Door Reemt Borcherts
Amsterdam sloot afgelopen weekend het zaalhockeyseizoen af met de Europa Cup Indoor in Keulen. De landskampioen handhaafde zich op het nippertje. Met dank aan de Denen.
‘Op een Europa Cup speel je tegen ploegen met compleet andere speelstijlen dan we hier gewend zijn', zegt Amsterdam-coach Patrick Bakker. ‘Teams als Slavia Praag en Grunwald Poznan hockeyen erg defensief en fysiek. Die speelwijze kom je alleen nog tegen in de voormalige Oostbloklanden. Erg leerzaam om daar tegen te spelen. Volgend zaalseizoen hoop ik dat we ook oefenwedstrijden kunnen spelen tegen dit soort teams.'
Amsterdam miste zaterdag nog op een haar een ticket voor de halve finales, zondag kwam de ploeg in acute degradatienood. Doordat Amsterdam van Grunwald Poznan verloor, was de Nederlandse kampioen afhankelijk van de wedstrijd tussen Slavia Praag en het al zo goed als uitgeschakelde Deense Lyngby. ‘Dat was natuurlijk een vreemde situatie. Gelukkig deden de Denen hun sportieve plicht. We konden niets anders doen dan toekijken. Ja, natuurlijk hebben we die jongens een kratje bier gegeven. Dat was wel het minste wat we konden doen.'
Amsterdam eindigde als zesde en mag volgend jaar wederom zijn opwachting maken op het hoogste Europese zaalniveau. Het goud in Keulen werd opgeëist door de gastheer, Rot-Weiss Köln. De Duitsers versloegen in de finale de Spaanse zaalkampioen Atletic Terrassa met 10-2. Oud-Bloemendaalspeler Christopher Zeller scoorde in de eindstrijd vier keer. Het Zwisterse Luzern, dat zaterdag Amsterdam van een plaats in de halve finale afhield, eindigde als derde.
Foto: Ben Haeck
Nederland kan veel kunnen leren van het Hallen hockey in Duitsland en grotendeels kunnen kopiëren, maar het bijzondere is dat daar gewoon de veld internationals meedoen zoals de gebr. Zeller die officieel achterbleven voor de Spanje trip (studie redenen ) maar toch gewoon meedraaiden in het team van Rot/Weiss.
Ook de gebr Wess en Weissenborn speelden mee en dan staat er plotseling veel kwaliteit in het team.
Christof Zeller is een fenomeen als je hem als veldspeler ziet sjouwen en werken , vaak dicht laag bij de grond, bikkelhard, met een neus voor de goal, en die veel geleerd heeft in het hallen hockey en daarom is uitgegroeid tot een veelzijdige speler..
Laagzitten, tempo en balcontrole zijn zaken waar iedere veldspeler beter van kan worden en daarom begrijp ik de strikte scheiding die is aangebracht binnen de KNHB nog minder.