alsof ze wereldkampioen waren. Dat zei toen wel wat over onze onoverwinnelijkheid. Toen we in aanloop naar het WK maar liefst zeven topspeelsters kwijtraakten door blessures, waren we nog steeds die ploeg naar wie iedereen keek. Dat gevoel is juist leerzaam voor later. Want bij het grote Oranje is het precies hetzelfde.’
Die druk zorgde destijds voor flink wat zenuwen bij zijn talenten. ‘Ik zie ze nog in de bus zitten naar onze eerste wedstrijd, tegen Zuid-Korea. Koptelefoons op, nerveus kauwgom kauwen, gespannen koppies. Dat bleek achteraf nergens voor nodig. De warming-up was het beste onderdeel van het spel van Korea. We wonnen met dubbele cijfers en na drie minuten stond het 2-0.’
Bij Smolenaars ging het tijdens het vorige WK juist andersom. ‘Vlak voor het toernooi speelden we een oefenpot tegen Amerika. We wonnen met 11-0, ofzo. Bij wijze van spreke hadden we met een hand op de rug kunnen spelen. Dat gaf vertrouwen, maar het maakte ons ook wat naïef. Want in de eerste poulewedstrijd speelden we met 2-2 gelijk tegen Australië. Kwamen we zelfs twee keer op achterstand. Een wake-up-call die nodig was. Het was toen wel heel duidelijk dat we die titel niet eventjes op kwamen halen.’
Razend populair, ook over de grens
De oud-international is tegenwoordig analist bij de Indiase damesploeg. Hij merkt hoe er vanuit het buitenland gekeken wordt naar het Nederlandse hockey. ‘Ook voor India is Nederland het voorbeeld. Er is ontzag, niet alleen over de resultaten. Maar ook over de manier waarop we willen spelen. En voor kleinere landen is het überhaupt al bijzonder om tegen Nederland te spelen. Dat merkte ik toen we op het WK van 2022 tegenover Zimbabwe stonden. Die meiden gingen er met 18-0 af, maar ze vonden het achteraf vooral mooi dat ze tegenover ons hadden gestaan.’
Maar de adoratie gaat soms verder. In de afgelopen jaren waren sommige Jong Oranje-speelsters al razend populair over de grens. ‘Ik weet nog dat Ginella Zerbo bij een toernooi in het buitenland handtekeningen uitdeelde, aan fans van de tegenstander. Vond ik vrij uniek om te zien op die leeftijd’, zegt Mathijssen. ‘Social media heeft daar ook een grote rol in gespeeld. Volgens mij had ‘Gi’ destijds al heel veel volgers. En dat terwijl ze toen nog niet eens interlands had gespeeld.’
Het onberekenbare element: achtduizend schreeuwende Argentijnen
De huidige Jong Oranje-groep heeft wel vijf speelsters die al A-interlands op hun naam hebben: Trijntje Beljaars, Imke Verstraeten, Eline Jansen, Noor van den Nieuwenhof en Maud van den Heuvel. ‘Bovendien zijn er in totaal zeven meiden die de vorige keer het WK hebben gewonnen’, weet Smolenaars. ‘En Kai heeft als bondscoach al veel succes gehad met eerdere nationale jeugdteams die hij coachte. Het is natuurlijk altijd de vraag hoe de tegenstanders zijn. Maar met al die positieve factoren lijkt me het doel duidelijk: goud.’
Dat lukte Mathijssen in 2016 niet met zijn ploeg. Los van een goede Argentijnse lichting met Agustina Gorzelany en Maria Granatto had dat ook met een ander element te maken. ‘Zij hadden een twaalfde man. In de finale zaten er achtduizend schreeuwende Argentijnse fans. Het leek wel of we in Argentinië waren, in plaats van in Chili. Daar kan je je amper op voorbereiden. De ambiance werd anders en daardoor kwam er chaos. Maakten we andere keuzes bij een corner die we 35 keer hadden bekeken. We wonnen uiteindelijk niet. Dat was toen een teleurstelling, natuurlijk. Maar het was een unieke ervaring op hun weg richting de top. Wellicht leerzamer dan weer een gewonnen finale.’