Wieke Dijkstra 'Wij hebben niets te klagen' |
04-sep-2010 17:08 |

ROSARIO - Ruim 11.000 kilometer van Nederland vandaan zijn de Nederlandse hockeyvrouwen bezig aan het wereldkampioenschap. Hoe zou het spelershotel zijn? Is het eten goed en ligt het veld er goed bij? Hockey.nl vroeg het aan verdediger Wieke Dijkstra.
Het hotel ‘Het hotel is ontzettend goed’, vertelt Dijkstra (foto). ‘De kamers zijn ruim en de bedden liggen heerlijk. Er is ook een mooie spa en er zijn genoeg ruimtes om teambesprekingen te houden. We zitten hier prima. Beter dan laatst in Duitsland. Vlak voor we naar Argentinie vertrokken speelden we in Viersen twee interlands. Dat hotel was helemaal niets. We moetsten met zijn drieën op veel te kleine kamers. En op sommige bedden lag niet eens een matras. Moest onze manager nog zorgen dat er matrassen werden geregeld. Nee, dan hebben we het hier maar goed. Ook het personeel is heel lief en behulpzaam.’
Het eten ‘Tijdens zo’n toernooi eten wij heel veel, maar we zijn toch altijd afhankelijk van wat de koks in het hotel op het menu hebben staan. Hier in Argentinië wordt er heel veel vlees gegeten. Maar gelukkig maken ze ook gewoon pasta en warme groenten. Ik vind het eten hier prima.’
Het veld ‘Als het veld goed nat is, loopt het lekker. Maar er zitten wel een paar rare harde stukken in waardoor de bal zomaar opstuitert. Dat vertraagt onze opbouw, want het duurt soms wat langer om de bal onder controle te krijgen. Dat is best irritant. Op het vorige WK in Madrid lag wel een perfecte mat. Dat hoort ook zo op een wereldkampioenschap, vind ik. Maar ja, we hebben er allemaal last van, dus we doen het er maar mee.’
Het publiek 'De openingsceremonie was geweldig. Er waren duizenden mensen en we hadden toen het gevoel dat we voor heel veel publiek zouden gaan spelen. Maar dat is helaas nog niet gebeurd. Wij spelen op dagen dat Argentinië vrij heeft en bij ons zitten er alleen wat ouders op de tribune met af en toe een verdwaalde Argentijn. Zonde, want daardoor heb je helemaal niet het idee dat je een WK speelt.’
Het weer ‘Het is ontzettend koud en de wind is guur, maar eerlijk gezegd heb je daar niet zo’n last van als je op het veld staat. Ik hoor steeds achteraf van mijn ouders en broers hoe koud ze het hebben gehad op de tribune. Voor hen is het echt afzien, maar voor ons valt het uiteindelijk wel mee. Alles is goed geregeld. We kunnen kort na de wedstrijd de bus in en worden dan meteen onder politiebegeleiding naar het hotel gebracht. Wij hebben niets te klagen.’ (Ties Aben)
Foto: Ben Haeck
|